
Boedapest, 12 september 1944. Rapport van de secretaris van de koninklijke ambassade van Zweden,
Raoul Wallenberg, aan het ministerie
van Buitenlandse Zaken in Stockholm:
"
We hebben tot nu toe uit de interneringskampen 250 joden vrij kunnen krijgen, die onder bescherming stonden
van op hun naam door ons uitgeschreven provisorische paspoorten. Het zou nuttig zijn via de Zweedse radio bekend te maken welke
voorrechten er door de Hongaarse autoriteiten als teken van goede wil aan onze beschermingspassen worden verleend.
Dag en nacht wordt er in ploegen op de ambassade gewerkt om de stroom van aanvragen het hoofd te kunnen bieden. De meesten van de 250 joden
die op afdeling B werkzaam zijn hebben van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor zichzelf en hun gezinsleden papieren verkregen
waardoor zij zijn vrijgesteld van het dragen van de jodenster en hun tevens is toegestaan in hun eigen huizen te blijven wonen, ook
al zijn deze hun officieel ontnomen.
Omdat de lokalen te klein waren geworden, hebben we de gehele interne administratie naar de Tigrisstraat moeten verhuizen
en voor de afhandeling van de paspoortaanvragen een nieuw, tien vertrekken tellend gebouw in de Minervastraat in gebruik moeten nemen. Deze
aanvragen zullen op 17 september aflopen, in verband met de verbetering van de politieke situatie. Het personeel zal dan, in de mate
dat het werk afneemt, worden ingekrompen. We zullen echter paspoorten blijven verstrekken om elk risico van eventuele pogroms bij
het vertrek van de Duitsers uit te sluiten."
Voorgeschiedenis:
Tot in het voorjaar van 1944 was Hongarije onder het regentschap van Miklos Horthy (1868-1957), een trouwe bondgenoot
van het Derde Rijk. Het Hongaarse leger had een zevental divisies aan het Oostfront ingezet. Maar naarmate het fortuin
zich tegen de nazi's keerde en het Sovjetleger de Hongaarse grenzen naderden, knoopte Horthy onderhandelingen aan met
de Russen. Dit was zeer tegen de zin in van Hitler die op 19 maart 1944 Hongarije binnenviel en in Boedapest een
marionettenkabinet installeerde geleid door Sztojay, die pro-Duits was.
Tot dan waren de Hongaarse joden ontsnapt aan de Holocaust omdat Horthy en zijn regering zich tegen de deportatie
verzetten. Maar dat zou spoedig veranderen. De nieuwe regeringsleider Sztojay, accepteerde de Duitse verzoeken en begon
de joden samen te drijven in getto's en transitkampen in afwachting van hun deportatie naar Auschwitz-Birkenau. De eerste
twee transporten verlieten op 29 april 1944 Kistarcsa (1.800 joden) en op 30 april 1944 Topolya (2.000 joden). Maar het
grote 'werk' moest nog beginnen.

In Hongarije leven op dat ogenblik bijna een miljoen joden, en voor die grootscheepse 'taak' moest een man met grote
organisatorische ervaring worden belast. In de zomer van 1944 werd Rudolf Höss onverwacht opnieuw naar Auschwitz gezonden
belast met een nieuwe taak: de uitroeiing van de Hongaarse joden organisatorisch mogelijk te maken. De operatie krijgt
de naam "
Aktion Höss" mee. Höss weet van aanpakken en bereid het kamp grondig voor. De crematoria worden zorgvuldig
vernieuwd, de ovens worden bedekt met vuurvaste stenen in klei en de schouwen versterkt met ijzeren ringen. Achter de
crematoria worden diepe putten uitgegraven en het aantal leden van het "
Sonderkommando" en van de kuisploegen worden
drastisch opgedreven. Toch zal het niet voldoende blijken om de massa mensen en goederen die korte tijd later in het
kamp toestromen 'ordentelijk' op te vangen.
Na een onderbreking van twee weken begint op 15 mei 1944 de belangrijkste fase van Aktion Höss en worden de Hongaarse
joden massaal naar het kamp gedeporteerd. Vanaf half mei vertrekken er elke dag 12.000 naar het vernietigingskamp van
Auschwitz om rechtstreeks in de gaskamers te worden vermoord. Op nauwelijks 56 dagen tijd, tot 9 juli 1944, werden
437 402 joden vanuit Hongarije naar Auschwitz getransporteerd en de gaskamers ingejaagd.
In de maand mei 1944 bereikte het nieuws van de massale uitroeiing van de Hongaarse joodse gemeenschap de Westerse
wereld. Iver Olsson, de speciale vertegenwoordiger van de afdeling van het
American War Refugee Board (het Amerikaans
Oorlogsvluchtelingencomité) in Stockholm, krijgt de opdracht om een speciale gezant naar Boedapest te sturen om een
reddingsoperatie van de joden van Boedapest op touw te zetten. Na onderhandelingen met het Zweedse Ministerie van
Buitenlandse Zaken, werd besloten om een Zweed met die moeilijke taak te belasten.
Het Amerikaans Oorlogsvluchtelingencomité, dat zich toevallig in hetzelfde gebouw in Stockholm bevond als het bedrijf
Meropa van Kálmán Lauer, leert Iver Olsson Lauer kennen en zij raken met elkaar bevriend en vertelde hij aan Lauer
van zijn opdracht. Spoedig stelde Lauer
Raoul Wallenberg aan hem voor als 'de juiste man op de juiste
plaats'. Het feit dat Raoul een beetje joods bloed in zijn aderen had (één van zijn overgrootouders was joods) zal zeker
in zijn voordeel hebben gepleit. Raoul was dol enthousiast voor wat hij als een avontuurlijke en nobele missie ziet en
vertrok naar Boedapest alwaar hij op 9 juli 1944 zal toekomen, op die dag zijn al bijna een half miljoen Hongaarse
joden vermoord door de nazi's in Auschwitz.
De Zaak Wallenberg:

Het boek is het uitputtende verslag over een van de minst bekende helden van de Tweede Wereldoorlog. Het gebeuren
speelt zich af in Boedapest, in de jaren 1944-1945. In zes maanden tijd weet de Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg
duizenden Hongaarse joden voor de ondergang te behoeden.
In 1944 reist Wallenberg, telg van een van Zwedens meest bekende families, naar Boedapest waar hij een gigantische
diplomatieke operatie op touw zet om de bedreigde joden aldaar naar het buitenland te evacueren. Het voornaamste middel
daartoe is het uitreiken van Zweedse paspoorten (Schutz-Pass, zie afbeelding hiernaast), die de joden (nu
Zweedse onderdanen) tegen deportatie beschermen, en het oprichten van een 'internationaal getto' dat hen enigszins vrijwaart
van snelle onaangekondigde acties. Met gevaar voor eigen leven weet hij zodoende in een race tegen de tijd, tegen Eichmann en Himmler
duizenden joden te redden.
Tijdens de bevrijding door de Russen wordt Wallenberg om onopgehelderde redenen gevangen genomen. Hij verdwijnt spoorloos.
De Sovjet-autoriteiten wensen zich niet uit te laten over zijn verblijfplaats of de reden van zijn gevangenneming toe te lichten.
Op herhaaldelijke verzoeken om een overtuigende verklaring voor zijn verdwijning antwoorden zij steevast dat hij in 1947 is overleden.
Maar ooggetuigen bestrijden dit; vele ex-gedetineerden hebben verklaard Wallenberg in een Russische gevangenis te hebben gezien.
Wat is er met Wallenberg gebeurd? Is hij inderdaad in 1947 overleden of verblijft hij nog ergens in de Sovjet-Goelag? Het
verhaal van
Jacques Derogy is gedetailleerd,
levendig en met grote vaart geschreven; de soms nogal ingewikkelde diplomatiek-politieke machinaties worden met grote helderheid uiteen gezet.
Derogy's
De Zaak Wallenberg laat zich lezen als een detective.
De Franse journalist en schrijver
Jacques Derogy (1925-1997) was één van de pioniers in het onderzoeksjournalisme
van Frankrijk. Geboren in 1925 te Parijs, engageerde hij zich aan de zijde van het communistische verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Op negentienjarige leeftijd kon de van joodse afkomst Derogy ter nauwernood ontsnappen aan de anti-semitische razzia's
onder het Vichy-regime. Nadat hij zijn licensie in de filosofie heeft behaald, schrijft hij voor de periodiek
Franc-Tireur waarvoor hij de reportage omtrent de affaire van de Exodus (1947) verslaat. Later werkt hij
voor het weekblad
Libération. Hij werd ondermeer bekend voor werken zoals
Le Cas Wallenberg (1980),
Histoire de l'Exodus uit 1987, het tragische verhaal over een boot met joodse overlevenden op de vlucht naar
Palestina en
Ils ont tué Rabin uit 1996, samen met Hesi Carmel, een pleidooi tegen de opkomst van extreemrechts in Israël.
Lees ook deze artikels op Verzet.org:
• Rudolf Höss terug naar Auschwitz om de Hongaarse joden te vernietigen
• Raoul Wallenberg en de Hongaarse Joden
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Hongarije 1944-45. De vergeten tragedie (Perry Pierik)
• De Zaak Wallenberg. De meest tragische held van de Tweede Wereldoorlog (Jacques Derogy)
• Zaken Doen Tot Elke Prijs (Gerard Aalders en Cees Wiebes)
• Raoul Wallenberg (Frans Bijlsma)
• Derde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog
• Raoul Wallenberg (Kati Marton)