
Dubbelagent
Arthur Owens, codenaam Snow
Het
Double-cross systeem werd reeds in 1945 door Sir John Masterman in opdracht van de Britse Geheime Dienst geschreven
en sindsdien veilig achter slot en grendel bewaakt. Eerst in 1971 werd, na langdurig onderhandelen, officieel door de Engelse regering
toestemming tot publicatie verleend.
Masterman vertelt het onwaarschijnlijke succesverhaal hoe het gehele Duitse spionagenet in Groot-Brittannië onder Engelse controle
gebracht werd en hoe het gebruikt werd - eerst voor contraspionage - vervolgens voor inlichtingenwerk en tenslotte voor de vrijwel
ongelooflijke effectieve misleiding van de Duitse legerleiding.
Masterman vertelt ons over een wereld vol krijgslist die bevolkt wordt door individuën met illustere namen als Garbo (codenaam van Juan Pujol Garcia),
Snow (codenaam van Arthur Owens), Careless, Jeff, Zigzag, Tricycle (codenaam van Dusan 'Dusko' Popov), Sweet William, Balloon, Bronx, Brutus, Carrot, Dragonfly, Lipstick, Mullet,
Mountain, Mutt and Jeff, The Snark, Sniper (codenaam van luitenant-kolonel Michal Goleniewski), Steeple, Teapot en vele anderen.
De herkomst van het double-cross systeem dateert al van voor het begin van de Tweede Wereldoorlog. Op 5 mei 1939 hield
een lid van het Deuxième Bureau voor een aantal officieren van M.I.6 een lezing over de waarde van
'
dubbelspel spelende agenten' van uit de gezichtshoek van contraspionage. Hij legde vooral de nadruk op het belang van het penetreren
van de vijandelijke Geheime Dienst en van het ontdekken van de bedoelingen van de vijand en schilderde onder de hand door een somber beeld
van de voorbereidingen, welke Duitse agenten in Frankrijk al getroffen hadden, uitgerust met 'volstrekt onnaspeurlijke' radioinstallaties,
in het gebruik waarvan zij van tevoren geoefend waren. Hij gaf ook - als het korte verslag van de lezing vertrouwd mag worden -
een nog al rudimentair advies met de betrekking tot de omgang in de praktijk met dubbelagenten.
In feite waren de waarschuwingen en het advies allebei overbodig, want M.I.5 en M.I.6 waren al doordrongen van de
waarde van zulke agenten en maakten er gebruik van, voordat de oorlog begon. Bovendien erkenden in juli 1939 de
directeuren van de veiligheidsdiensten het belang van dubbele agenten. De eerste en meest belangrijke van hen was
SNOW (
Arthur Owens) en iedere geschiedenis van dubbele agenten gedurende de oorlog behoort dan ook met hem te beginnen...
Sir John Masterman (1891–1977), auteur van een aantal boeken, was studeerde geschiedenis aan het Worcester
College in Oxford en zal later rector van de Universiteit worden. Nadien ging Masterman naar Heidelberg om er Duits te leren.
In 1914 werd hij gearresteerd en zat tot het einde van de Eerste Wereldoorlog in Duitse gevangenissen. Na WOI doceerde
hij geschiedenis aan de Universiteit van Oxford. In die periode werd hij gerecruteerd door M.I.5, een sectie van de
Britse Geheime Dienst en werd actief ondermeer in de campagne tegen de vakbonden die een grote staking hielden, bekend
als
The General Strike. Zijn positie aan de Universiteit gebruikte hij ook om studenten te recruteren die als geheim agent
werden ingezet. Zo recruteerde hij ondermeer
Dick White, de toekomstige chef van M.I.5.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Masterman de voorzitter van het XX (Double-Cross) Committee.
Arthur Owens (codenaam Snow),
een agent die opereerde voor de Abwehr (de Duitse contra-spionagedienst), werd ingerekend en stemde erin toe om als dubbelagent
te werken voor MI 5. Owens verschafte de nazi's valse informatie en informeerde het XX Committee over de aankomst van
Duitse agenten in Groot-Brittannië. Tussen september en november 1940 konden aldus 21 Duitse agenten worden ingerekend.