In het voorjaar van 1907 keerde Edith terug naar Brussel en verkrijgt een aanstelling
als hoofdverpleegster in het Chirurgisch Instituut Berkendael in de Cultuurstraat te Elsene. Dit beroemde Brusselse instituut was in 1903
opgericht door Dr. Antoine Depage (1862-1925) en zijn echtgenote Marie Depage-Picard (1872-1915). Dr. Depage onderkende al snel de kwaliteiten van Edith en is onder de indruk
van de geboekte resultaten, en moedigde Edith aan om een eigen opleidingscentrum voor verpleegsters op te zetten in de geest en de
lijn van Florence Nightingale (1820-1910). Tot die tijd waren het nagenoeg enkel nonnen die voor de armen en zieken
zorgden en, alhoewel vriendelijk en met de beste bedoelingen, waren zij helemaal niet opgeleid voor het vakkundig verplegen van patienten.
Onder haar impuls moest verpleging een echte stiel worden, een vak waar je voor moest studeren en een diploma kon behalen.
Op 10 oktober 1907 opende Dr. Depage in de buitenwijken van Brussel het opleidingsinstituut
'L'Ecole d'Infirmiere Dimplonier' en stelde Edith Cavell aan als eerste directrice van het opleidingsinstituut. Edith Cavell, dan een jonge veertiger, botst aanvankelijk op heel wat weerstand in de middenklasse. Hierover schreef zij aan
haar moeder: "The old idea that it is a disgrace for women to work is still held in Belgium and women of good birth and
education still think they lose caste by earning their own living." [vrij vertaald: "In België leeft nog altijd de
oude moraal dat vrouwenarbeid een schande is en vrouwen van goede komaf en opleiding vinden het nog steeds beneden hun stand dat
zij zelf in hun eigen onderhoud zouden moeten voorzien."]
Hoedanook, wanneer op zeker ogenblik de Belgische Koningin Elisabeth haar arm breekt, en het het opleidingscentrum van Edith om
een getrainde verpleegster verzoekt, is opeens de reputatie van haar school verzekerd. Tegen 1912 leverde de school van
Cavell verpleegsters aan drie hospitalen, 24 gemeentescholen en 13 kinderdagverblijven. In 1914 hield ze wekelijks vier lezingen
voor dokters en verpleegsters, vind ze tijd om voor de dochter van een vriend te zorgen die weggelopen was van huis en aan drugs
was verslaafd, en heeft ze twee honden, Don en Jack, die haar gezelschap houden.
In augustus 1914 is Edith in Norwich in Engeland voor een korte vakantie bij haar moeder die net weduwe was geworden. Op het
ogenblik dat ze de tuin van haar moeder aan het wieden is verneemt ze het dramatische nieuws van de invasie van België
door het Keizerlijke Duitse Leger. Edith's besluit staat vast: "Nu ben ik daar meer dan ooit nodig", zegt ze haar moeder,
en pakt onmiddellijk haar koffers. Edith's moeder zal haar nooit meer terugzien...