Het afschrikkingseffect door de executies van Cavell en Baucq dat de Duitse bezetter had willen teweegbrengen, bleek echter
spoedig een blunder van formaat en oogste een averechts effect. Het nieuws van de executie van Cavell raakte spoedig bekend bij
de geallieerden. Haar portret tijdens het proces, mager met grijzend haar en ingevallen gezicht, werd al de volgende dag reeds bij duizenden
verkocht in de straten van Brussel. Dagenlang wekte de executie gepassioneerde commentaren op in zowel de Engelse als in de Duitse
pers.
Een storm van protest en verontwaardiging brak los bij de bevolking en Cavell werd snel een wereldwijd bekende martelares, gegeven dat
handig bespeeld werd door zowel de Franse als de Engelse oorlogspropaganda. De barbarij van de Duitse bezetters
die weerloze vrouwen executeerden, waren monsterachtige moordenaars en dat moest worden aangekaart.
Duizenden tekeningen, portretten op postkaarten en affiches werden verspreid. Daardoor hoopten de Engelsen en Fransen op
een massale spontane toeloop van oorlogsvrijwilligers wat aanvankelijk ook succes kende. De moraal van de soldaten kreeg een nieuwe
opstoot en reeds in de eerste acht weken na Cavell's executie verdubbelde het aantal oorlogsvrijwilligers.
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werden de stoffelijke resten van Edith Cavell op 5 mei 1919 weer opgegraven en naar Engeland
verscheept. Op 13 mei 1919 werd Cavell onder massale belangstelling op het affuit van een Brits torpedokanon opnieuw ten grave
gedragen. Na een rouwdienst in de Westminster abdij, werd ze begraven in de Life's Garden naast de kathedraal van Norwich.
Overal ter wereld werden stratennamen, pleinen, gebouwen, klinieken enz. naar haar genoemd en vele monumenten opgetrokken.
Voor de ganse duur van de oorlog en ook tijdens de volgende oorlog van 1940-1945 zullen verzetsleden, en dan
vooral het vrouwelijke deel ervan, zich blijven inspireren op de verzetsdaden van Edith Cavell. Tot op vandaag blijft zij voor
haar moed en onbuigzaamheid, symbool van het verzet overal ter wereld. Hoewel andere verzetsvrouwen zoals bijvoorbeeld Louise de Bettignies het
Edith zeer kwalijk namen dat ze bekentenissen had afgelegd tijdens haar proces, blijft Edith Cavell tot op vandaag hèt symbool
van verzet en van de onbuigzame, moedige redster van vele van haar en onze landgenoten.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd Dr. Antoine Depage aangewezen als Hoofdgeneesheer van het Ziekenhuis “l’Océan” in
De Panne (2000 bedden tijdens de moeilijkste momenten van de oorlog). Enkele maanden voor de terechtstelling van Edith, werd
op 7 mei 1915 het beroemde Amerikaanse passagierssschip, de RMS Lusitania, tijdens een reis van New York City
naar Liverpool door een Duitse onderzeeboot, de U-20, met slechts één torpedo in de Ierse Zee tot zinken gebracht.
Bijna twaalfhonderd van de opvarenden kwamen om het leven, waaronder 128 Amerikaanse staatsburgers alsmede Marie Depage,
echtgenote van Dr. Antoine Depage, dè drijvende kracht achter Edith Cavell. Marie Depage kwam om toen zij op
de terugreis was van een succesvolle conferentie in de Verenigde Staten voor fondsenwerving ten voordele van het ziekenhuis
l’Océan.
Na het einde van de oorlog zette Dr. Depage zijn werk verder en werd tevens voorzitter van het Belgische Rode Kruis. Hij werd later ook senator. Depage was eveneens de promotor van de Belgische Nationale Liga voor Kankerbestrijding. Depage lag ook aan
de basis van het bekende Brugmann Hospitaal, dat ingehuldigd werd op 23 june 1923. Daar bleef hij tot aan zijn dood in 1925 hoofd
van de afdeling chirurgie.