"De waarheid zal ons vrijmaken." De tijd is gekomen om katholieken, leken zowal als clerici, te bevrijden van het geconstrueerde
bedrog dat de moderne vorm is van pauselijke zonde.
In dit boek ontmaskert Garry Wills de pauselijke zonde als de macht van de paus die corrumpeert en misleidt en die structuren
van bedrog in het leven roept, om zichzelf in stand te houden. De waarheid nu wordt verdraaid omdat deze in het verleden verkeerd is geïnterpreteerd. Gebrek
aan moed om vergissingen toe te geven en angst om aan macht in te boeten veroorzaken onhoudbare visies op onder andere pedofilie,
het uitsluiten van vrouwen, homoseksualiteit en de leegloop van de Kerk.
De kloof tussen het leergezag in Rome en de gelovigen wordt dan ook steeds groter. En het is te goedkoop om te zeggen
"dat lakse katholieken zich gedragen als cafetariaklanten die uitzoeken welke dogma's ze zullen verorberen voor hun zondagse
brunch", aldus Wills. Het zijn vaak de meest toegewijde, integere leken en clerici die niet kunnen accepteren
dat de waarheid ondergeschikt wordt gemaakt aan de kerkelijke strategie.
Garry Wills is een gerenommeerd auteur die talrijke prijzen heeft gekregen voor zijn werken, waaronder de Pulitzer prijs voor literatuur.
Hij is adjunct-professor geschiedenis aan de Northwestern University en lid van de Amerikaanse Academie van kunsten en wetenschappen.
Onlangs verscheen van zijn hand een biografie over Augustinus.

"Ik schaam mij voor mijn kerk". Over plaatsvervangende schaamte bij katholieken door Peter Nissen [bron:
Katholiek Nederland]
Wills windt zich als historicus op over de wijze waarop in de kerk feiten gemanipuleerd of verzwegen worden en
onhoudbare visies gepropageerd worden, bij voorbeeld inzake de houding van de kerk tegenover het joodse volk,
geboortebeperking, homoseksualiteit onder de clerus, de celibaatsverplichting, de uitsluiting van vrouwen uit
het ambt, pedofilie en seksueel misbruik door priesters en religieuzen, enzovoorts.
Omtrent deze gevoelige kwesties, aldus Wills, worden in de kerk feiten verdoezeld of achtergehouden, wordt selectief
‘vergeten’ dat er historische alternatieven zijn, worden wantoestanden gebagatelliseerd, wordt verantwoordelijkheid
verzwegen of maakt de kerk zichzelf zelfs tot slachtoffer en martelaar in kwesties waar zij juist dader is.
De oorzaak van deze ‘structuren van bedrog’ ziet Wills in een overschatting van de pauselijke onfeilbaarheid. De
onfeilbaarheid van het pauselijk spreken heeft volgens de formulering van het Eerste Vaticaans Concilie in 1870
slechts op een heel beperkt en welomschreven domein betrekking. Maar in de overdreven pauscultus die zich in de
negentiende en twintigste eeuw heeft ontwikkeld, is zij buitenproportioneel uitvergroot geraakt en is de gedachte
ontstaan dat paus en curie geen fouten kunnen maken. Die gedachte lijkt iedere katholiek ook trouw te moeten
aanhangen, anders komt het hele ‘systeem’ in gevaar.
Wills pleit tegenover deze kerkelijke cultuur van manipulatie van de waarheid voor een cultuur van eerlijkheid en
waarheid, van oprechtheid en transparantie. Dat pleidooi houdt Wills echter niet primair als historicus, maar als
betrokken gelovige. De kerk gaat hem ter harte, en juist daarom windt hij zich over haar op.
Dat werd niet door iedereen begrepen. Wills kreeg van mensen binnen en buiten de kerk te horen: ‘waarom wil je nog
bij die kerk horen, als die zo vol bedrog en manipulatie is?’ Binnen de kerk kwam dat geluid van behoudende
katholieken, vooral van de zich in de Verenigde Staten krachtig roerende ‘neoconservatieven’, die Wills als het
ware op eigen gezag de kerk uit stuurden: ‘als je je zo schaamt voor de moederkerk, hoor je er niet meer bij’.
Van buiten de kerk kwam de boodschap uit de mond of de pen van notoire tegenstanders van het rooms-katholicisme,
die zich nu door Wills in hun eigen gelijk bevestigd voelden: ‘stap uit de kerk en voeg je bij ons’. De filosoof
Richard Rorty schreef in de New York Times dat Wills wel gelijk had met oneerlijkheid in kerkelijke leiders te
bekritiseren, maar dat hij ongelijkheid had met iets anders te verwachten. Als de kerk de waarheid zou vertellen,
zou ze ten onder gaan, aldus Rorty, want ‘falsehood is its necessary foundation’.
De reacties hadden met elkaar gemeen dat ze geen recht deden aan de kerkelijke betrokkenheid van waaruit Wills
zijn boek juist geschreven had. Beide geluiden, zowel die van conservatieve zijde binnen de kerk als die van
niet-kerkelijke critici, miskenden dat Wills zijn boek niet tegen de kerk schreef, maar juist in dienst van de kerk,
en dat zijn kritiek niet voortkwam uit haat jegens de kerk, maar uit plaatsvervangende schaamte voor die kerk, die
ook zijn kerk is.
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• De Joodse bijbel - Woord van God of gevaarlijke mythe? (Ernest Maes)
• Voor God, Kerk en Vaderland, Belgische Religieuzen in Wereldoorlog II (Gabriel Verbeke)
• Het Sacrament van Mirakel. Jodenhaat in de Middeleeuwen (Luc Dequeker)
• De laatste drie pausen en de joden (Pinchas Lapide)
• De paus en de jodenvervolging - Johannes Paulus II herschrijft de geschiedenis (Dr. Hans Jansen)
• In Godsnaam - De katholieke kerk en de jodenvervolging (David I. Kertzer)
• Stadhouders van Christus - De schaduwzijde van het Pausdom (Peter de Rosa)
• Een Morele Afrekening (Daniel Jonah Goldhagen)
• De Rooms Katholieke Kerk en Nazi-Duitsland (Guenter Lewy)
• Kruis met Haken - Duitse Christenen in het Derde Rijk (Doris L. Bergen)
• Hitlers Paus. De verborgen geschiedenis van Pius XII (John Cornwell)
• Pauselijke zonde. Geconstrueerd bedrog (Garry Wills)
• Het seksleven van de pausen (Nigel Cawthorne)
• Papa Ratzi. Paus & ketter (Eddy A. M. Daniels)