
Waarom hebben de joden zich als schapen naar de slachtbank laten leiden? Veel joden van de jonge generatie stellen zich
deze kwellende vraag. Met de bestaande verklaringen, die vaak ontwijkend of vaag waren, nam
Jean-François Steiner geen genoegen. Hij besloot om terug te keren tot de feiten en die onbevangen tegemoet te treden.
Zijn onderzoek leidde naar het vernietigingskamp Treblinka, waar uitersten hebben bestaan van verschrikking, vernedering
en heldendom. In de vernedering, de moed der wanhoop, de collaboratie en het uithoudingsvermogen die hebben geleid tot een georganiseerde opstand,
heeft hij een nieuw antwoord gevonden, dat de zogenaamde lafheid van de joden weerlegt.
Steiner heeft niet als historicus te werk willen gaan, maar de ervaringen van de gevangenen gestalte willen geven. Hiervoor
was een zekere regie noodzakelijk, zoals de reconstructie van gesprekken die hij natuurlijk niet woordelijk kende. Maar elk
detail wordt gewaarborgd door de schriftelijke of mondelinge getuigenissen die hij ontvangen heeft en met elkaar vergeleken.
Men zal in dit boek geen bijzonderheden vinden over de rol van de in Brazilië gearresteerde
SS-Obersturmführer Franz Stangl, kampcommandant van Treblinka.
Slechts één van de veertig overlevenden maakte melding van zijn naam. Stangl zou zich bezig gehouden hebben met de adminstratieve leiding en zou weinig
contact gehad hebben met de kampbewoners. En zij zijn het die in dit boek centraal staan.
Jean-François Steiner werd op 17 februari 1938 in de omgeving van Parijs geboren. Zijn joodse vader werd gedeporteerd en keerde
niet terug. Zijn katholieke moeder hertrouwde met een joodse arts, opdat de kinderen de opvoeding zouden krijgen die hun vader gewenst had. Zeventien
jaar oud gaat hij voor anderhalf jaar naar Israël waar hij het leven in de kibboets leert kennen. Teruggekeerd in Frankrijk studeert hij aan de Sorbonne,
tot hij in 1959 met een parachutistenregiment naar Algerije vertrekt. Na twee jaar diensttijd werkt hij mee aan
Combat en publiceert
in 1962 een verhaal over het parachutistenleven in
Les Temps Modernes. Hij is medewerker aan
Réalités,
L'Express en
Le Nouveau Candide. Hij
werkt thans [in 1966] aan een toneelstuk, een roman en een boek over Duitsland.
De opstand in Treblinka van 2 augustus 1943. Bron: ARC
Treblinka
In de eerste maanden van 1943 vormde zich in Treblinka een verzetsgroep. Hiervan maakten deel uit Galewski,
Dr Julian Chorazycki, Zelo Bloch, Zvi Kurland, Rudolf Mazarek en Dr Leichert. Niet iedereen overleefde de opstand; velen
zouden sterven als helden. Toen het verbranden van de lichamen bijna was voltooid en het duidelijk was dat het kamp en
zijn gevangenen zouden worden geliquideerd, stelden de leiders van de ondergrondse beweging vast dat de opstand niet
langer kon worden uitgesteld. Als startmoment werd vastgesteld 2 augustus 1943 om 5 uur ’s middags.
In het begin verliep de opstand volgens plan. Met een nagemaakte sleutel werd het wapendepot geopend. De wapens werden
verdeeld onder de leden van de verzetsgroep. Vlak voor het voorziene begin van de opstand besloten sommige SS-ers te gaan
zwemmen in de nabijgelegen rivier de Boeg, zodat het garnizoen verzwakt werd. Hierdoor zagen de opstandelingen zich
genoodzaakt de start te vervroegen.
Zij die beschikten over gestolen wapens openden het vuur op de kampbewakers. De brandstoftanks explodeerden en houten
barakken werden in brand gestoken. De gaskamers liepen geen schade op. Een groot aantal gevangenen probeerde daarna de
afrasteringen te bestormen om zo uit het kamp te ontsnappen. Zij werden beschoten door de bewakers op de wachttorens.
De meeste vluchters werden doodgeschoten toen zij vast kwamen te zitten in het prikkeldraad in de anti-tankgrachten.
Op hen die erin slaagden te ontsnappen, werd de jacht geopend door de plaatselijke politie en veiligheidstroepen, waaronder
bewakers uit Treblinka. Toen de opstand op 2 augustus 1943 begon, waren er nog 1.100 gevangenen in het kamp. Slechts 200
van hen slaagden erin uit te breken. Slechts een zestigtal ontsnapten beleefden het einde van de oorlog en konden de wereld
vertellen over de gruwelen van Treblinka.
Van de in het kamp na de opstand achtergebleven gevangenen werden sommigen direct doodgeschoten. De overigen moesten
de resten van het kamp slopen en alle sporen uitwissen van de moorddadige activiteiten die er hadden plaatsgevonden.
Omdat de gaskamers nog steeds werkten, werden de laatste slachtoffers vergast op 21 augustus 1943.
Lees ook deze artikels op Verzet.org:
• SS-Obersturmführer Franz Stangl, kampcommandant van Treblinka
• De Uitvinders van de Endloesung (R. Hilberg)
• Mobiele vergassingswagens. Industriele moord op volle toeren
• De methode Brack: Vergassingstoestellen (Vergasungsapparate)
• Walter Rauff: '..speciale vrachtwagens of andere middelen..'
• Het Euthanasieprogramma T4, voorspel tot de holocaust
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Over kampliteratuur (Jacq Vogelaar)
• Het getto van Odessa. De vernietiging van de joodse gemeenschap in de Oekraïne (Starodinski)
• De Duisternis tegemoet. Frans Stangl, commandant van Treblinka (Gitta Sereny)
• Eichmann in Jeruzalem. De banaliteit van het kwaad (Hannah Ahrendt)
• DVD-film: SHOAH - Filmdocument van C. Lanzmann