Wij gaan naar Amerika, van de auteur van
De Vlamingen op de Titanic, is het ontroerende verhaal
van mensen op zoek naar een beter leven in de Nieuwe Wereld.
Tussen 1850 en 1930 maakten zowat 150.000 landgenoten de oversteek naar de Nieuwe Wereld. In ons land was voor hen geen toekomst meer:
de oogsten mislukten, de mensen leden honger, de lakenindustrie stuikte in elkaar, er heerste werkloosheid. Als derdeklaspassagier
maakten zij de overtocht in soms ellendige omstandigheden. En ook de aankomst in New York liep voor veel Belgen anders dan ze hadden gehoopt. Velen werden geweigerd, anderen geraakten
het land wel in, maar werden bedrogen en kwamen van de regen in de drop terecht.
In dit uitvoerig geïllustreerd boek vertelt Dirk Musschoot op meeslepende wijze over de wederwaardigheden van die Belgische landverhuizers.
Wie waren zij, waar gingen zij naartoe, hoe verliep hun reis? Om dit boek te kunnen schrijven interviewde de auteur tientallen nabestaanden
van Belgische emigranten, dook hij onder in de archieven en las hij tientallen brieven en dagboeken. Het resultaat is een
ontroerend document over een stukje vaderlandse geschiedenis dat we al lang vergeten waren.
Dirk Musschoot (º1961) is journalist. Hij debuteerde in 1987 en schreef sindsdien vooral informatieve kinder-
en jeugdboeken. In 1990 won hij een Boekenwelp voor
De Berggids vertelt (Casterman). In 1993 werd hij in Nederland
bekroond met een Vlag en Wimpel voor zijn werk als eindredacteur van
Lannoo's Encyclopedie voor de Jeugd. In 1995
schreef hij het Jeugdboekenweekgeschenk
Hoog Tijd!, in 2000 de bestseller
De Vlamingen op de Titanic
en in 2001
Halfweg, de biografie van Koen Crucke. Recente werken zijn
En toen kwam de vijand (2003),
België bevrijd (2004) en
Mijn reisgids Noord-Engeland. De 99 favoriete plekken van Dirk Musschoot (2006). De persoonlijke website van Dirk Musschoot:
http://www.dirkmusschoot.be/
'Men is verlegen te zeggen dat men een Belg is'
België dumpt (ex-)gevangenen en landlopers in de Verenigde Staten (samengevatte paragrafe uit het boek blz 42-48)
Halfweg de negentiende eeuw was het crisis, er was armoede, dus waren er bedelaars en landlopers. Tussen 21 en 29 november
1845 werden in Brugge zeven bedelaarsbenden opgepakt door de politie. De benden telden 8 tot 51 leden. Hun leeftijd varieerde
van 8 tot 73 jaar. Kinderen en oude mensen, de armoede spaarde niemand. Landlopers die in herhaling vielen werden opgesloten in gevangenissen, krankzinnigengestichten en bedelaarshuizen. Zij vormden
een bevolking '
die niemand zag en bijna niemand bezocht'. Zij waren het uitschot, '
waarvan de voorspoedigen dezer
aarde en de gevoelige lieden de aanblik niet zouden verdragen'.
Rond 1850 waren er in ons land vijf landloperskolonies: Bergen, Brugge, Hoogstraten, Rekkem en Ter Kameren. Bergen ging dicht in 1966, Ter Kameren in 1972.
Brugge werd een instelling voor vrouwen, Rekkem een landloperskolonie voor minderjarigen. Bedelaars, krankzinnigen, kinderen, bejaarden, mannen en vrouwen
zaten in de kolonies vast in weinig benijdenswaardige omstandigheden. Overdag werkten ze in de werkplaatsen van de kolonie,
zo'n tien uur per dag. In hun schaarse vrije tijd leefden ze op elkaar gepakt in veel te kleine slaapzalen waar het ongedierte vrij
spel had.
Vanaf 1875 waren Hoogstraten, Merksplas en Wortel onder de naam
Colonies agricoles de bienfaisance de enige bedelaarskolonies
voor het hele land. In Hoogstraten (110 ha.) werden bejaarden, zieken en gebrekkigen ondergebracht. Wortel (570 ha.) was voor validen.
Merksplas (520 ha.) ten slotte voor de beroepsbedelaars en landlopers. Tegen het eind van de negentiende eeuw zaten in Merksplas
zesduizend landlopers. Driekwart zat er toen al voor de vierde keer of meer.

In de drie vestigingen van de
Colonies agricoles de bienfaisance samen zaten rond 1870 zo'n twintigduizend landlopers. De
landloperskolonies zaten vol en de economische toestand van het land was niet van dien aard dat er mocht worden gehoopt op een afname
van het aantal tot de bedelstaf veroordeelde landgenoten. Integendeel.
Om de druk van de ketel weg te halen, begon de Belgische overheid al vrij vroeg Belgische landlopers in de Nieuwe Wereld te dumpen. Tussen pakweg
1850 en 1855 stuurde ons land grote groepen landlopers naar de Verenigde Staten. Vanuit de landloperskolonie in Hoogstraten alleen al vertrokken in die periode
honderden behoeftige mannen naar Amerika. Ze kwamen uit opvangcentra of gevangenissen uit heel het land: Leuven, Mechelen, Brussel, Gent, Antwerpen,
Willebroek...
Veel landlopers hadden ooit een beroep gehad en lieten in België vaak vrouw en (veel) kinderen achter. De tickets voor hun overtocht, in 1851
170 frank per hoofd voor 'voorzieningen, voeding en overtocht', werden betaald door de administratie van de bedelaarskolonie, de provincie
Antwerpen zorgde voor de praktische afhandeling.[..]
De overheid subsidieerde niet alleen het vertrek van ex-gedetineerden, ze maakte ook gebruik van het systeem van vrijwillige verbanning: wie in België een gevangenisstraf moest uitzitten, kon die laten omzetten
in een aantal jaren verblijf in een 'vreemd land'. Op 15 december 1862 werd de toen 43-jarige Jean François Mol uit Emblem bij Lier door het tribunaal van Mechelen
veroordeeld voor aftroggelarij van zijn vader, die hij zo'n veertigduizend frank afhandig had gemaakt. Mol werd veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vier
maanden of... vijf jaar in een vreemd land. Kort daarna deed Mol een aanvraag voor een paspoort voor den vreemde...
Er is weinig verbeeldingskracht nodig om zich een idee te vormen hoe het die mensen in het 'Beloofde Land' verging. Het
duurde dan ook niet lang of er kwam reactie uit de Verenigde Staten. De Amerikaanse consul te Antwerpen schreef een
protestbrief: "Men vraegt met reden, of de gouvernementen van Europa straffeloos ons hunne landloopers en deugenieten
konden overstieren." In 1856 besliste de Belgische regering om zich niet langer rechtsstreeks bezig te houden met
de emigratie van landgenoten naar Amerika, en stopte ons land ook met het 'deporteren' van bedelaars en gevangenen,
waarvan er tussen 1850 en 1856 naar schatting 630 aan de andere kant van de Oceaan waren gedumpt.
België en Nederland, landen van eeuwenoude en hedendaagse volksverhuizingen
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Het Salon is Vol? (Jules Fernon)
• De nieuwe volksverhuizingen? Migraties in de wereld (Freddy de Pauw, Els de Temmerman e.a.)
• Het hemels vaderland. Hollanders in Siberië (Bart Rijs)
• Vluchten voor de Groote Oorlog. Belgen in Nederland 1914-1918 (redactie J.B.C. Kruishoop en M. Bossenbroek)
• Vluchten voor de oorlog. Belgische vluchtelingen 1914-1918 (Michaël Amara, Piet Chielens e.a.)
• Oostboeren, Zee-Germanen en Turfstekers (David Barnouw)
• Gouden Handel. De eerste Nederlanders overzee en wat zij daar haalden (Wim Wennekes)
• 1585. De Val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders (Gustaaf Asaert)
• In de Kaukasus. Dagboek van August Muls, een Antwerps mijnexploitant 1917-1918 (red. Johan Braet en Eddy Stols)
• Montagne Russe. Belevenissen van Belgen in Rusland (red. Eddy Stols en Emmanuel Waegemans)
• Belgische emigranten (Anne Morelli)
• Een kortstondige kolonie. Santo-Tomas de Guatemala (1843-1854) (Stefan van den Bossche)
• Landverhuizers. Antwerpen als kruispunt van komen en gaan (Lieven Saerens, Robert Vervoort e.a.)
• In de Rue des Flamands. Het schamele epos van Vlaamse emigranten in Wallonië (Guido Fonteyn)
• Nationalisme in België. Identiteiten in beweging 1780-2000 (Kas Deprez en Louis Vos)
• De grote mythen uit de geschiedenis van België, Vlaanderen en Wallonië (Anne Morelli)
• Geschiedenis van het eigen volk - De vreemdeling in België van de prehistorie tot nu (Anne Morelli)
• Ongewenste gasten - Joodse vluchtelingen en migranten in de dertiger jaren (Frank Caestecker)
• Vluchtelingenbeleid in de naoorlogse periode (Frank Caestecker)
• Waarom die Italianen (Fred Vanhinsberg)
• Wij gaan naar Amerika. Vlaamse landverhuizers naar de nieuwe wereld 1850-1930 (Dirk Musschoot)
• Potemkinse dorpen. Belgen in Rusland (red. Emmanuel Waegemans)
• Onze Kongo (Hilde Eynikel)
• Leopold II & Kongo - Het evenaarsdistrict en het kroondomein 1885-1908 (Daniel Vangroenweghe)
• Van Algebra tot Pyama. Arabieren in de Vlaamse Cultuur (red. Gunther Dauwen)