headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De nazi's. Een waarschuwing uit het verleden (Laurence Rees)
De Joden. Geschiedenis van een volk; Nina Koshofer & Sabine Klauser; 2008; 2 x DVD; 260 min.
Tuesday 13 May 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Rudolf Höss, commandant van Auschwitz. Zelfportret van een beul (Rudolf Höss/Martin Broszat) PDF Afdrukken E-mail
Sunday 01 July 2007


Titel          Rudolf Höss, commandant van Auschwitz. Zelfportret van een beul
Orig.         Kommandant in Auschwitz. Autobiographische Aufzeichnungen von Rudolf Höss © 1958
Auteur      Rudolf Höss
Uitgeverij © Kruseman, Den Haag; 1960; 254 bladzijden
ISBN         D/1960
Synopsis by Verzet.org

Negationisten willen geen feiten; ze willen haten, vervormen en dwarsliggen

Over dit zelfportret dat Rudolf Höss schreef in januari/februari 1947 in de gevangenis van Krakau (Polen) is al heel wat commotie geweest. Negationisten (gepassioneerde 'feiten'-ontkenners, verdraaiers van de waarheid en minimaliseerders van de Jodenmoord tijdens WO II) hebben al van bij het eerste verschijnen ervan dit boek trachten onderuit te halen. Höss zou zijn biografische overpeinzingen onder dwang hebben geschreven, en dat na zware folteringen, het zou in het Engels zijn geschreven en dat was een taal die Höss niet machtig was, het zou een vervalsing zijn enz. 'Allemaal fabels', beweren de negationisten, 'ontsproten aan het brein van een fantast', die hij neergepend heeft 'in opdracht van de geallieerde overwinnaars'.

Gie van den Berghe: "Negationisten slaan uit alles munt. De bekentenis van Rudolf Höss beschouwen ze naargelang het hen uitkomt als een vervalsing, een door foltering afgedwongen getuigenis of een authentiek document. En dat doen ze soms in een en hetzelfde geschrift. Ze verwerpen Höss' getuigenis, putten eruit en proberen bepaalde contradicties aan te tonen. Doorgaans verzwijgen ze ook dat Höss tegenover verschillende autoriteiten onderling overeenstemmende getuigenissen heeft afgelegd over uitroeiing en vergassing. De enkele keer dat ze Höss' andere getuigenissen wel vermelden doen ze alsof ze onleesbaar zijn." Bron: Serendib: Ontkenning van de jodenuitroeiing

Een negationist zou nog geen olifant [wel kunnen maar niet willen] herkennen, zèlfs niet als die in zijn voortuin staat te grazen. Ook voor de negationist is de waarheid en het impact van de gruwel die er in de concentratiekampen gebeurde, wellicht te schokkend en te brutaal om te bevatten en te erkennen. Wat integendeel wèl opvalt is dat negationisten op de eerste rij staan om genociden en misdaden tegen de menselijkheid die elders in de wereld hebben plaatsgevonden (en nog plaatsvinden) aan te klagen en te erkennen, maar de grootste, de best gedocumenteerde, de meest systematische en tot in de kleinste details best georganiseerde moord met voorbedachte rade op een volk, dat met de enige bedoeling dat volk tot de laatste man, vrouw, kind en grijsaard uit te roeien, die verschrikkelijke waarheid kan nièt, mag nièt gebeurd zijn.

De reden voor die ontkenning van feiten is eenvoudig: het ideëengoed en de perfide rassentheorieën [Eigen Volk Eerst] die op een rationele wijze tijdens de periode van het Derde Rijk werden gecultiveerd en op een boosaardige en georganiseerde fabrieksmatige wijze werden toegepast en uitgevoerd, staan een algemeen en ruim herstel van het gedachtegoed van het nationaal-socialisme en de Nieuwe Orde bewegingen van toen in de weg. Telkens weer worden rechts-extremisten gewezen tot wat dit gedachtegoed heeft geleid, en doemen voor iedereen die zich daarin [willen] verdiepen, de uitgemergelde nog amper levende concentratiekampgevangenen [Müselmanner] alsook de inkompoort van Auschwitz met de leuze 'Arbeit Macht Frei' weer op. En van die associatiebeelden, daarvan moet neo-extreemrechts absoluut afraken wil het ooit een ruime doorbraak kennen en door een brede stroming onder de bevolking opnieuw gedragen kunnen worden.

"Bewijzen voor de holocaust -de Shoah- zijn er natuurlijk in overvloed. Oud-SS'ers verhaalden na de oorlog openhartig over hun verleden, tijdens de Neurenbergprocessen en de rechtszaak tegen Eichmann in Jeruzalem zijn honderden, elkaar vaak tot in de details bevestigende getuigenissen opgetekend, en er zijn bestellijsten, transportlijsten, dodenlijsten. Voormalige personeelsleden hebben zeer nauwkeurig verteld hoe ze te werk gingen. Het verhaal van Rudolf Höss, jarenlang de commandant van Auschwitz, komt bijvoorbeeld tot in de details overeen met dat van de Duits-Engelse tolk Pery Broad. Om deze overeenkomsten te verklaren moeten negationisten in ieder geval aannemen dat al deze getuigen hun verhaal onderling hebben afgestemd, dat wil zeggen, de nazi's en hun slachtoffers! Negationisten willen geen feiten; ze willen haten, vervormen en dwarsliggen. Ontkenners proberen feiten tot meningen te reduceren, en dàt is de reden waarom historici niet met hen in debat willen gaan." Ted de Hoog in Tegen de geschiedenis. De psychologie van het moderne antisemitisme
Inleiding door Martin Broszat
[licht aangepast en ingekort door Verzet.org, blz. 6 t/m 22]
 
Ontstaan van de aantekeningen van Höss

De voormalige SS-Obersturmführer Rudolf Höss, leidde het concentratiekamp Auschwitz, dat bestond van de zomer 1940 tot januari 1945, drie-en-een-half jaar lang en wordt daarom met recht als commandant van Auschwitz genoemd. Na de val van het Derde Rijk was Höss onder een andere naam, Franz Lang, ondergedoken. Höss werd opgepakt en tijdelijk opgesloten in een krijgsgevangenenkamp. Na zijn vrijlating werd hij aan het werk gezet in de landbouw. Echter, in het voorjaar van 1946 werd hij herkend en op 11 maart 1946 in de omgeving van Flensburg in Sleeswijk-Holstein ingerekend door de Britse militaire politie [afbeelding rechts]. Hij werd op 13 en 14 maart 1946 voor het eerst verhoord door de Engelse Field Security Section, verhoor dat ook in een procesverbaal werd vastgelegd.

Op 25 mei 1946 werd Höss door de Britten uitgeleverd aan Polen. Höss werd overgebracht naar Warschau en vandaar naar Krakau waar het onderzoek naar zijn activiteiten tijdens de voorbije oorlog werd geopend. De Officier van Justitie van de Poolse Opperste Volksrechtbank, die speciaal was ingesteld voor de berechting van oorlogsmisdadigers, diende meteen een aanklacht tegen hem in. Het zal evenwel nog tien maanden duren vooraleer zijn proces in Warschau werd aangevat. Intussen was ook het grote Neurenberg proces begonnen en werd Höss tijdens de maand april van 1946, tijdelijk overgebracht naar het Militair Tribunaal in Nürenberg om daar getuigenis af te leggen als getuige a décharge van SS-Obergruppenführer Ernst Kaltenbrunner, de opvolger van Reinhard Heydrich, die verantwoordelijk was voor de concentratiekampen in het Generalgouvernement (in het huidige Polen gelegen). In Nürenberg stonden op dat ogenblik 22 kopstukken van het Duitse Rijk voor hun rechter waar zij verantwoording moesten afleggen voor misdaden tegen de menselijkheid en het oorlogsrecht.

In Neurenberg moest Höss als getuige a décharge[!] voor de hoofdbeklaagde SS-er Kaltenbrunner verschijnen en werd hij midden mei door de Amerikaanse Officier van Justitie in verband met het zogeheten 'Pohlproces' en het 'I.G. Farbenproces' verhoord. Na zijn getuigenis werd Höss teruggevoerd naar Krakau in afwachting van zijn proces. Tijdens zijn gevangenschap in de gevangenis van Krakau, schreef Höss de omvangrijke aantekeningen alsmede zijn autobiografie, waarvan de belangrijkste in dit boek werden gepubliceerd. Op zijn proces ontkent Höss elke schuld en verantwoordelijkheid voor de dood van miljoenen onschuldige mensen, en hield hij tot het einde staande dat 'hij enkel bevelen heeft uitgevoerd'. Pas op 2 april 1947 velde de Poolse Opperste Volksrechtbank het doodvonnis tegen Höss, dat veertien dagen later [in het kamp van Auschwitz op de plaats van de misdaad zelf!] op 16 april 1947 door de strop werd voltrokken.

Een zeer mededeelzame gevangene...

Afbeelding links: Rudolf Höss in de getuigenbank op het proces van Neurenberg

Het verloop en de duur van van Höss' hechtenis in Krakau werden beïnvloed door een feit, dat men reeds in Neurenberg had opgemerkt: de commandant van Auschwitz bleek namelijk een zeer mededeelzame gevangene te zijn, die met onverwachte nauwgezetheid, geholpen door zijn goede geheugen, de aan hem gestelde vragen meestal zeer precies en nauwkeurig beantwoordde. Reeds uit de 'interrogations' van de Amerikaanse Officier van Justitie in Neurenberg was gebleken, en door mededelingen van Dr. Sehn omtrent zijn verhoor in Krakau werd bevestigd, dat Höss een soort postume belangstelling voor zijn daden aan de dag legde en door spontane mededelingen en rechtzettingen van fouten, die hem waren ingevallen, degenen die hem verhoorden op welhaast bevreemdende wijze behulpzaam trachtte te zijn. Ofschoon men Höss in Krakau had medegedeeld dat hij volgens het Poolse recht verklaringen mocht weigeren, schijnt hij daarvan geen gebruik te hebben gemaakt. Integendeel: door middel van aantekeningen, die hij de Poolse rechter van instructie overhandigde, verstrekte hij uit zichzelf, zonder dat dit hem werd gevraagd, zo gedetailleerd en vakkundig mogelijk inlichtingen over talrijke personen en zaken.

Toen Höss op het proces van Neurenberg van op de getuigenbank verslag uitbracht over de gebeurtenissen in Auschwitz met dezelfde afstandelijke zakelijkheid zoals die ook in zijn autobiografie en aantekeningen tot uiting komt, had die op alle aanwezigen op het proces een tegelijk schokkende en verlammende sensatie. Alhoewel er toen al redelijk veel bekend was over Auschwitz, verwekte Höss optreden, zijn nuchtere verklaringen over de massale vergassingen in Auschwitz tot zelfs op de banken van de hoofdbeklaagden onbehagen en schrik die nog lang nawerkten en zelfs door Görings gespeelde onbekommerdheid, die hij tot het einde toe volhield, niet kon worden uitgewist. Wie tot dusver niet had willen geloven wat reeds tijdens de oorlog over Auschwitz in het buitenland bekend was geworden en ook in Duitsland zelf als hardnekkig gerucht steeds weer was opgedoken, die kon er nu niet meer aan twijfelen dat in Auschwitz de demonie van het nationaal-socialisme in de vorm van een zorgvuldig uitgedachte, gerationaliseerde vernietigingstechniek een realiteit was geworden, die het menselijke bevattingsvermogen te boven ging.

Höss schreef deze aantekeningen tussen de verhoren door. Deels vormden zij een soort voorbereiding voor toekomstige verhoren, deels waren het samenvattingen of aanvullingen van de verklaringen die hij reeds had afgelegd, soms ontstonden zij ook onafhankelijk daarvan. De behoefte, de tijd van zijn gevangenschap te vullen met het schrijven van zijn verleden, en het gerecht met zijn kennis en ervaring van dienst te zijn, is tenslotte ook aanleiding voor Höss geworden om zijn biografie te schrijven. Höss bemerkte natuurlijk de verhoogde belangstelling, die men voor zijn persoon en karakter gevoelde toen bleek, dat men de commandant van Auschwitz zeker niet zo maar zonder meer tot de gewone 'beroepsmisdadigers' mocht rekenen.

Höss biografie is, evenals de afzonderlijke notities die tussen de verhoren in werden geschreven, ontsproten aan zijn verlangen om de rechters in te lichten over zijn zaak. De perfect functionerende kampcommandant van Auschwitz blijkt een even voorbeeldige gevangene te zijn, die niet alleen graag wil laten zien hoeveel hij wel weet van de concentratiekampen en de vernietiging van de Joden, maar ook het werk van de gevangenis-psychiater gemakkelijker tracht te maken door over zichzelf, zijn leven en zijn 'psyche', zoals hij die ziet, uitvoerig rekenschap te geven. Hierin komt men reeds de bevreemdende, doch voor Höss karakteristieke, trekjes tegen die in zijn autobiografie nog veel duidelijker naar voren treden: overhaast-ijverige nauwgezetheid van een man, die steeds in dienst van de een of andere autoriteit staat, die steeds zijn plicht doet, als beul zowel als mededeelzame delinquent, die steeds een tweedehands leven heeft geleid steeds afstand heeft gedaan van zijn eigen ik, het gerecht schenkt in de vorm van een autobiografie, om de zaak te dienen.

Een autenthiek [gruwel]boek

De formele authenticiteit van de aantekeningen en autobiografie staat onomstotelijk vast, daar er met de hand geschreven geschriften van Höss beschikbaar waren en aldus een vergelijking van handschrift mogelijk was. Doch de echtheid van de notities blijkt in de allereerste plaats uit hun subjectieve inhoud. Wat Höss schrijft en hoe hij het schrijft bewijst, dat hier de commandant van Auschwitz aan het woord is, die zeer vertrouwd is met zijn onderwerp. Tegelijkertijd vormt het een betrouwbaar criterium voor het feit, dat de notities vrijwillig zijn geschreven, dat zij niet door de een of de ander zijn beïnvloed en dat er niet op een of andere wijze mee is gemanipuleerd. Bovendien worden vele details uit de Krakauer noties en ook de mededeelzaamheid van de schrijver die daaruit blijkt -hoe verwonderlijk deze ook mag schijnen- bevestigd door de verslagen van de Neurenbergverhoren en door Dr. Gilbert's rapport over Höss [zie boekbespreking op deze site: Terwijl de strop hun wachtte, originele titel: Nuremberg Diary door G.M. Gilbert]

Het boek werd voor het eerst uitgebracht door het Poolse Ministerie van Justitie in Warschau. Het verscheen als publicatie in het Biultyn Glownej Komisj Bdania Zbrodni Hitlerowskich w Polsce, deel VII. In 1956 verscheen een tweede, volledige Poolse uitgave van de aantekeningen van Höss bij de Juridische Uitgeverij in Warschau onder de titel 'Wspommienia Rudolf Hössa, Komendanta Obuzu Oswiemskiego' (Herinneringen van Rudolf Höss, commandant van het kamp Auschwitz). Die uitgave bevat vele aantekeningen van Höss, de autobiografie en ook de beide afscheidsbrieven, die Höss voor zijn terechtstelling op 11 april 1947 aan zijn vrouw en kinderen in Duitsland schreef en die in Polen werden gefotocopieerd voor zij werden verzonden. Het boek en Höss' aantekeningen bleven aanvankelijk circuleren in zeer beperkte kring en het fascinerend-angstaanjagende van deze documenten inspireerde de Franse auteur Robert Merle om er zelfs een roman over te schrijven: 'La mort est mon métier' (uitg. Gallimard, Parijs 1952). De afbeelding hiernaast is een heruitgave uit 1976.

Enkele jaren later bleek een heruitgave in de oorspronkelijke Duitse taal noodzakelijk. Waarna een reeks vertalingen verschenen in verschillende talen. Deze Nederlandse vertaling uit 1960 is gebaseerd op de eerste Duitstalige heruitgave van 1958. Höss gaf zijn aantekeningen en autobiografie de titel mee 'Meine Psysche. Werden, Leben und Erleben' (vert. Mijn Psyche. Wording, leven en beleven). De eerste helft (de autobiografie) bevat zo'n 114 bladzijden en de andere helft wordt gevormd door 34 afzonderlijke aantekeningen, die wat omvang betreft sterk verschillen. Voor het grootste deel gaan zij over leiders binnen de SS, Himmler, Pohl, Theodore Eicke, Odilo Globocnik, Heinrich Müller, Eichmann e.a. en over een aantal ander SS-functionarissen die in Auschwitz werkzaam waren. Daarnaast bestaat er een kleine serie aantekeningen over bepaalde procedures: vernietiging van de Joden in Auschwitz, tewerkstelling van gevangenen, kampindeling enz.

Höss over de eerste vergassingen, september 1941 [blz 149-150]

"De eerste kleine transporten werden door executie-commando's van de troep doodgeschoten. Tijdens een dienstreis had mijn plaatsvervanger, Schutzhaftlagerfüher Karl Fritzsch, gas gebruikt om hen te doden. En wel met het blauwzuurpreparaat Zyklon-B, dat in het kamp voortdurend voor de verdelging van ongedierte werd gebruikt en voorradig was. Na mijn terugkeer meldde hij dit en voor het volgende transport werd wederom gas gebruikt. De vergassing vond plaats in de cellen van Blok 11. Ikzelf heb er, beschermd door een gasmasker, naar gekeken. De dood volgde in de volgepropte cellen onmiddellijk na het inwerpen van het gas. Een kort, verschrikt schreeuwen en alles was voorbij. Deze eerste vergassing van mensen drong niet geheel tot mijn bewustzijn door, misschien was ik te zeer onder de indruk van het gehele gebeuren. Duidelijker herinner ik mij de vergassing van 900 Russen in het oude crematorium, daar het gebruik van Blok 11 te veel moeilijkheden met zich meebracht, die kort daarop volgde. Terwijl het transport al in het crematorium stond, was men nog bezig gaten van bovenaf door het betonnen dak van het lijkenhuis te slaan.

De Russen moesten zich in de voorste ruimte ontkleden en gingen allen heel rustig het lijkenhuis binnen, daar hen verteld werd dat zij daar ontluisd zouden worden. Het gehele transport ging precies in het lijkenhuis. De deuren werden gesloten en het gas door openingen binnengelaten. Hoe lang dit geduurd heeft weet ik niet. Doch geruime tijd was het gesis nog te horen. Toen het binnenkwam schreeuwden er enkelen 'gas!', daarop begonnen ze allemaal geweldig te brullen en naar de beide deuren te dringen. Doch deze hielden stand. Pas verscheidene uren later werden de deuren geopend en de ruimte geventileerd. Toen zag ik voor de eerste maal gaslijken en masse. Ik voelde mij toch onbehaaglijk, ik rilde, alhoewel ik mij de dood door gas erger had voorgesteld. Ik stelde mij daarbij altijd een martelende verstikkingsdood voor. Doch de lijken waren geen van allen verkrampt. De artsen legden mij uit, dat blauwzuur verlammend op de longen werkt, doch de uitwerking is zo snel en zo hevig, dat verstikkingsverschijnselen, zoals bijvoorbeeld bij lichtgas of door gebrek aan zuurstof, niet voorkomen.

Over het doden van de Russische krijgsgevangenen op zichzelf brak ik mij toenertijd het hoofd niet. Het was bevolen, ik moest het doen. Doch ik moet eerlijk zeggen, dat deze vergassing een kalmerende uitwerking op mij had omdat immers binnen afzienbare tijd met de massale vernietiging der Joden moest worden begonnen en noch Eichmann noch ik wisten, op welke manier wij deze massa's moesten doden. Het zou wel met gas moeten gebeuren, doch hoe en met welk gas? Nu hadden wij het gas en wij hadden ook ontdekt hoe het in zijn werk ging. Ik had altijd een afschuw van het doodschieten, als ik aan die massa's, aan de vrouwen en kinderen dacht. Ik had meer dan genoeg van de executies van gijzelaars, van het doodschieten van hele groepen mensen, die door de Reichsführer van de SS of het RSHA waren bevolen. Nu was ik toch gerustgesteld dat ons al deze bloedbaden bespaard zouden blijven en dat ook de slachtoffers tot het laatste moment gespaard zouden worden.
"

Een kleinburgerlijk-normale man...

In het opsommen van concrete en gedetailleerde feiten over het systeem der concentratiekampen en de praktijk, die in Auschwitz gelijk was aan vernietigingswaan, ligt niet de enige betekenis van de Höss-biografie als historische bron. Minstens even belangrijk is, dat zij als getuigenis van hem, die het kamp Auschwitz oprichtte en leidde, vertelt welk soort mensen het waren die het apparaat des doods bedienden, door welke morele en geestelijke constitutie zij daartoe in staat waren, welke aandriften, welke gevoels- en denk categorieën hierbij zich lieten gelden. Wat Höss onbewust door zijn aantekeningen tot het inzicht in deze materie bijdraagt, is misschien wel het interessantste aan hem. Door het geval Höss wordt overduidelijk bewezen, dat massamoord niet met persoonlijke wreedheid, met demonisch sadisme, met brute ruwheid en zogenaamde 'beestachtigheid', die allen als kenmerken van de moordenaar gelden, gepaard hoeft te gaan.

Höss aantekeningen weerleggen deze al te naïeve voorstellingen radicaal. De man, in wiens handen de dagelijkse leiding van de vernietiging van de Joden lag, was al met al een heel middelmatig mens, geenszins boosaardig, doch integendeel gesteld op orde en plichtsgetrouw. Hij hield van dieren en van de natuur, bezat op zijn manier zelfs een 'innerlijk leven' en was uitgesproken 'ethisch' aangelegd. Höss kan, met andere woorden, als voorbeeld dienen voor de stelling, dat dergelijke 'goede eigenschappen' iemand niet voor onmenselijkheid behoeden, doch geperverteerd en in dienst van een politieke misdaad gesteld kunnen worden.

Juist omdàt Höss' aantekeningen de produkten zijn van een kleinburgerlijk-normale man zijn zij zo schokkend, want wij kunnen ons nu niet meer veroorloven een scheidslijn te trekken tussen hen, die alleen uit idealisme en plichtsgevoel de zaak dienden en hen, die -zogenaamd- van nature wreed waren en de goede wil van de anderen door hun duivelse werken verdierven. Aan het voorbeeld van Höss wordt daarmee ook duidelijk, dat men het wezen van de onmenselijkheid, die in het Derde Rijk losbrak, miskent, wanneer men de gaskamers en concentratiekampen enkel en alleen op bijzondere Teutoonse wreedheid terug voert.
Afbeelding rechts: engelstalige editie: Commandant of Auschwitz by Rudolf Hoess © 1959 George Weidenfeld & Nicholson Ltd. / deze cover is de 2de engelstalige editie uitgebracht in 1961 door Pan Books Ltd. met een introductie van Lord Russell uit Liverpool, auteur van onder meer 'The Scourge of the Swastika', 'The Trial of Adolf Eichmann' en 'The Knights of Bushido: A Short History of Japanese War Crimes'


Concentratiekamp KZ Auschwitz - Birkenau - Monowitz

Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
•  Ik ontsnapte uit Auschwitz; inclusief de Auschwitz-Protocollen (Rudolf Vrba)
•  Auschwitz (Léon Poliakow)
•  Anus Mundi. Gevangene nummer 290 overleefde vijf jaar Auschwitz (Wieslaw Kielar)
•  Sonderkommando Auschwitz (Shlomo Venezia)
•  Het Auschwitz-Proces ...een bericht over de levenden en de doden (Hans Jacobs en Bert Stoops)
•  Rudolf Höss, commandant van Auschwitz. Zelfportret van een beul (Rudolf Höss/Martin Broszat)
•  Geen leugens over Auschwitz (Ebbo Demant)
•  Eichmann in Jeruzalem. De banaliteit van het kwaad (Hannah Ahrendt)
•  Nazi-Duitsland en de Joden. Delen 1 en 2 (Saul Friedländer)
•  De laatste reis. De vernietiging van de Joden in nazi-Duitsland (Martin Gilbert)
•  Auschwitz - Een geschiedenis (Sybille Steinbacher)
•  Dossier Auschwitz Brussel (Maxime Steinberg)
•  Pelgrim in Auschwitz (Jos Pauwels)
•  Strepen aan de hemel (Gerhard L. Durlacher)
•  Terug op de plaats die ik nooit heb verlaten (Tobias Schiff)
•  KZA 5148 (Regine Beer)
•  Een liefde in Auschwitz (Thilo Thielke)
•  Het Derde Rijk en de Joden. Documenten en getuigenissen (Léon Poliakow en Josef Wulf)
•  Holocaust - naar de bekende 4-delige mini TV-serie Holocaust uit 1978 (Gerald Green)

Lees ook deze artikels op Verzet.org:
•  Blok 10 in Auschwitz: het labo van Dr. Clauberg en Dr. Schumann
•  Dr. Jozef Mengele, kamparts in KZ-Auschwitz-Birkenau
•  Topf und Soehne, ovenbouwers voor Auschwitz
•  Rudolf Hoss, kampcommandant van KZ-Auschwitz-Birkenau
•  Ooggetuigeverslag van Kurt Gerstein over massavergassingen
•  Opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau. [1] Sonderkommando's
•  Opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau. [2] 7 oktober 1944
•  De Overval op het XXste Konvooi naar Auschwitz-Birkenau
•  Mala Zimetbaum, Joodse verzetsheldin in KZ Auschwitz-Birkenau

Lees ook deze DVD bespreking op Verzet.org:
•  DVD-film: Hitlers Beulen: Mengele, von Ribbentrop, Freisler, von Schirach, Eichmann, Bormann (6 DVD's 318 minuten)
•  DVD-film: Out of the Ashes (Joseph Sargent) / Story of Dr. Gisella Perl / Holocaustdrama / 1 Dvd 108 min/kleur
•  DVD-film: Auschwitz - The Nazi's and the Final Solution (2 x DVD)
•  DVD-film: The Grey Zone (1 DVD)



Laatst geupdate op ( Wednesday 07 May 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje