|
De kern van de zaak. Feiten en achtergronden van het Arabisch-Israëlisch Conflict (Wim Kortenoeven) |
|
|
|
|
Saturday 14 July 2007 |
 |
Titel De kern van de zaak. Feiten en achtergronden van het Arabisch-Israëlisch Conflict
Auteur Wim Kortenoeven
Uitgeverij © Aspekt; 2005; 495 bladzijden; b-p
ISBN 90 5911 349 7
|
Synopsis
Het ‘Arabisch-Israëlisch conflict’ moet eigenlijk worden betiteld als het islamitisch-Joods conflict over (West-)
Palestina’ - de enkele tientallen kilometers brede landstrook tussen de Jordaan en de Middellandse Zee. In de islamitische
visie is het conflict niet territoriaal, maar existentieel en dus inherent onoplosbaar, zoals dat ook geldt voor het
conflict met het Westen.
Al een eeuw wordt het Joodse recht bestreden op een vreedzaam bestaan in een levensvatbare staat in het historische
Joodse land. Die strijd wordt zowel gevoerd met geweld als met desinformatie. De lengte, complexiteit en intensiteit van het conflict
veroorzaken wereldwijd een soort intellectuele en emotionele vermoeidheid, niet alleen in de publieke opinie, maar ook
bij journalisten en politici.
In dat klimaat dreigen de voor een goed begrip relevante feiten en achtergronden te worden verduisterd door een barrage van desinformatie,
in de vorm van halve en hele onwaarheden, verdraaiingen, historische kortzichtigheden, verkeerde interpretaties en simplistische conclusies.
Manifest en latent antisemitisme zijn vaak de drijfveer om die desinformatie te verspreiden of welwillend te ontvangen
en politiek-activistisch te gebruiken.
De Kern van de Zaak is een gedocumenteerd pleidooi tegenover het internationale requisitoir tegen het bestaansrecht
van een levensvatbare en volledig soevereine Joodse staat. Het is ook een aanklacht tegen de ‘militante’ islam en
tegen de vele hypocriete Israelcritici in Europa, dat de belangrijkste verantwoordelijkheid draagt voor het ontstaan
en het voortduren van de politieke turbulenties die het Midden-Oosten teisteren.
Wim R.F. Kortenoeven specialiseerde zich in politieke vraagstukken met betrekking tot het Jodendom en
het Midden-Oosten. Hij woonde en studeerde met dat doel ook enkele jaren in Israël. Momenteel is hij als researcher
verbonden aan het Centrum voor Informatie en Documentatie Israel (CIDI). Daarnaast schrijft hij al meer dan vijftien jaar
achtergrondanalyses, interviews en reportages over het Midden-Oosten en de Joodse wereld - in Nederland onder andere
voor het maandblad IsraelAktueel.
CIDI Israel Nieuwsbrief 19 mei 2006. Bron: Centrum Informatie en Documentatie Israel
"Ik zag de Palestijnse moefti in Auschwitz"
In de tweede helft van 1943 bracht de Palestijnse Moefti Amin al-Hoesseini een bezoek aan het naziwerkkamp Monowitz, een
onderdeel van het Auschwitz-complex. Dat verklaarde de Gelderse econoom Ernst Verduin (79) vorige week tegenover CIDI.
Verduin reageerde op een artikel van Wim Kortenoeven in de vorige CIDI-nieuwsbrief, over door de Moefti geïnspireerde
Duitse plannen om ook de joden in Noord-Afrika en Palestina te vergassen. Al-Hoesseini, een familielid van Jasser Arafat,
woonde van 1941 tot 1945 in Berlijn en onderhield goede relaties met Hitler en de Holocaust-architekten Heinrich Himmler
en Adolf Eichmann. Een Moefti heeft normaal gesproken een religieuze taak, maar in het voormalig Britse mandaatgebied
Palestina was Al-Hoesseini tevens de belangrijkste politieke leider van de Palestijnse Arabieren. Zo was hij voorzitter
van het Arabische Hoge Comité en van de Hoge Islamitische Raad.
In achtereenvolgens 1920, 1929 en 1936 hitste Al-Hoesseini de Arabische bevolking van het gebied op tegen de joden en de
Britten. Het geweld kostte honderden mensen het leven. In 1936 riep hij ook op tot een anti-joodse boycot en bij het
Britse bestuur eiste hij stopzetting van alle joodse immigratie en een verbod op de verkoop van grond aan joden.
In april 1941 was de Moefti in Bagdad, waar hij de bevolking ophiste tot een pogrom die aan 120 joden het leven kostte
en waar hij deelnam aan een mislukte opstand tegen het Britse gezag. Daarna vluchtte hij naar Berlijn.
Van Vught naar Monowitz
Ernst Verduin en zijn familieleden werden begin 1943 opgepakt en in concentratiekamp Vught gedetineerd. Later dat jaar
werden zij naar de vernietigingskampen in Polen getransporteerd. Volgens Verduin was al in het voorjaar van 1943 in
kamp Vught bekend dat joden in Auschwitz-Birkenau werden vergast. De bron was een SS-er die van Auschwitz naar Vught was
overgeplaatst. In de wetenschap van het waarschijnlijke lot dat hem te wachten stond, heeft Verduin, toen hij kort daarna
zelf in Auschwitz terechtkwam, zijn leven kunnen redden. Hij werd door een SS-selectieofficier bij de "gaskamergroep"
ingedeeld, maar wist uit de rij te ontsnappen en zich bij een iets verderop geformeerd 'werkcommando' aan te sluiten.
Verduin kreeg het nummer 150811 in zijn arm getatoeëerd en werd uiteindelijk in Monowitz ('Auschwitz-3') tewerkgesteld.
Daar zag hij op een warme dag "een vijftal mannen in lange hagelwitte boernoezen, met gouden ceintuurs en met witte
hoofddoeken met daar omheen dikke gouden banden en veel goud aan hun handen, onder begeleiding van een aantal hoge SS-ers
uit het Stammlager Auschwitz langs de Lagerstrasze lopen. Ik wilde kijken wat dat voor toneelstuk was, niet bekend met de
kledij van deze mensen, maar werd door een gewone SS-er van het eigen kamp tegengehouden. Toen ik hem vroeg wat dat voor
mensen waren waren, zei hij dat het helemaal geen spel was, maar de Groot-Moefti van Jeruzalem met zijn gevolg, die kwam
kijken hoe de Duitsers de joden zich lieten doodwerken, zodat hij dat ook in Palestina met al die joden kon doen die daar
woonden."
Het was bekend dat Al-Hoesseini 'werkbezoeken' aan de vernietigings-kampen Auschwitz-Birkenau en Majdanek heeft gebracht.
Niet bekend was dat hij ook in het dwangarbeiderskamp Monowitz was.
|
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 14 September 2008 )
|