Getuigenis van kampcommandant Rudolf Höss van 5 april 1946 op het Neurenbergproces
Afbeelding rechts: Rudolf Höss bij zijn aanhouding op 11 maart 1946 door de Britten
De voormalige SS-Obersturmführer Rudolf Höss, leidde het concentratiekamp Auschwitz, dat bestond van de zomer 1940
tot januari 1945, drie-en-een-half jaar lang en wordt daarom met recht als
dè commandant
van Auschwitz genoemd. Na de val van het Derde Rijk was Höss onder een andere naam, Franz Lang, ondergedoken. Höss werd opgepakt
en tijdelijk opgesloten in een krijgsgevangenenkamp. Na zijn vrijlating werd hij aan het werk gezet in de landbouw. Echter,
in het voorjaar van 1946 werd hij herkend en op 11 maart 1946 in de omgeving van Flensburg in Sleeswijk-Holstein ingerekend
door de Britse militaire politie [afbeelding rechts]. Hij werd op 13 en 14 maart 1946 voor het eerst verhoord door de Engelse Field Security Section,
verhoor dat ook in een procesverbaal werd vastgelegd.
Op 25 mei 1946 werd Höss door de Britten uitgeleverd aan Polen. Höss werd overgebracht naar Warschau en vandaar naar
Krakau waar het onderzoek naar zijn activiteiten tijdens de voorbije oorlog werd geopend. De Officier van Justitie van de Poolse Opperste Volksrechtbank, die speciaal was
ingesteld voor de berechting van oorlogsmisdadigers, diende meteen een aanklacht tegen hem in. Het zal evenwel nog tien maanden
duren vooraleer zijn proces in Warschau werd aangevat. Intussen was ook het grote Neurenberg proces begonnen en werd
Höss tijdens de maand april van 1946, tijdelijk overgebracht naar het Militair Tribunaal in Nürenberg om daar getuigenis
af te leggen ten laste van SS-Obergruppenführer Ernst Kaltenbrunner, de opvolger van Reinhard Heydrich, die
verantwoordelijk was voor de concentratiekampen in het Generalgouvernement (in het huidige Polen gelegen). In Nürenberg
stonden op dat ogenblik 22 kopstukken van het Duitse Rijk voor hun rechter waar zij verantwoording moesten afleggen voor
misdaden tegen de menselijkheid en het oorlogsrecht.
In Neurenberg moest Höss als getuige
à décharge voor de hoofdbeklaagde Kaltenbrunner verschijnen en werd hij
midden mei door de Amerikaanse Officier van Justitie in verband met het zogeheten 'Pohlproces' en het 'I.G. Farbenproces'
verhoord. Na zijn getuigenis werd Höss teruggevoerd naar Krakau in afwachting van zijn proces. Tijdens zijn gevangenschap
in de gevangenis van Krakau, schreef Höss de omvangrijke aantekeningen alsmede zijn autobiografie, waarvan de belangrijkste
in
dit boek werden gepubliceerd. Op zijn proces ontkent Höss elke schuld en verantwoordelijkheid voor de dood van miljoenen onschuldige mensen, en hield
hij tot het einde staande dat 'hij enkel bevelen heeft uitgevoerd'. Pas op 2 april 1947 velde de Poolse Opperste
Volksrechtbank het doodvonnis tegen Höss, dat veertien dagen later [in het kamp van Auschwitz op de plaats van de
misdaad zelf!] op 16 april 1947 door de strop werd voltrokken.
Een zeer mededeelzame gevangene...
Afbeelding links: Rudolf Höss in de getuigenbank op het proces van Neurenberg
Het verloop en de duur van van Höss' hechtenis in Krakau werden beïnvloed door een feit, dat men reeds in Neurenberg had opgemerkt: de commandant
van Auschwitz bleek namelijk een zeer mededeelzame gevangene te zijn, die met onverwachte nauwgezetheid, geholpen door zijn goede geheugen,
de aan hem gestelde vragen meestal zeer precies en nauwkeurig beantwoordde. Reeds uit de 'interrogations' van de Amerikaanse Officier van Justitie in Neurenberg
was gebleken, en door mededelingen van Dr. Sehn omtrent zijn verhoor in Krakau werd bevestigd, dat Höss een soort postume
belangstelling voor zijn daden aan de dag legde en door spontane mededelingen en rechtzettingen van fouten, die hem waren
ingevallen, degenen die hem verhoorden op welhaast bevreemdende wijze behulpzaam trachtte te zijn. Ofschoon men Höss in Krakau had
medegedeeld dat hij volgens het Poolse recht verklaringen mocht weigeren, schijnt hij daarvan geen gebruik te hebben gemaakt.
Integendeel: door middel van aantekeningen, die hij de Poolse rechter van instructie overhandigde, verstrekte hij uit zichzelf,
zonder dat dit hem werd gevraagd, zo gedetailleerd en vakkundig mogelijk inlichtingen over talrijke personen en zaken.
Toen Höss op het proces van Neurenberg van op de getuigenbank verslag uitbracht over de gebeurtenissen in Auschwitz met dezelfde
afstandelijke zakelijkheid zoals die ook in zijn autobiografie en aantekeningen tot uiting komt, had die op alle aanwezigen
op het proces een tegelijk schokkende en verlammende sensatie. Alhoewel er toen al redelijk veel bekend was over Auschwitz, verwekte
Höss optreden, zijn nuchtere verklaringen over de massale vergassingen in Auschwitz tot zelfs op de banken van de hoofdbeklaagden
onbehagen en schrik die nog lang nawerkten en zelfs door Görings gespeelde onbekommerdheid, die hij tot het einde toe volhield,
niet kon worden uitgewist. Wie tot dusver niet had willen geloven wat reeds tijdens de oorlog over Auschwitz in het buitenland bekend was geworden en
ook in Duitsland zelf als hardnekkig gerucht steeds weer was opgedoken, die kon er nu niet meer aan twijfelen
dat in Auschwitz de demonie van het nationaal-socialisme in de vorm van een zorgvuldig uitgedachte, gerationaliseerde
vernietigingstechniek een realiteit was geworden, die het menselijke bevattingsvermogen te boven ging.
Het getuigenis van Rudolf Höss op het Proces van Neurenberg kreeg als nummer het Document
PS-3868 mee. Geen enkel ander
document wordt door negationisten zo aangevochten als PS-3868. Een SS'r die getuigenis aflegt van de massamoorden en vergassingen
in het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau zit vele negationisten behoorlijk dwars. De historicus
Gie van den Berghe hierover:
"
Negationisten slaan uit alles munt. De bekentenis van Rudolf Höss beschouwen ze naargelang het hen uitkomt als een
vervalsing, een door foltering afgedwongen getuigenis of een authentiek document. En dat doen ze soms in een en hetzelfde geschrift. Ze verwerpen
Höss' getuigenis, putten eruit en proberen bepaalde contradicties aan te tonen. Doorgaans verzwijgen ze ook dat Höss tegenover verschillende
autoriteiten onderling overeenstemmende getuigenissen heeft afgelegd over uitroeiing en vergassing. De enkele keer dat ze Höss' andere getuigenissen
wel vermelden doen ze alsof ze onleesbaar zijn." Bron:
Serendib: Ontkenning van de jodenuitroeiing