|
Pagina 3 van 5
Het Doorgangsgetto Izbica
Afbeelding hiernaast en hierboven: 1942 transport vanuit Lublin naar Sobibor. Nazi-propagandaleider Jozef Goebbels in zijn dagboek op 27 maart 1942:
"Uit het generaalgouvernement worden thans, beginnende bij Lublin, de Joden weggevoerd naar het oosten. Er wordt een vrij barbaarse en niet nader te omschrijven methode
toegepast en van de Joden blijven er niet veel meer over. Over het algemeen kan men wel aannemen dat 60% moet geliquideerd worden, terwijl slechts 40% voor werk
kan worden gebruikt. De voormalige gouwleider van Wenen (Odilo Globocnik) die deze actie leidt, doet dit vrij omzichtig en ook op dusdanige wijze dat het niet al te veel opvalt...
De in de steden van het generaalgouvernement leegkomende getto's worden nu gevuld met Joden uit het Rijk en binnenkort moet dan het hele proces opnieuw beginnen."
De Gestapo's bevalen de ene massa-executie na de andere, waarbij zowel Polen als Joden werden vermoord. De Polen werden begraven op het kerkhof in Tarnagora en
de Joden op de Joodse begraafplaats van Izbica. In maart 1942 werd met Operatie Reinhardt gestart, het plan van de moord op alle Joden van het Generaalgouvernement.
Izbica werd tijdelijk uitgekozen als het belangrijkste en grootste doorgangsgetto voor de Joden die werden gedeporteerd afkomstig uit Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië
en Slovakije. De belangrijkste reden voor die keuze was de spoorwegverbinding die Izbica verbond met het pas geopende vernietigingskamp in Belzec. Nadat ook in
Sobibor een vernietigingskamp werd in gebruik genomen, werden de transporten ook vanuit Izbica naar Sobibor gedirigeerd. Tussen maart en mei 1942
transporteerden de nazi's vanuit het Doorgangsgetto Izbica tussen de 11.000 en 15.000 Europese Joden naar de vernietigingskampen.
De leefomstandigheden in het getto van Izbica waren vergelijkbaar met die van het getto van Warschau; vele mensen stierven op straat van honger en ziektes. Overbevolking
en honger waren enorm. Vermits de stad geen hospitaal had, werd de synagoge omgevormd tot lazaret. Samen met de Europese Joden werd ook de Poolse Joden gedeporteerd. Het eerste
transport vanuit Izbica naar Belzec vond plaats op 24 maart 1942, wanneer de nazi's 2.200 locale Poolse Joden naar het doodskamp deporteren. Enkele dagen later werden opnieuw
2.500 Joden naar Belzec getransporteerd. Alle deportaties werd met veel bruut geweld uitgevoerd; vele mensen werden in de straten vermoord, in hun huizen en op het
treinperron. Hun lichamen, tezamen met hen die een zogenaamde 'natuurlijke dood' stierven, werden begraven in massagraven op de begraafplaats van Izbica. Het is met
zekerheid bekend dat alleen al in de zomer van 1942 1.000 Joden die stierven of vermoord werden, hier begraven werden.
Afbeelding hiernaast uit het privéarchief van Mark Roseman "In einem unbewachten Augenblick", Berlijn 2002: Gesmokkelde brief van Ernst Krombach uit Essen aan zijn verloofde
Marianne Ellenbogen over het leven in Izbica. Ernst Krombach die in april 1942 van Essen naar Izbica werd gedeporteerd, kon zijn verloofde in Essen in verschillende,
ondanks het schrijfverbod, gesmokkelde brieven uitvoerig de toestanden in dit kamp beschrijven. In de eerste brief van 22 augustus 1942 schrijft hij onder
andere: "Izbica is een dorp dat in een dalkom verborgen ligt en vroeger grotendeels door joden (Poolse) bewoond werd – ca. 3.000. Landschappelijk ligt het
heerlijk… De "huizen" zijn grotendeels van hout of leem en bestaan uit 1 of 2 "kamers"... in een paar met de luxe van een bed, tafels en stoelen. Wij zelf huizen het
minst comfortabel in vergelijking met de meeste anderen, daarvoor echter met uitzicht op groen en vrijheid, rustig, zonnig en zonder stank (namelijk zonder riolering).
Met 12 personen: 4 Rudi, 3 Katzenstein, 2 Meyer (familie van Rudi) en wij in een 2 x 4 m groot uitgehold vertrek.... Nu wat over de "Jodenstaat": Voordat het 1ste
transport hier binnenkwam, werd I. grotendeels van Poolse joden gezuiverd, d.w.z door de S.S. met geweer en knuppels. In maart kwam het 1ste transport hier aan -
uit Tsjechoslowakije (Theresienstadt, waar ze al 2 maanden waren); het 2de transport kwam ook uit Tsjechoslowakije en daarmede waren de posten en postjes bezet, tot
op heden. Daarna kwamen de transporten achter elkaar: Aken, Nürnberg, Aken-Düren, Breslau, Essen, Stuttgart, Frankfurt, 2 x Slowakije, 2 x Theresienstadt enz.....
Zoals Izbica zijn er in de omgeving nog verschillende dorpen, bewoond door Poolse en geëvacueerde joden, Poolse Ariërs en enkele Volksduitsers, zonder prikkeldraad.
Dit district wordt door 2 S.S.-lieden en een machinepistool beheerst. In het dorp zelf regeert, onder controle van de S.S., de zog. "Jodenraad" met zijn gehele
organisatie, zoals registratie, ordedienst, sanitaire ordedienst, desinfectie, begrafenissen, materiaaladministratie, hout, ruimtelijke ordening, volkskeuken enz.
De Jodenraad bestaat uit de transportleiders.... een moeilijke situatie voor ons Duitsers die met vele illusies van een kameraadschappelijke samenleving zijn
vertrokken."
De grootste golf van deportaties begonnen in oktober en november 1942. Terzelfdertijd werden de Poolse Joden afkomstig uit de districten Zamosc en Krasnystaw getransporteerd
naar doorgangsgetto Izbica. Het is tegenwoordig nog moeilijk te achterhalen hoeveel mensen er zich in de stad bevonden in die periode. De bevolkingsdichtheid was zo enorm dat
de mensen noodgedwongen moesten bivakkeren op de straten. Tijdens die deportaties in de herfst van '42 werden duizenden mensen doorgezonden naar de vernietigingskampen van
Belzec en Sobibor.
De liquidatie van het doorgangsgetto Izbica vond plaats op 2 november 1942. Ongeveer 1.000 tot 2.000 Poolse en Europese Joden werden met geweld in een kleine
brandweerkazerne gedreven, van daar uit naar de Joodse begraafplaats vervoerd, en dan ter plaatse geëxecuteerd en begraven in twee of drie massagraven. De slachtoffers
werden geselecteerd uit diegenen voor wie niet genoeg plaats meer was op de transporten naar de doodskampen. Deze gebeurtenis betekende nog niet het einde van de Joden
van Izbica. Velen onder hen die er in geslaagd waren aan de executies en de deportaties te ontkomen, hadden zich verborgen gehouden in de omringende bossen. Dat waren
voor het merendeel Poolse Joden die zich geen illusies maakten om het lot dat de nazi's voor hen in petto hadden. Nadat het hoofdgetto werd geliquideerd, creeërden de
Duitsers een tweede, kleiner getto voor zowat 1.000 Joden die, geplaagd door honger en kwel, hun schuilplaatsen hadden verlaten.
In januari 1943 werden opnieuw enkele honderden mensen gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibor. Het tragische einde van het getto en de Joodse gemeenschap van
Izbica vond plaats op 28 april 1943 wanneer de laatste tweehonderd Joden op karren en vrachtwagens worden gezet en naar Sobibor worden afgevoerd. De meesten van
hen werden onmiddellijk vermoord in de gaskamers. Na de deportatie van die laatste Joden werd de synagoge volledig met de grond gelijk gemaakt. Slechts enkele
Joden slaagden erin zich te verbergen en konden overleven dankzij de hulp van hun Poolse buren. Van alle leden van de Joodse gemeenschap van Izbica, haalden
slechts 14[!] mensen het einde van de oorlog.
Vandaag herinneren slechts enkele sporen aan de eens zo bloeiende Joodse gemeenschap van Izbica: een vooroorlogs huis met een sukah, het treinstation
van waar zovele treinen naar de doodskampen vertrokken, en de Joodse begraafplaats die boven op een heuvel ligt, dicht bij de weg die Lublin en Zamosc verbind.
Na de oorlog werden verscheidene oorlogsmonumenten opgericht op deze begraafplaats om de Shoah op de Joden van Izbica te herinneren. Tussen 1995-1996 werd tevens
de ohel van Tzadik Mordechai Josef Leiner weer opgebouwd, maar de onbewaakte en onverzorgde begraafplaats bleef verder verwilderen en werd meer gebruikt
als stortplaats voor huishoudelijk afval eerder dan als een necropolis.
Het is pas begin jaren 2000 dat systematisch acties werden ondernomen om de begraafplaats weer op orde te krijgen. Studenten van het School Complex van Izbica
samen met de stichting Bildungswerk Stanislaw Hanz uit Kassel en de
Foundation for the Preservation of Jewish Heritage in Poland, dat de begraafplaats er weer
bijna in haar oorspronkelijke staat bijligt. Het School Complex en de Bildungswerk plaatsten er informatieve borden, terwijl een nieuw monument werd opgericht
door de Foundation for the Preservation of Jewish Heritage in Poland in samenwerking
met de Ambassade van de Federale Republiek Duitsland. De activiteiten en de toewijding van de studenten van Izbica zijn een bron van hoop voor de uiteindelijke restauratie
van de herinnering aan de Joden van Izbica.
|