Met Kurt Engels is ook een bijzonder tragische geschiedenis verbonden, die jarenlang als gerucht in Izbica bleef circuleren. Eerst in 2006[!] kwam de
verschrikkelijke waarheid aan het licht. Kurt Engels had in Izbica een Gestapo-gevangenis laten bouwen, waar tegenwoordig de politie van de gemeente is in
onder gebracht. Eén van de eerste 'acties' die Engels en Klemm in Izbica hadden gehouden was de vernietiging van de Joodse begraafplaats. De Joden werden gedwongen
om de kapot geslagen grafstenen (matzevot) te gebruiken om de nieuwe Gestapogevangenis te metselen. In de uit Joodse grafstenen opgetrokken gevangenis werd ook
een toilet gemetseld.
Begin 2006 planden de filmregisseurs Wolfgang Schoen en Frank Gutermuth van TVSchoenfilm een documentaire
reeks over de geschiedenis van de Gestapo. Op zoek naar materiaal en getuigenissen stootten zij totaal onverwacht op de tragedie van Izbica en besloten om er meteen
een exclusieve reportage van te maken die resulteerde in de ophefmakende documentaire film: in IZBICA - Drehkreuz des Todes.
Zij trekken de hardnekkige geruchten na die sinds het einde van de oorlog in het dorp circuleerden, omtrent het ongelooflijk verhaal van een
Gestapo-gevangenis die zou gebouwd zijn met grafstenen van de locale Joodse begraafplaats...
Ze vinden verschillende getuigen onder wie Thomas 'Toivi' Blatt die thans met zijn familie in de V.S. woont, maar ook een Joodse overlevende van het dorp, de Poolse
Halina Blaszczyk, die nog als jong meisje Joden in Izbica had geholpen: "Der Gestapomann Engels, den wir im Ort auch "den bedrohlichen Iwan" nannten, nahm Juden, befahl ihnen, alle
Grabsteine auf dem Friedhof zu demontieren, zu seinem Büro zu bringen, und baute die jüdischen Grabsteine an den Bunker für Gefangene an." [vrij vertaald:
De Gastapoman Engels, die wij hier de 'Schijnheilige Ivan' noemden, nam Joden, beval hen alle grafstenen van de begraafplaats te demonteren, naar zijn kantoor te
brengen, en liet met die grafstenen een gevangenisbunker voor de gevangenen bouwen."]
De reportageploeg van TVSchoenfilm slaat voor lange tijd haar tenten op in Izbica en ontdekken tot hun verbazing
dat de Gestapogevangenis nog altijd bestaat en als bijgebouw van het locale politiekantoor fungeert. Een stuk afgevallen bepleistering laat enkele gemetselde stenen vrij.
De Poolse opper-rabbijn Michael Schudrich uit Warschau wordt erbij gehaald en herkent de stenen formeel als brokstukken van Joodse grafzerken.
Een verbijsterde en tot tranen toe bewogen Opper-rabbijn Schudrich in 2006 over deze gevangenis: "Ich kenne keinen anderen Fall, in dem die Gestapo einen jüdischen Friedhof schändete und
dann aus den jüdischen Grabsteinen ein Gefängnis baute. Mit einer Toilette. Das ist das beste Beispiel, das mir einfällt für die Entmenschlichung. Ohne Achtung, diese
Herabwürdigung der Kultur und Religion anderer Menschen. Wenn es so weit kommt, dann ist der Völkermord nicht weit." [vrij vertaald: "Ik ken geen enkel ander gelijkaardig feit, waar
de Gestapo een Joodse begraafplaats vernielde en van de grafstenen een gevangenis optrok. Met een toilet. Dat is nog het beste voorbeeld, dat mij binnenvalt van de
ontmenselijking. Respectloos, de cultuur en religie van andere mensen besmeuren. Eens dat het zo ver komt, dan is volkerenmoord niet veraf meer."]
De bijgehaalde burgemeester van Izbica verklaart in de film dat hij pas twee of drie jaar geleden geruchten hoorde over de Gestapogevangenis die gebouwd
zou zijn met Joodse grafstenen en ook verschillende inwoners van het dorp getuigen erover "Aber niemand hatte sich bislang darum gekümmert"
[vert.: "Maar niemand heeft zich daar lang om bekommerd"]
De ontdekking van de Gestapogevangenis in Izbica haalt het wereldnieuws en wordt zowel in Polen als in Duitsland voorpaginanieuws. Niemand die eraan twijfelt dat de gevangenis
moet afgebroken worden en de stenen absoluut moeten gerecupereerd en gerestaureerd worden. Voorzichtig beginnen in opdracht van het gemeentebestuur van Izbica,
Poolse werklieden met de ontmanteling van de Gestapogevangenis, en worden de grafstenen vrijgemaakt en opgekuisd. Een restauratieteam krijgt de zware opdracht
om te redden wat er nog te redden valt. Slechts uit enkele stenen valt nog een familienaam te reconstrueren. Slechts twee brokstukken passen nog in elkaar. In deze toestand
kunnen de grafstenen onmogelijk worden opgericht op de Joodse begraafplaats zoals weleer.
In overleg met het rabinaat van Warschau wordt besloten om een necropolis op te richten waarop langs de buitenmuren alle gevonden grafstenen worden aangebracht.
In november 2006 is het dan eindelijk zover. Op 16 november 2006 werd in Izbica de necropolis plechtig ingehuldigd alsmede een gedenktafel die herinnert aan de ongelooflijkste
misdaad die in Izbica werd begaan tijdens de Duitse bezetting: de bouw van een Gestapogevangenis met Joodse grafstenen.