Synopsis
In 1960 vond in Israël een van de meest spectaculaire archeologische ontdekkingen plaats, wanneer de legendarische Yigael Yadin (1917-1984)
in een grot in de omgeving van de Dode Zee de grootste persoonlijke correspondentie aantrof alsook documenten omtrent de geschiedenis van het antieke Israël.
Daaronder bevond zich ook een bundel brieven van Bar Kochba (Bar-Kokhba, Bar Kosiba), de legendarische messiaanse leider die tussen 132 en 135 na Chr. de Tweede Joodse
Opstand tegen Rome leidde, beter gekend als de Bar Kochba Revolte. Het was de laatste poging van de Joden om zich van hun Romeinse overheersers
te bevrijden. Vanaf dan werden de Joden definitief uit Palestina verbannen. Ze weken veelal uit naar veiliger oorden, onder meer naar de Joodse gemeenschap
in Babylonië. Ook werden veel Joodse krijgsgevangenen door de Romeinen als slaven verkocht. De verspreiding of verstrooiing -diaspora, van
oorsprong een Grieks woord- geeft de grootschalige verstrooiing of verspreiding van het Joodse volk over verschillende delen van de wereld aan.
Verkorte synopsis uit de inleiding van het boek blz 17-35]
In het jaar 63 voor Christus werd Palestina -Israël- een vazalstaatje van het Romeinse Rijk. De Joden zullen zich nooit neerleggen bij de bezetting. De Eerste
Joodse Opstand - de zogeheten Grote Oorlog van de Joden tegen de Romeinen - begon in het jaar 66 na Christus en eindigde in 70. De nederlaag had verschrikkelijke gevolgen
voor Judea. Jeruzalem werd door de Romeinse goeverneur Titus ingenomen en verwoest en de Tempel - het middelpunt van alle Joodse nationale en religieuze activiteiten -
werd leeggeplunderd en afgebroken. Enkele jaren later -in 73 na Chr.- werd het laatste Joodse verzet van de Joden gebroken bij de rotsvesting Masada in de woestijn
van Juda aan de Dode Zee. In Rome werden triomfbogen opgetrokken ter herinnering aan de overwinning op Judea en munten geslagen met het opschrift 'Judaea Capta' (Judea veroverd)
die doorheen het ganse Romeinse Rijk in omloop werden gebracht.
De Joden waren echter niet vernietigd. In Javneh (Jamnia) werd een nieuw centrum van religieuze studies gesticht onder leiding van de beroemde rabbi Yochanan ben Zakkai;
het Jodendom leerde - beroofd van haar Tempel - de basis van haar geloof te bewaren. Nieuwe verklaringen van de Wet werden opgesteld en nieuwe regels uitgevaardigd. Feitelijk
werd hier de basis gelegd voor het Jodendom zoals we dat tegenwoordig nog kennen. Allen beschouwden echter het leven zonder de Tempel en Jeruzalem als een tijdelijke fase.
Intussen groeide buiten het Heilige Land een nieuwe Diaspora. De bestaande Joodse gemeenschappen in ballingschap werden versterkt door de komst van nieuwe vluchtelingen -
waaronder strijdlustige elementen die de Eerste Opstand hadden overleefd - en nieuwe centra van Joods denken en verzet verrezen in het ganse Romeinse Rijk. Aan de oppervlakte
scheen alles rustig, maar daaronder smeulde de oude geest van het Joodse volk en kwam het regelmatig tot openlijke vijandigheden tussen de Joden en hun naburen in en
buiten Palestina.
Nauwelijks veertig jaren waren verlopen sinds de Val van Masada en opnieuw scheen het gehele Romeinse Rijk opnieuw in vuur en vlam te staan
toen Joden op verschillende plaatsen voor hun geestelijke en godsdienstige vrijheid streden. Deze verbeten opstand begon in het jaar 115 na Chr. in Cyrenaïca, waar de Joden onder de
leiding van een 'koning' genaamd Loukuas-Andreas zo heftig steden tegen de plaatselijke bevolking, dat de Romeinen tenslotte gedwongen waren tussenbeide te komen. Tezelfdertijd,
of korte tijd later, kwamen ook de Joden in Egypte in opstand; Cyprus was het eerstvolgende strijdtoneel en daarna Mesopotamië met een algemene opstand in 116 na Chr.
Deze opstanden van 115-117 vonden hoofdzakelijk plaats in de Diaspora, maar waarschijnlijk sijpelde er iets van die onrust ook door naar Palestina zelf. De Romeinse
commandant die uiteindelijk de opstand in Mesopotamië onderdrukte, was L. Quietus, een geromaniseerde Moor die later benoemd werd tot gouverneur van
Palestina. In sommige Joodse bronnen wordt melding gemaakt van de 'Polemos van Quietus', de 'Oorlog van Quietus'.
Vijftien jaar later, tweeënzestig jaar na de verwoesting van Jeruzalem, brak een nieuwe opstand uit tegen de Romeinen, dit keer in het Heilige Land zelf. De oorlog
van Bar Kochba ofwel de zogeheten Tweede Opstand, was een wrede oorlog, misschien nog wreder dan de Eerste Opstand van 66-70. Deze duurde meer dan drie jaar, met aanvankelijke
successen voor de Joden die onder aanvoering van Bar Kochba Jeruzalem veroverden en de Joodse staat herstelden, hetgeen een gevaar betekende voor het Romeinse Rijk
onder Keizer Hadrianus, die gedwongen werd zijn beste legioenen naar Palestina te sturen om de rebellen te bestrijden. Op 9 april 135 na Chr. werd Bar Kochba verslagen na hevige strijd tijdens de slag van Bethther (Bether of Betar, thans Bittir of Tel Hai in het Hebreeuws). Het zal meer dan achttien eeuwen duren, 14 mei 1948, vooraleer de Joden hun 'beloofde land' weer in handen krijgen
en een Jood zich voor het eerst, sinds Bar Kochba, opnieuw koning of president van Israël kan heten.
De Tempelberg
In 1967 werd na de Zesdaagse Oorlog voor het eerst sinds 1948 het de Joden weer toegestaan om bij de Klaagmuur aan de Tempelberg hun gebeden te
doen omdat de muur to zolang in het Jordaanse gedeelte van Jeruzalem lag. De Klaagmuur is het enige overblijfsel van de Tweede Tempel die op het einde van de Eerste Joodse
Opstand in 70 na Chr. door de Romeinen werd verwoest. De Eerste Tempel werd gebouwd door koning Salomon met behulp van zijn bondgenoot koning Hiram van de
Fenicische stad Tyrus, omstreeks het jaar 1000 v.Chr. Deze tempel deed ongeveer 400 jaar dienst tot dat de Babyloniërs hem, samen met Jeruzalem, in 586 v.Chr.
verwoestten en de joden deporteerden naar Babylon.
De Westelijke Muur is een gedeelte van de muur, die Herodes rond de Tweede Tempel bouwde in 20 v. Chr. Titus spaarde in
70 na Chr. dit stuk van de muur met zijn geweldige steenblokken om aan toekomstige generaties de grootheid van het Romeinse leger te tonen, dat in staat was
geweest zo'n enorm gebouw te verwoesten. Tijdens de Romeinse tijd was het voor de joden verboden in Jeruzalem te komen. In de Byzantijnse tijd echter werd
het hen éénmaal per jaar toegestaan op de herdenkingsdag van de verwoesting van de Tempel te treuren over de verstrooiing (diaspora) van hun volk en de
verwoesting van de Tempel. Zo kwam de Westelijke Muur aan de naam "Klaagmuur".
Bovenop de Tempelberg bouwden de moslims in 660 na Chr. de Al-Aqsamoskee, een van de eerste en heiligste moskeeën van de islam. Tussen 688 en 692 werd naast deze moskee de befaamde Rotskoepel opgericht. De Rotskoepel is,
in tegenstelling van wat veel niet-moslims denken, géén moskee maar een gedenkplaats. Aldus werd de Tempelberg niet alleen voor de Joden een van de Heiligste
plaatsen ter wereld maar is dat ook voor de moslims. Tot op vandaag blijft de betwisting omtrent de Tempelberg in Jeruzalem leiden tot grote spanningen en oorlogen
tussen Israël en haar omringende -overwegend islamitische- Arabische buurlanden.
|