In België kwamen tijdens de Achttiendaagse Veldtocht ongeveer 6.000 militairen (waarvan 2.750 Vlamingen) om tijdens de gevechten en
ongeveer 6.500 burgers werden eveneens gedood door kogels, bombardementen en executies. Na de overgave werden 170.000 militairen krijgsgevangen gemaakt en
weggevoerd naar Duitse gevangenkampen. Van hen zullen er ongeveer 1.700 omkomen door ziekte, slechte behandeling en ongelukken.
Tegelijk met de invasie kwam ook het verzet op gang. Aanvankelijk aarzelend, maar vanaf 1941 wist het zich goed te organizeren. Tussen 1942 en 1944
werd het verzet een geduchte factor voor de bezetter. Sabotages, aanslagen, sluikpers, inlichtingendiensten, ontsnappingslijnen, hulp aan de geallieerden, hulp
aan onderduikers, werkweigeraars en Joden... hun daden zijn talloos en zonder eigenbelang. Wat maakt iemand tot een held? Iemand die deed wat hij of zij vond
dat moest gedaan worden? De prijs die het verzet en politieke gevangenen betaalde was bijzonder hoog. Na de oorlog werden 13.958 Belgen postuum als politiek
gevangene erkend. 898 Belgen werden terechtgesteld in België door de Duitsers. Daarnaast nog eens 1.000 Belgen in Duitsland zelf.
Naast die ongeveer 2.000 terechtgestelden,
kwamen nog eens 12.000 Belgen als politiek gevangene om in Duitsland. Gedeporteerd als Nacht und Nebel gevangene naar Duitse gevangenissen en concentratiekampen,
stierven 12.000 personen aan de gevolgen van martelingen, slagen en andere geweldplegingen, ziekte door ondervoeding of gebrek aan verzorging (tyfus, difterie),
ontbering, verhongering, uitputting, te zware arbeid, verongelukt, doodgeschoten tijdens een al of niet vals gerapporteerde ontsnappingspoging en/of een
combinatie van oorzaken en factoren zoals hierboven opgenoemd werd.
In die cijfers zijn de Joodse slachtoffers die aan de vooravond van de invasie in
ons land verbleven niet inbegrepen. Hun aantal doden wordt thans op 28.700 geschat. 25.200 Joden werden via de Dossinkazerne naar Auschwitz gedeporteerd waarvan
er ongeveer 1.200 overleefden. Daarnaast bestaat er ook een lijst van ongeveer 5.000 Joden die in mei 1940 in België verbleven en op last van de Belgische staat
werden weggevoerd naar Frankrijk. Zij werden later eveneens naar Duitse concentratiekampen gevoerd waarvan er slechts een 300-tal levend terugkeerden.
Onder die weggevoerden bevonden zich ook communisten, Rexisten, een honderdtal Vlaams-nationalisten waarvan er in het geheel een 30-tal de wegvoering niet overleefden. Onder meer
Joris Van Severen, leider van het Verdinaso, bevond zich onder 21 slachtoffers die door Franse soldaten werden geëxecuteerd te Abbeville. Over die 4.700 vermoorde Joden die met dezelfde
treinen werden weggevoerd als de Vlaams-nationalisten en Rexisten, daar spreekt nooit iemand meer over. Enkel Van Severen herinnert men zich nog van die wegvoeringen
van mei 1940. De dood van Van Severen werd later aangegrepen om op te roepen tot collaboratie met de bezetter en hun [mis]daden na de oorlog ermee te vergoelijken.
Het Huldeboek werd, na een korte inleiding door Paul-M.-G. Levy, opgedeeld in vier delen.
I) Strijdend België
In De Martelaren der Invasie verhaald Robert Delmarcelle over de inval van de Duitsers en de Achttiendaagse veldtocht. William Ugeux onthult in
De Diensten voor Inlichtingen en Actie hoe een netwerk voor inlichtingendienst werd opgebouwd. Jean de Blommaert in Op den weg der Evasie hoe de ontsnappinngs-
en vluchtlijnen tot stand kwamen. Pierre Bodart, lid van de Gewapende Partizanen in De Gewapende Weerstand hoe de partizanen in Walonnië het leven
van Duitsers en collaborateurs verzuurden. Jean Honorez heeft het over De Sluikpers en Freddy Eickhoff over De Nazi-Rechtbanken.
II) Lijdend België
In dit hoofdstuk wordt het repressiesysteem van kampen en gevangenissen van de nazi's verhaald. Marie-Magdeleine Sayeys over De Treurgang van Sint-Gillis; Jacques Mechelynck
Masson over Het Fort van Hoei; Paul-M.-G. Levy over Breendonck; Maurice Panquin over de gevangenis van Merksplas; Jan Schepens over het Pandreitje in
De Gevangenis van Brugge; Robert Gendarme over de periode dat hij opgesloten was in De Citadel van Luik; Paul Degreve Bouha over
De Gevangenis van Antwerpen; G.-H. Verbist over De Gevangenis van Gent; Jules Wolf over De Gevangenis van Bergen en Charles Blaze over het interneringskamp
Leopoldsburg.
III) Triomfeerend België
In Op den drempel der Eeuwigheid heeft legeraalmoezenier Jozef Verhoeven het over de drama's die zich afspeelden op de Nationale Schietbaan van Brussel.
Professor Fernand Desonay en lid van de B.N.B. heeft het over De Helden van het Maquis; Omer Habaru over De Martelaren der Bevrijding en Giovanni Hoyois in het laatste hoofdstuk
De Laatste Klauwgreep over de slachtoffers en de rol van het verzet tijdens de Slag om de Ardennen.
IV) Onze Martelaren en onze Helden
In dit hoofdstuk wordt hulde gebracht aan de Martelaren en Helden die hun leven lieten bij de verdediging van ons land. Dit hoofdstuk omvat 240 bladzijden
met de namen van 2.780 personen, waarvan 2.077 tevens met hun foto werden vermeld. In Der Invasie worden 211 namen genoemd, waarvan 175 met foto, van personen,
burgers en militairen die omkwamen tijdens de Achttiendaagse Veldtocht. In Der Bezetting worden 1.659 personen vermeld, waarvan 1.233 met hun foto, die omkwamen
in België of in Duitse kampen en gevangenissen als politieke gevangenen, verzetsleden en gegijzelden tijdens de vier jaar durende bezetting. In het derde hoofdstuk
Der Bevrijding worden 580 personen (waarvan 500 met foto) vermeld die omkwamen tijdens de bevrijdingsoorlog en in het laatste deel nog eens 251 personen (waarvan 86 met foto)
die omkwamen tijdens Het Offensief in de Ardennen.
Paul-M.-G. Levy in zijn inleiding lichtte [in 1946!] het doel van dit boek als volgt toe: