|
Synopsis door Verzet.org
Afbeelding rechts: Miet Pauw (Maria Verhoeven-Cornelissen). Monument op de grens van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau van de hand van beeldhouwer L. van der Meer uit Breda. Het
werd in 1949 onthuld, terwijl drie vliegtuigen van de Royal Air Force boven de beide Baarles cirkelden. Aan de zijde van Miet Pauw
ziet men de twee moedige mannen van de Marechaussee, Adrianus van Gestel en Gradus Gerritsen, en achter hen een schuilende piloot.
Miet Pauw, meisjesnaam Maria Josepha Verhoeven, werd in 1898 geboren te Hoogstraten, dicht bij de Nederlandse grens. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog,
vluchtte het gezin Verhoeven naar Nederland, net zoals ruim een miljoen andere Belgen dat ook deden, op de vlucht voor de Duitse 'beesten'. Na de oorlog leerde ze
Hugo Cornelissen kennen, bijgenaamd 'Pauwke' omdat hij als kind zoveel van pauwen hield. Die bijnaam ging over op Miet en iedereen noemde haar Miet Pauw.
Haar man 'Pauwke' kreeg een betrekking als postbode in Baarle-Hertog. Samen met Nederlandse Baarle-Nassau vormt de Belgische enclave Baarle-Hertog het dorp Baarle.
Het gezin verhuist naar Baarle en Miet Pauw opent er een textielwinkel.
Wanneer in mei 1940 de Duitse tanks Nederland en België platwalsen besluit Miet Pauw, die dan al 42 jaar oud is en acht kinderen heeft groot te brengen, om niet
werkloos toe te zien hoe de bezetter allerlei mensen opjaagde en gevangen zette. Via haar winkel en postbode Pauwke, kent ze veel mensen waaronder ook veel
smokkelaars die door de unieke situatie van de Belgische enclave, geliefkoosd terrein zijn. Van bij het begin van de bezetting helpt ze honderden vluchtelingen,
Nederlandse, Belgische en Franse krijgsgevangenen, Nederlandse en Duitse Joden, die in België wilden onderduiken of verder wilden, naar het niet bezette Vichy-deel
van Frankrijk of de overtocht maakten naar Engeland en verder.
Miet Pauw en haar twee helpers van de Marechaussee, Adrianus van Gestel en Gradus Gerritsen, werden uiteindelijk verraden door het verklikkersnetwerk van de Antwerpenaar René Van Muylem. Van Muylem,
alias 'Robert', was een agent van de Antwerpse afdeling van de Abwehr (Duitse contra-spionagedienst). 'Robert' was er in februari 1944 in geslaagd om de
Antwerpse verzetsbewegingen te infiltreren en kreeg er veel aanzien door hen te bevoorraden met geld, explosieven, valse papieren enz. en won aldus het
vertrouwen tot bij de hoogste leiding van het verzet. Vanaf het einde van maart 1944 tot aan zijn vlucht in augustus, 'behandelde' hij de meeste vliegeniers
die in Antwerpen toekwamen. Hij had zelfs een valse vluchtlijn 'KLM' opgezet, die onder de volledige controle opereerde van de Abwehr.
Van Muylem werkte samen met enkele jonge vrouwen -Pauline Vlaming en De Mey- die voor hem aan de Nederlandse/Belgische grens de neergestorte piloten ophaalde
en naar Antwerpen bracht. Vandaar werden ze in zgn. onderduikadressen ondergebracht, waar ze bleven wachten tot 'Robert' hen uitleverde aan de nazi's. Na Dolle Dinsdag
van 5 september '44 (de Nederlanders dachten al dat hun land bevrijd was) werd Miet Pauw ingelicht dat de Abwehr op zoek was naar haar twee helpers van de Marechaussee.
Zij laat het tweetal onderduiken in haar winkel. Op 8 september komen de verkliksters Pauline Vlaming en De Mey op bezoek bij Miet Pauw, waarbij ze zich voorgaven
haar de groeten te doen van haar zonen, suggererend dat zij ook inhet verzet actief waren.
Miet laat niks los, maar de verkliksters ontdekten in de winkel wel beide ondergedoken mannen, waarvan ze wel zeker wisten dat het geen zonen waren van Miet. Prompt werd deze
informatie doorgespeeld aan de Duitse contraspionage die op 9 september 1944 de winkel van Miet Pauw binnenvalt en Miet en haar helpers worden door de Abwehr
aangehouden en weggevoerd. Nauwelijks een dag later, 10 september 1944, worden Miet Pauw samen met haar twee moedige Baarlese verzetsmannen van de Marechaussee,
door Duitse soldaten standrechtelijk (=zonder vorm van proces) gefusilleerd op de schiethei in het Mastbos van Breda.
René Van Muylem werd in 1945 in Parijs aangehouden waar hij als barman in Camp Lucky Strike van de Amerikaanse strijdkrachten werkte. Dit was een van de
USAAF repatrieringscentra waar hij, ongelukkig voor hem, herkend werd door 2de luitenant Robert Hoke van de 388ste Brigade, toevallig een van de vliegeniers
die door Van Muylem werd verraden. Tijdens zijn ondervraging werkte Van Muylem erg goed mee. Van de 235 vliegers en vliegpersoneel die aangehouden werden
door de Abwehr III/f, hadden 177 dit aan zijn inspanningen te danken. 'Robert' stelde zelf dit cijfer emotieloos bij tot 176(!) Toen hij te Antwerpen
op 28 mei 1948 voor het vuurpeloton stond riep hij het executiepeloton toe om er spoed achter te zetten en er snel een eind aan te maken.
Samen met Van Muylem stonden ook de beide verraadsters in 1947 voor de rechter. Zij kregen beiden levenslange gevangenisstraf. De verraadster
Pauline Vlaming ging echter in hoger beroep maar voordat haar zaak in 1948 opnieuw zou voorkomen, ontsnapte zij uit de gevangenis van Sint-Kruis (Brugge)
en werd bij verstek veroordeeld tot de doodstraf. Ze zwierf enkele jaren door Frankrijk en België tot zij zich weer veilig waande en in 1950 terugkeerde bij haar
familie in Yerseke. Daar werd ze opnieuw ingerekend en voor de rechter gebracht. Haar levenslange gevangenisstraf werd door de Bijzondere Raadkamer te Breda in
1951 omgezet in 15 jaar opsluiting.
De auteur Els Hofker's vroegste aanrakingen met de journalistiek had zij toen zij tijdens de Tweede Wereldoorlog meewerkte aan het illegale weekblad 'Je Maintiendrai'
te Amsterdam (afb. hiernaast, oktobernummer uit 1943). Na de oorlog leerde zij het vak pas goed als journaliste bij 'Het Vrije Volk', onder leiding van coryfeeën uit die tijd zoals Piet Bakker en Hans Knap.
Na haar
huwelijk werkte zij als freelance voor diverse weekbladen en zij redigeerde onder meer een vrouwenblad. Haar publicistisch werk ontwikkelde zich later vooral in de richting
van sociale reportage en -rubrieken. Daarnaast schreef ze feuilletons, hoorspelen, kinderboeken en romans.
Toen zij zich begin jaren tachtig met haar man in Baarle-Nassau vestigde, trof het haar dat daar een vrouw uit het verzet wel met een monument werd herdacht, maar
dat haast niemand feitelijk wist wat deze had gedaan en was geweest. Zij begon een speurtocht langs de familieleden en anderen die haar nog hadden gekend. Uit de vele mondelinge
getuigenissen trachtte zij haar relaas samen te stellen. Het bleek, na ruim veertig jaar, soms bijna, (maar toch nog net niet) te laat om nog de belangrijkste stukken uit
een legkaart van zo veel verschillende herinneringen bijeen te leggen.
Zorgvuldig afwegend, er voor wakend om niet te fantaseren of te romantiseren, heeft zij dit postume portret getekend van de vrouw die tussen haar strijdmakkers
op dat monumentje vereeuwigd is. Een novelle van verzet en verraad.
|