In memoriam door Verzet.org
Maurice De Wilde
(1923-1998)
Deze reeks stond al enkele jaren vermeld op de Boekenbank
van Verzet.org maar werd niet of nauwelijks toegelicht. Dat hyaat is -hoop ik- bij deze hersteld en bij wijze van postume hommage gericht aan dè Pionier in de journalistieksonderzoek van de Vlaamse Televisie: Maurice De Wilde. Bijzonder uniek blijft zijn verdienste om het in de aandacht brengen van de geschiedenis van de Belgen voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog en hun verschillende verhouding ten aanzien van de nationaal-socialistische Duitse bezettingsmacht.
Tussen 1982 en 1987 zat gans Vlaanderen (èn België) ademloos aan het TV-scherm gekluisterd en verbijsterd (of woedend al naar gelang de eigen overtuiging of betrokkenheid) toe te kijken en te luisteren hoe en wie Maurice De Wilde dit keer weer iemand in zijn hemd zou zetten omtrent zijn houding en daden tijdens WO II. 37 jaar nà het einde van de oorlog doorbrak Maurice De Wilde eindelijk het taboe dat tot dan[!] omtrent de geschiedenis van België en de Belgen tijdens de Tweede Wereldoorlog had gerust. Vanuit het heden naar het verleden: voor eeuwig bedankt Maurice!
Hugo Van Minnebruggen
Antwerpen, 13 oktober 2007
Titel Deel 1: De Verloren Vrede (1918-1939)
Auteur Paul Louyet
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel, Kapellen; 1973; 144 bladzijden
ISBN 90 289 9779 2
België is op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog moreel slecht op de vuurproef voorbereid. Het kent alle tegenstellingen, inherent aan een moderne
geïndustrialiseerde maatschappij: de conflicten inzake bezit, geloof, kultuur hebben het land niet gespaard, wel integendeel. Dit boek is in feite het eerste deel
van een begeleidende reeks bij de TV-uitzendingen omtrent de Tweede Wereldoorlog. Het zal meer dan tien jaar duren vooraleer de reeks op gang komt, uiteraard mede dankzij
de persoonlijke inbreng en inzet van Maurice De Wilde.
Auteur Paul Louyet beschrijft de ontwikkelingen tijdens het interbellum, de periode tussen het einde van de Eerste Wereldoorlog tot aan de vooravond van de Tweede
Wereldoorlog. Volgende onderwerpen komen aan bod: De grote vrees van november; De 'grote politiek'; Het Frans-Belgisch militair akkoord; De bezetting van de Roer;
De ontspanning; Het Rijn-pakt; Een progressieve Belgische regering; Voorspoedig België; Borms vrij; Properity; De crisis in Europa; De grote craches in België;
De rechtse 'revolutie'; Het Plan van de Arbeid; De eerste regering van Paul van Zeeland; België naar een 'rechtse revolutie'?; Het Volksfront; Naar een nieuw
'Europees evenwicht'; De 'As-mogendheden'; De tweede regering van Zeeland; De Belgische 'zelfstandigheidspolitiek'; De crisis van het Belgisch parlementair regime;
Ein Volk, ein Reich, ein Führer; België in egelstelling; Bij wijze van besluit.
Titel Deel 2: Een Bezet Land
Auteur Herwig Jacquemyns
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel, Kapellen; 1984; 112 bladzijden
ISBN 90 289 9785 7
Dit tweede deel van de reeks handelt over de bezettingsjaren vanaf de capitulatie van het Belgisch leger eind mei 1940 tot de Bevrijding begin september 1944. Het
schetst het dagelijks leven van de Belgische bevolking met haar zorgen, vertwijfeling, leed, angst en hoop. Het geeft een beeld van de organisatie van het Duits
militair bestuur dat gedurende vier jaar in ons land gevestigd werd, alsook van het Duitse politieapparaat. Het beschrijft de werking van de Belgische gewestelijke instellingen
en van het centraal bestuur dat, in afwezigheid van de ministers, in handen van de secretarissen-generaal was.
Auteur Herwig Jacquemyns brengt de volgende onderwerpen aan bod: Leger en partij; Het militair bestuursapparaat; Gestapo en Duits politielabyrint;
Een paradoxaal driespan; Secretarissen-generaal in ministergewaad; De administratieve uitzuivering; Burgemeesters en schepenen zonder gemeenteraad; Het cenakel
van notabelen; Politici met nieuwe ambities; Openbare opinie als draaiende weerhaan; Op de bon; Smokkelen om den brode; Dagelijks leven in oorlogsdecor; Een barre winter;
De grote agglomeraties; Twee gerechtelijke crisissen; Salonhandschoenen worden uitgetrokken; De verplichte tewerkstelling; Het einde van een lange nachtmerrie.
Titel Deel 3: De Nieuwe Orde
Auteur Maurice De Wilde
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel, Kapellen; 1982; 128 bladzijden
ISBN 90 289 9786 5
Dit 3de deel dat de eerste reeks van de 17-delige TV-programma's begeleidt, handelt over de Nieuwe Orde. Hierin wordt beschreven hoe de gevestigde kringen
zich hebben voorbereid op de komende Nieuwe Orde en op hetgeen toen het einde van de democratie leek. Vervolgens hoe die gevestigde kringen tijdens de oorlog,
gebruikmakend van de afwezigheid van parlement, regering en vakbonden, hun vooroorlogse autoritaire plannen meenden te kunnen uitwerken. Toen echter bleek,
dat Engeland niet door de knieën ging en toch geen vredesverdrag tussen België en nazi-Duitsland tot stand kwam, trokken zij zich tijdig in hun veilige schelp terug
en bereidden zij, nog steeds in autoritaire zin, voor hoe België er na de oorlog moest uitzien.
Maurice De Wilde, bijgestaan in zijn opzoekingswerk door Etienne Verhoeyen, brengt de volgende onderwerpen ter sprake: De kleine dictators; Liever Berlijn dan Moskou;
Wat had Duitsland met België voor?; De tijd der dwalingen: De verhouding koning - regering, Voorstellen tot regeringsvorming, Berchtesgaden, De 'politiek van Laken',
Belgisch Congo: een inzet van formaat, De niet zo wondere zomer van '40, Met Hendrik De Man op weg naar de Kollaboratie; De gekroonde republiek: de naoorlogse
koningskwestie; De Belgische krijgsgevangenen.
Titel Deel 4: Het Verzet
Auteur Paul Louyet
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel, Kapellen; 1984; 96 bladzijden
ISBN 90 289 0886 2 / 9787 3
In dit boek worden de verschillende verzetsgroepen voorgesteld die actief waren tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarvan verschillende reeds actief waren en hun roots hadden
tijdens de Eerste Wereldoorlog. Paul Louyet breng de volgende onderwerpen ter sprake:
Deel 1: Na de nederlaag; Het nawee; Het ontstaan van het Verzet; Het keren van het tij; Het Verzet en Londen.
Deel 2: De inlichtingendiensten: De losse eindjes; De parachutisten; De organisatie; De 'koeriers'; De 'pianisten'.
Deel 3: De ontsnappingslijnen: In de verdrukking; Het doel en de middelen; De 'Engelse' lijnen; De krijgsgevangenen.
Titel Deel 5: De Kollaboratie (Deel 1)
Auteur Maurice De Wilde
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel, Kapellen; 1985; 124 bladzijden
ISBN 90 289 0962 1
In de dertiger jaren had het politieke leven in België heel wat schokken moeten doorstaan, die de traditionele partijen op hun voetstuk haden doen wankelen en de
ene na de andere regeringscrisis hadden uitgelokt. De opkomst van nieuwe totalitaire regimes, het communisme in Rusland, het fascisme in Italië en het nationaal-socialisme
in Duitsland had ook in ons land diepe sporen nagelaten. De elkaar opvolgende Belgische regeringen moesten afrekenen met de groeiende kracht van groeperingen, die
niet alleen totalitaire opvattingen voor stonden, maar bovendien het Belgisch staatsbestel bedreigden.
In dit boek bespreekt Maurice De Wilde, bijgestaan door Etienne Verhoeyen en Ivo Driesen, het ontstaan van de collaboratiebewegingen. Het boek opent als
Inleiding: de wegvoering van de verdachten van mei 1940 naar Noord-Frankrijk. Volgende hoofdstukken: Belgen tegen wil en dank; Waarom zij onder meer collaboreerden;
Het Verdinaso; Het Vlaams Nationaal Verbond (V.N.V.); De Algemeene SS-Vlaanderen.
Titel Deel 6: Het Verzet (Deel 2)
Auteur Herman Van de Vijver, Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel/Uitgeverij Pelckmans, Kapellen; 1988; 112 bladzijden
ISBN 90 289 1368 8
De meeste Weerstanders die van bij het begin van de bezetting actief waren, lieten zich leiden door hun patriottisme en hun afkeer voor een tweede Duitse bezetting.
Voor een andere groep was de strijd tegen het fascisme al lang vóór de Duitse inval begonnen. In de linkse en vrijzinnige milieu's had men al in de jaren '30
de oorlog verklaard aan autoritaire stromingen in binnen- en buitenland. De aanwezigheid in ons land van Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse politieke vluchtelingen
vóór de oorlog heeft vele socialistische jongeren sterk beïnvloed en hen als vanzelfsprekend naar het Verzet gedreven. Wat een nog grotere rol heeft gespeeld,
was de Spaanse Burgeroorlog. De solidariteitscampagnne's voor Spanje, hebben velen samengebracht. Uit de veteranen van de Internationale Brigades ontstond de kern
van de Gewapende Partizanen.
Het Verzet is in de loop van de bezetting in een ware stroomversnelling terechtgekomen. De eerste verzetsactiviteiten hadden te maken met inlichtingen, sluikpers en
de hulp aan ondergedoken geallieerde soldaten en piloten. Wel waren er toen al individuele en erg amateuristische sabotage-acties, maar het was pas na de invoering van de verplichte
tewerkstelling dat het gewapend verzet voor de bezetter en de collaboratie echt hinderlijk begon te worden. Dat er vergissingen en ontsporingen plaats gehad hebben, is een feit.
Dit was ook onvermijdelijk, vooral in de chaotische periode kort vóór de Bevrijding. Het ging hier evenwel om omstandigheden die door de bezetter
en de collaboratie in het leven geroepen en bevorderd waren.
De auteurs brengen in dit boek de volgende onderwerpen ter sprake:
Deel 1: Van aanpassing naar conflict: De Kerk in het midden; De beeldenstormers van het verleden.
Deel 2: Van anti-fascisme naar actief verzet: De communisten vóór 1941; Op zoek naar een eenheidsfront; De guerilla van de partizanen; Vechten om te overleven.
Deel 3: Van misverstand tot verzoening: Boodschappers uit Londen; Voor vorst en vaderland: Het Geheim Leger; Steun vanuit Londen; Het vuur aan de lont; SOE en PWE; Groep-G;
De dienst Hotton. Voor een vrije en vernieuwd België: De Witte Brigade; De Belgische Nationale Beweging; De Nationale Koninklijke Beweging; Het Bevrijdingsleger; Vele kleintjes maken een groot.
Deel 4: De harde weg naar de vrijheid.
Titel Deel 7: De Kollaboratie (Deel 2)
Auteur Maurice De Wilde
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel/Uitgeverij Pelckmans, Kapellen
ISBN 90 289 .... .
Dit deel, dat het vervolg moest worden van 'De Kollaboratie' (deel 5) door Maurice De Wilde, werd nooit uitgebracht. Alhoewel het verschijnen ervan
telkens opnieuw werd aangekondigd, aanvankelijk zelfs als 6de deel i.p.v. het 7de, lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat het nog ooit verschijnen zal. Dit omwille
van het feit dat de auteur ervan, Maurice De Wilde, op 22 september 1998 is overleden, de Productiekern Wereldoorlog II in 1991 werd opgeheven en
alle archieven, inclusief de persoonlijke archieven van Maurice De Wilde, werden overgedragen aan het Cegesoma, waar ze vrij ter inzage liggen voor het publiek en
navorsers. Meer info: Cegesoma
Titel Deel 8: Het cultureel leven tijdens de bezetting
Auteur Herman Van de Vijver
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel/Uitgeverij Pelckmans, Kapellen; 1990; 104 bladzijden
ISBN 90 289 1370 X
"Wie zich niet met politiek bezighoudt, heeft de politieke keuze die hij zich zou willen besparen, al gemaakt: hij dient de heersende partij." (Max Frisch, 1948)
Uit rapporten uit het Duitse militaire bestuur, bleek hoeveel belang zij eraan hechtte dat het culturele leven gewoon zijn gang ging. Nooit werd er zoveel gepubliceerd
als in de oorlogsjaren. Zelfs auteurs als Vermeylen, Van Hoogenbemt, Toussaint van Boelaere, Richard Minne en vele anderen die niet van Nieuwe Ordesympathieën konde verdacht
worden, hebben verder gewerkt. Louis-Paul Boon debuteerde met een werk dat volgens 'volksverbonden' recensenten beschouwd werd als decadent en negatief, maar knap geschreven.
Weinig auteurs propageerden in hun werk Nieuwe Orde-ideeën.
In de gevallen waar van collaboratie kan gesproken worden, treden vele schakeringen op. Er was vooreerst en vooral een beperkte groep die getuigenis aflegde van zijn geloof
in het nationaal-socialisme. Hierbij ondermeer Verschaeve, Bert Peleman, Nand Vercnocke, Blanka Gijselen, J.-L. De Belder, Frans Demers... Strijdliederen en
huldegedichten aan Adolf Hitler zijn daar de duidelijke neerslag van. Ook bij sommige recensenten werd de verbondenheid met het nationaal-socialisme als norm gehanteerd. Bij
de musici beperkte deze vorm van collaboratie zich tot een paar strijdliederen voor het Vlaams Legioen, de Dietsche Militie-Zwarte Brigade of NSKK. In de beeldende kunsten waren er evenmin veel voorbeelden te vinden.
Vooral Frans van Immerseel en enkele karikaturisten lieten zich op dat vlak gelden.
Talrijker waren de kunstenaars die actief waren in het 'vernieuwde' cultuurleven. Toch waren de organisaties of instellingen die op dit gebied werkzaam waren geenszins
een uitvinding van de Duitsers. De cultuurraden bv. bestonden al in 1938, maar hun samenstelling en doelstellingen werden sterk gewijzigd tijdens de bezetting. De beroepsvereniging
voor kunstenaars (Kunstenaarsgilde) ontstond in februari 1940 en de andere verenigingen, o.a. VVL, Davidsfonds, VTB, enz.. zetten hun activiteiten voort. In tegenstelling
tot Nederland wilden de bezettingsautoriteiten zich niet te veel bemoeien met het cultuurleven. En als dat dan toch gebeurde, mocht het niet te veel opvallen.
Herman Van de Vijver brengt in dit deel de volgende thema's ter sprake: Het Duits cultuurbeleid in België; De organisatie van het cultureel leven
tijdens de bezetting; Curltuurleven in Vlaanderen; De organisatie van het cultuurleven in Wallonnië; Literatuur: Nieuwe griffels, schone leien; Toneel: Geen rijker
kroon dan eigen schoon; Film: Waar blijven de Potemkins?; Muziek: Nieuwe tijden, nieuwe geluiden...; Schilderkunst: 'Ontaarde kunst als exportartikel'; De pers:
Censuur in plaats van zelfbestuur; Het onderwijs: Aan de ziel van het kind wordt niet geraakt...; De commissie ter herziening van de schoolboeken; Collaboratie
in het onderwijs; Sport: De vlieger gaat niet op.
Titel Deel 9: Het Minste Kwaad
Auteur Etienne Verhoeyen, Frans Selleslagh, Mark Van den Wijngaert, Willem Meyers en Rudi Van Doorslaer
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel/Uitgeverij Pelckmans, Kapellen; 1990; 128 bladzijden
ISBN 90 289 1497 8
Tijdens de Eerste Wereldoorlog had het activisme van Vlaamse Nationalisten, dat zijn bekroning vond in het uitroepen van de zelfstandigheid van Vlaanderen
en een begin van de splitsing van de ministeries meebracht, de administratie en de magistratuur voor problemen gesteld. De magistratuur ging in 1918 in staking. Het gevolg
was dat de Duitse krijgsraden tijdens de laatste maanden van de bezetting veel en zware straffen uitspraken. Het behoud van de autonomie van de Belgische rechtspraak was dan
ook de centrale bekommernis van de Belgische magistraten uit de Tweede Wereldoorlog. Ook in de administraties ging het erom te vermijden dat die al te veel
in handen van collaborateurs zouden vallen.
Om aan al deze problemen toch enigszins het hoofd te bieden werd door vrijwel alle betrokken groepen -industriëlen, vakbonden, werkgeversorganisaties, de
secretarissen-generaal, de magistratuur- een pragmatische gedragslijn uitgewerkt, die telkens aan de zich wijzigende omstandigheden werd aangepast. Deze 'politiek
van het minste kwaad' was erop gericht het essentiële te vrijwaren: het behoud van de controle over de eigen instellingen, in de mate van het mogelijke. Dat hierbij
toegevingen aan de Duitsers zouden moeten gedaan worden viel niet te betwijfelen, maar men wilde proberen op essentiële punten niet te wijken en de toegevingen
tot secundaire terreinen te beperken, vandaar de uitdrukking 'politiek van het minste kwaad'.
Men was er zich van bewust dat die toegevingen van Belgisch standpunt uit konden afgekeurd worden. Voor de industrie leidde deze politiek zelfs tot
een regelrechte overtreding van artikel 115 van het Strafwetboek, dat elke levering van goederen of diensten aan de vijand verbood. Welnu,
in juni 1940 ging de industrie opnieuw aan het werk en leverde op grote schaal aan Duitsland, met de bedoeling groter kwaad te voorkomen: de hongersnood en de wegvoering van de arbeiders.
Gehoopt werd immers dat de Duitsers in ruil voor industriële goederen levensmiddelen zouden leveren, en geen arbeiders zou deporteren als de industrie weer aan het werk ging.
Deze doctrine voor werkhervatting staat bekend als de 'Galopin-doctrine', genoemd naar de goeverneur van de Société Générale.
De auteurs brengen in dit boek de volgende onderwerpen ter sprake:
Het minste kwaad; Tussen vijand en volk; Het bestuur van de secretarissen-generaal tijdens de Duitse bezetting 1940-1944; De Emissiebank; De Unie van Hand- en Geestesarbeiders;
Stille waters, diepe gronden: het patronaat tijdens de bezetting; Burgemeesters, schepenen en gemeentelijke administraties; De Belgische politie en magistratuur en het probleem
van de ordehandhaving.
Titel Deel 10: Mei 1940 Van Albertkanaal tot aan de Leie
Auteur Luc De Vos en Frank Decat
Uitgeverij © De Nederlandsche Boekhandel/Uitgeverij Pelckmans, Kapellen; 1990; 112 bladzijden
ISBN 90 289 1520 6
Dit laatste deel van de reeks behoort chronologisch eerder het 2de deel van de reeks te zijn, maar werd speciaal uitgebracht naar aanleiding
van de 50-ste verjaardag van de inval van de Duitsers op 10 mei 1940. De Belgische krijgsmacht en de veiligheidspolitiek vanaf 1918 wordt uitvoerig gevolgd. Een
aantal data o.a. 1925, het Verdrag van Locarno; 1936 de Onafhankelijkheidspolitiek; 1938 de Conferentie van München; 1939 de mobilisatie en het uitbreken van
van de oorlog, spelen hierin een belangrijke rol.
De onwezenlijke Schemeroorlog krijgt een ruime plaats in het verhaal. Vervolgens bestuderen de auteurs de tegenover elkaar staande krachten en hun intenties. De 18-daagse Veldtocht
komt uitvoerig aan bod en nogal wat weinig bekende details krijgen een plaatsje. Met de naweeën wordt het feitenrelaas afgerond. Allerlei politieke, strategische
en tactische beschouwingen zorgen voor de nodige diepgang. Enkele documenten, getuigenissen en belangrijke politieke gebeurtenissen krijgen een aparte plaats. Het geheel
wordt ondersteund door beeldmateriaal en kaartjes.
De auteurs brengen in dit boek de volgende onderwerpen ter sprake:
Van Versailles tot de Onafhankelijkheidspolitiek, 1918-1936; De gewapende vrede, 1936-1939; De schemeroorlog, 3 september 1939 - 10 mei 1940; De mobilisatie
en het algemeen verloop; De tegenover elkaar staande krachten: De Belgische defensie, De Nederlandse defensie, De BEF (British Expeditionary Force), De Franse
defensie, De oorlogsvoorbereding. Achttien dagen terugtrekken: Het Albertkanaal en Eben-Emael, Duitse Blitz en Belgische verbijstering; De terugtocht in de Ardennen;
Naar de KW-stelling; De doorbraak; Een Duitse tegenvaller: het oponthoud aan de KW; Van de KW naar de Schelde: een onbegrepen terugtocht; Het bruggenhoofd Gent;
De ultieme krachtinspanning: de gevechten aan de Leie en het Afwateringskanaal; Een onvoorwaardelijke capitulatie. Slotbeschouwingen: De politieke gevolgen; Strategische
en tactische bedenkingen. Kaarten. Bibliografie.
|