De bouw liep aanvankelijk ernstige vertraging op. Pas op 19 mei 1935 kon een eerste stuk van 22 kilometer tussen Frankfurt en Darmstadt van de Strassen des Führers
voor het verkeer worden opengesteld. Alleen één nijpend probleem: waar bleven de wagens? Duitsland telde in 1933 ongeveer 1 wagen per 100 inwoners. Vergelijk bijvoorbeeld
met België 1/43, Nederland 1/58, Engeland 1/27, Frankrijk 1/22, Canada 1/10, Nieuw-Zeeland 1/9 en de Verenigde Staten 1 op 5 inwoners.
Autobahnen zonder auto 's dat kon niet en aldus ontstond een andere wijdverbreide mythe dat "Hitler toch alle Duitsers een eigen auto heeft gegeven".
Uiteraard was deze fabel andermaal een product van Goebbels propaganda-departement: "de Führer schenkt elke Duitser een auto". Hitler had aangekondigd
dat hij een auto wilde laten bouwen die voor iedereen betaalbaar was. In 1934 kreeg Ferdinand Porsche, de constructeur van de legendarische Porsche,
van Hitler de opdracht om een wagen voor het volk te ontwerpen. Deze 'volkswagen' moest aan behoorlijk wat eisen voldoen: de wagen moest minder dan 1.000 RM
kosten, 2 volwassenen en 3 kinderen kunnen vervoeren of 3 soldaten met machinegeweer, laag verbruik, betaalbaar, luchtgekoelde, betrouwbare motor en een kruissnelheid
van 100 km/u.
De wagen kreeg de naam KdF-Wagen mee (Kraft durch Freude) en werd gefinancierd door hun toekomstige eigenaars. Door kleine voorafbetalingen te doen in de vorm
van een goed bedacht spaarsysteem konden de Duitse gezinnen sparen voor hun KDF-Wagen. De Propaganda-Abteilung verspreidde met dat doel fel gekleurde blikken
spaarkassen waardoor de Duitsers wekelijks hun 5 Rijksmark bij elkaar konden sparen en daarmee een zegel konden aanschaffen die op een speciaal daarvoor gemaakt
spaarformulier moest worden gekleefd.
Afb. links op klikken voor een groter beeld: De Propaganda Abteilung (A) van Goebbels draaide op volle toeren door posters zoals deze
door het hele Rijk te verspreiden: 'Motorisierung Deutschlands', Elke Duitser zijn auto - de Volkwagen -; Kraft durch Freude, Iedereen weer aan de slag en een
snelle toename van de welvaart.
Het spaarsysteem werd een gigantisch succes en veroorzaakte een ware volksgekte: velen spaarden de benodigde 750 Mark om het bestelnummer van 'hun' auto in
handen te krijgen. Ondanks het feit van de toenemende oorlogsdreiging waren er spoedig meer dan 270.000 aanmeldingen. Dat was veel meer dan de totale Duitse
autoproductie op dat ogenblik aankon. Zo bleek dat in de eerste helft van 1939 de ganse jaarproductie van 1940 in voorverkoop reeds volledig uitverkocht was.
De ontwikkeling van deze 'volkswagen' stuitte op veel technische moeilijkheden en financiële problemen waardoor pas op het autosalon van 1938 in Berlijn kan Hitler
voor het eerst de KDF-Wagen aan het grote publiek kan voorstellen. Echter, die vlijtige sparende Duitsers zullen hun droom nooit vervuld zien worden, toch niet tijdens
het Derde Rijk. De duizenden KDF-wagens die van de band liepen, waren nagenoeg allemaal bestemd voor militair gebruik, de SS en de Wehrmacht. Verdienstelijke
partij-leden, Abwehr-agenten en SS-rs kregen de KDF-Wagen, of militaire versies ervan, gratis aangeboden.
De gemiddelde Duitser echter bleef op zijn honger zitten. Pas na de oorlog werd in mei 1946 de productie hervat. De naam werd gewijzigd naar de overbekende
Volkswagen Kever en aldus kon de modale Duitser zich voor het eerst een betaalbare wagen aanschaffen. De Kever werd in de jaren vijftig en zestig
een gigantisch wereldsucces. Van de Volkswagen Kever werden in totaal 21,5 miljoen exemplaren gebouwd. Duitsland zal pas in 1981 stoppen met de productie van de Kever,
toen de VW-Golf populairder werd.