Eén van de peilers in de rijkspropaganda van de N.S.D.A.P. was dat de aanleg van de autostrades de werkloosheid zou oplossen. De ambities lagen hoog. Duitsland
met zijn zes miljoen werklozen had dringend nood aan een efficient arbeidsplan. Het reusachtige wegenproject zou, volgens het Berliner Tagblatt van 20 mei 1935,
aan minstens 600.000 Duitse werklozen arbeid verschaffen. De propaganda draaide op volle toeren maar onthulde zelden de werkelijke cijfers. Zo schreef Friedrich
Heiß in het tijdschrift Deutschland zwischen Nacht und Tag: "Im Herbst 1934 werden 250.000 bis 300.000 Arbeiter allein auf den Baustellen [der Autobahn]
beschäftigt".
Rudolf Hess, de opvolger van de Führer, zal dit cijfer op 3 september 1934 een beetje bijstellen: "Die Arbeit an der Verwicklichiung des Straßbauprogrammes des Führers
gab bisher bereits 150.000 Arbeitern auf den Baustellen [...] Arbeit, Lohn und Brot". Fritz Todt, de grote manager van het project, bleef dichter bij de waarheid toen
hij drie weken na de mededeling van Heß op 22 september 1934 sprak: "75.000 Arbeiter [..] sinds nach Ablauf des ersten Jahres an dem Gigatischen Werk tätig". In
werkelijkheid waren er op dat moment 71.519 arbeiders betrokken in de bouw...
Een jaar later, in mei 1935, was de werkverschaffing licht verbeterd en waren er 112.227 Duitsers in de autowegenindustrie aan de slag. Het hoogste aantal Duitsers
dat tijdens de periode van het Derde Rijk aan de autostrades werkte, werd bereikt in juli 1936 met het maximum aantal arbeiders van 124.837 en nog eens een zelfde aantal
dat werkzaam was in de toeleveringsbedrijven, vanaf dan zal de tewerkstelling in de Autobahnindustrie alleen maar blijven dalen. Tot november 1939 zullen gemiddeld
tussen de 90.000 en de 110.000 mensen aan het werk zijn in de autowegenindustrie, beduidend minder dan wat aanvankelijk beoogd en gepropageerd werd [600.000!] en zeker
niet geslaagd als dè remedie om de miljoenen werkloze Duitsers weer aan een baan te helpen, daar zullen andere 'oplossingen' voor nodig blijken.
Bovendien doken spoedig andere problemen op. De arbeid aan de autostrades bleek bijzonder zwaar te zijn. De werkomstandigheden waren verschrikkelijk en de verloning
in verhouding tot het werk bijzonder laag. De 110.000 arbeiders die in 1935 aan de "Strassen des Führers" werkten moesten het doen met een bijzonder karig loon van
0.68 Rijksmark per uur, dezelfde vergoeding als een steuntrekker en die situatie verbeterde niet. Een bericht van 6 februari 1936 van de Oberste
Bauleitung München wees andermaal op de karige lonen van de arbeiders: "Die Klagen der Arbeiter liegem vor allem auf finanziellem Gebiet. De Lohn is gerade noch
ausreichend, um die nodwendigsten Lebensbedürfnisse zu befriedigen. Die Leute, die beim Straßenbau beschäftigt werden, haben an Lohn, nach Abzug aller sonstigen
Leistungen, nicht mer als ein Wohlfahrtsempfänger". [vert. De klachten van de arbeiders liggen vooral op financieel gebied. Het loon is niet eens toereikend om aan de meest
noodzakelijke basisbehoeften te bevredigen. De mensen die aan de autostrades werken, hebben een loon dat, na aftrek van alle vaste kosten, niet meer is als dat van een
steuntrekker."]
In oktober 1935 eveneens een Sopade-Bericht over de armzalige verloning: "In Kaiserslautern spielt der Bau der Autostraße
eine große Rolle. Dort sind Leute beschäftigt, die früher von Wohlfahrtsamt 18 Mark und die Miete erhielten. Jetzt verdienen sie ebenfalls nur 18 Mark und müssen die Miete
zelbst bezahlen." [vert.: "In Kaiserslautern speelt de bouw van de autostrades een belangrijke rol. De mensen die er aan het werk zijn kregen voordien een nette
werkloosheidsuitkering van 18 mark waarvan reeds de huishuur was afgehouden. Nu verdienen ze eveneens 18 Mark maar ze moeten daarvan zelf de huishuur betalen"].
Een ander nijpend probleem dat nooit adequaat werd opgelost was dat van de behuizing van de arbeiders. De autostrades werden aangelegd in de meest afgelegen gebieden en de arbeiders werden ter plaatse
ondergebracht in tenten en firmabarakken, leegstaande fabriekshallen en paardenstallen. De situatie in de onderkomens tartten elke beschrijving. Ook de baas van het
Autobahnproject, Fritz Todt, maakte zich daar ernstig zorgen over en schreef over de situatie op de bouwwerf in Friedrichshafen in de zomer van 1934:
"Die Unterkunftsräume für die Arbeiter bestehen aus Baubuden und sind daher als Schlafgelegenheit kaum geeignet. [..] In einem Raum von ca. 13 qm schlafen 10 Mann
[..] Sanitätseinrichtungen fehlen ganz. Das Essen müssen die Arbeiter vom 2 km entfernt liegenden Friedrichshagen holen, ebenso Trinkwasser. Auf der Arbeitsstelle Friedrichshagen sieht es bei der Unterkunft noch
schlechter aus. In einem Raum von 28 qm liegen 20 Mann. Dort wird in 2 Schichten gearbeitet, so daß [..] hier die nötige Ruhe fehlt. [..] Da in
den Baracken eine derartige Hitze hersscht, kann keinen Lebensmittel halten." [vrij vertaald: De arbeiders zijn ondergebracht in bouwketens die ingericht werden
als slaapplaatsen. In een kamer van ongeveer 13 vierkante meter slapen 10 mannen. Sanitair ontbreekt volkomen. De maaltijden moeten van Friedrichshafen komen dat 2
kilometer verder ligt, eveneens het drinkwater. Op de bouwwerf van Friedrichshafen zelf is de situatie nog slechter. 20 mannen slapen in een ruimte van 28 vierkante meter.
Daar wordt in twee shiften gewerkt waardoor de zo noodzakelijke rust ontbreekt. Daar in de barakken een zodanige hitte heerst, kunnen er geen levensmiddelen worden
bewaard."]
In de winter waren de omstandigheden verschrikkelijk. Todt bekloeg zich hierover op 26 oktober 1934 bij de Reichsautobahn-Direktion: "Die aufgesteltten
Holzbaracken sind für die kalte Jahreszeit als unbewhonbar zu bezeichnen, da man z.B. an gewissen Stellen der Decke mit der Hand ins Freie gelangen kann.
Die stimmung unter den Gefolgschaftsmitgliedern ist geradezu trostloos." (vert.: De opgestelde houten barakken moeten in het koude seizoen als onbewoonbaar
worden beschouwd, en men van de koude niet eens met de hand zich met hun dekens kunnen overdekken. [..] De stemming onder het personeel is daardoor troosteloos.) Bovendien
werden in de dagen en weken dat er niet kon gewerkt worden door de weersomstandigheden en in de koude seizoenen, de arbeiders niet betaald. Pas tegen het einde
van 1938 kregen de arbeiders als compensatie voor hun 'technische werkloosheid' een uitkering van 60% van het normale loon.
Geen wonder dat in de volksmond spoedig de Autobahn de bijnaam 'Hunger und Elendsbahn' kreeg (Honger en Kwel-baan). Al deze problemen speelden
zich achter de coulissen af want de Strassen des Führers waren onaantastbaar en moesten en zouden verweznlijkt worden aan 1.000 aangelegde kilometers per jaar. Door
deze problemen kreeg Todt vlug te maken met de aanwerving van arbeidskrachten, en dat op het ogenblik dat de werkloosheid het ganse Rijk verlamde! Einde mei 1934 beklaagde
Todt zich er al over dat ".. auf den abseits der Städte gelegen Baustellen ein gewisse Mangel an Arbeitskraften" [vert.: "... door de grote afstand tussen de bouwwerven
en de stad bestaat er een groot tekort aan arbeidskrachten." De leef- en arbeidsomstandigheden veroorzaakten gezondheidsproblemen. Het ziekteverzuim nam snel toe en
dat soms boven de 20% van het totaal.
Arbeiders slopen 's nachts stiekem weg om eten te gaan zoeken of op zoek te gaan naar vrouwelijk gezelschap en privacy. De lange afwezigheden veroorzaakten problemen
in de achtergebleven gezinnen. Arbeiders verdwenen tijdelijk of permanent zonder opgave van redenen. Vandaar dat de autobaan-directie besloot om de leefbarakken
te laten bewaken door gewapende SA-mannen. Al in juni 1934 berichtte Die Rote Fahne (de periodiek van de Duitse communisten) over de arbeidsvlucht op de bouwwerven:
"Die Stimmung unter den Arbeitern is außerordentlich erregt. Die Fluchtfälle haben sich in letzer Zeit derartig vermehrt, daß eine bewaffnete
SA-Einheit zur Lagerbewachung herangezogen wurde." [vert. "De stemming onder de arbeiders is catastrofaal. Het aantal vluchtgevallen is zodanig toegenomen
dat een gewapende SA-eenheid voor de kampbewaking werd aangesteld."] Tegen het einde van 1938 waren meer dan 5.000 gewapende SA-mannen belast met de bewaking van
de woonbarakken van de arbeiders en kregen die bouwwerven langsom meer de allures van dwangarbeiders die in verknipte concentratiekampen overleefden.
De Duitse communisten waren tegen die tijd al lang het zwijgen opgelegd... Rattenvanger Hitler was helemaal in zijn opzet geslaagd, de misleiding had gewerkt en
de zo door hem zo hartstochtelijk gewenste oorlog tegen zijn ingebeelde vijanden, de zogeheten Judeo-Bolsjewistische samenzweerders, die hij al in zijn Mein Kampf
begin jaren wtintig had aangekondigd, stond op het punt uit te breken. Hij en 'zijn' Duitsland waren er nagenoeg klaar voor, het Duitse volk stond onvoorwaardelijk
achter hem, uitgezonderd dan welicht van de oppositie maar die zat veilig opgeborgen en weg te kwijnen in de concentratiekampen en... zijn arbeidsslaven die ver weg
van dorpen en steden in 'Honger en Kwel' aan de Strassen des Führers werkten...