Op 7 maart 1936 bezetten de nazi's, tegen alle internationale afspraken en akkoorden in, opnieuw het Roergebied.
Een week later, 16 maart 1936, maakte Adolf Hitler komaf met de bepalingen van het Verdrag van Versailles, zette de herbewapening van Duitsland op gang en voerde
de militaire dienstplicht weer in. Niemand die het toen al geloofde maar Duitsland was duidelijk begonnen met de voorbereiding van een nieuwe oorlog tegen
de geallieerden. Het Lebensraum van Duitsland moest uitgebreid worden, zowel naar het westen maar vooral naar het oosten waar eindeloze steppengebieden
wachtten op exploratie en ontginning.
Via de Autobahnen hadden de Duitse militairen berekend dat een complete Duitse divisie vanuit het westen van Duitsland op nauwelijks 3 uren rijden aan de grenzen
met het oosten konden geraken. De bouwwoede van de nazi's raakten aldus meer in functie van de nakende oorlog. De Generaal-Directeur van de Autobahnen Fritz Todt
kreeg er in mei 1938 een nieuwe opdracht bij: de aanleg van een verdedigingslinie gekend als de Westwall.
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd die
verdedigingslinie hernoemd naar Atlantikwall wanneer die verdedigingsconstructie wordt uitgebreid over het veroverde gebied in de West-Europese landen.
Dat Fritz Todt twee jaar later Reichsminister für Bewaffnung und Munition zal worden, toont het militaire belang aan dat aan de constructie van de Autobahnen
werd gehecht en de facto kaderde in het geheel van de oorlogsindustrie en de voorbereiding op de oorlog.
Enkele dagen na het de inval in Polen, het begin van de Tweede Werelddoorlog in september 1939, werd de arbeidsplicht voor de jeugd ingevoerd. Sinds 1935 waren deze
jongeren al verplicht om bij de Hitlerjugend of de DBM (Deutsche Bund für Mädchen). Onder het motto "Mit Spaten und Ähre" (met spade en eer) togen deze arbeidskolonnen
doorheen Duitsland die, slechts met spaden uitgerust, meren drooglegden en nieuw braakliggende gronden in cultuur brachten. Alle mannen en vrouwen tussen
18 en 25 jaar oud hadden de plicht om minstens zes maanden bij de Reichsarbeitsdienst te dienen; waarbij het uiteraard om een nationaal-socialische 'opvoedingsarbeid'
ging.
Afb. rechts: het roemloze einde van de Strassen des Führers. De Lautersbrug nabij Kaiserslautern voorjaar 1945, gedynamiteerd door het terugtrekkende leger
van de Duitse Wehrmacht. De meeste Autobahnconstructies ondergingen hetzelfde lot.
De enige Duitsers die niet profiteren van het Autobahnenproject waren... de Joden. In een pamflet van december 1938 dat, nauwelijks een maand na de Reichkristallnacht
van 8/9 november 1938, massaal verspreid werd en de titel meekreeg "Volksgemeinschaft" werd snel duidelijk dat de Autobahnen niet voor iedereen werden bedoeld en zeker niet voor de Joden: "Der deutsche Mensch hat es schon lange als eine Provokation und als eine Gefährdung des ôffentlichen Lebens
empfunden, wenn Juden sich am Steuer eines Kraftwagens im deutschen Straßenbild bewegen oder gar Nutznießer der von Deutschen Arbeiterfäusten
geschaffenen Straßn Adolf Hitlers waren. [..] In diese nationalsozialistische Verkehrsgemeinschaft gehört der Jude nicht hinein."
Aldus werden de Joden,
die volgens de nazi-doctrine niet thuishoorden in de 'nationaal-socialistische verkeersgemeenschap', bij voorbaat uitgesloten van het verkeer en het gebruik van
de Autobahnen. Het stigma dat hierdoor op de Duitse Autobahnen werd gelegd 'Verboden voor Joden' zal door de naoorlogse Duitsers snel vergeten worden....
Naarmate het oorlogsgeweld en de offensieven toenamen, raakte de werken aan de autobanen achterop om uiteindelijk in september 1941 helemaal stil te vallen.
Tijdens de oorlog werd nog voortgewerkt maar dan voornamelijk door concentratiekampgevangenen, criminelen en Poolse krijgsgevangen. Zo raakten in 1941
nog 90 kilometer autobaan afgewerkt, 34 km in 1942 en 35 km in 1943.
Op november 1940 verklaarde generaal-major Rüdt von Collenberg in de Reichsverteidigingsrat de
Reichsautobahnenbouw al "unnötig und bedeutungslos für die Kriegsführung" (onnodig en zonder betekenis voor de oorlogsvoering). Toch hadden de autobahnenbouw belangrijke
bijdragen geleverd aan de oorlogsvoorbereiding. Met als resultaat: 60.000 stuks rollend materiaal waaronder bulldozers, graafmachines en kranen, 1250 betonmachines,
800 bagger- en bouwmachines, 3.300 bouwlocomotieven en 4.000 nieuwe wegen die samen een groot reservoir van machines en materiaal hadden aangelegd die met de
Organisation Todt voor militaire objectieven konden ingezet worden.
'Die Pyramiden des tausenjährigen Reiches', zoals het Autobahnproject door de nazi's werd vergeleken met de Egyptische pyramiden, zouden geen lang leven beschoren blijken. Op 19 maart
1945 gaf Hitler het bevel (het zgn Nero-Befehl) uit. Hierin beval hij dat: "1) Alle militaire, transport-, communicatie-, industriële en bevoorradingsvoorzieningen evenals alle materiële zaken binnen het rijksgebied,
die bruikbaar zijn voor de vijand voor de voortzetting van hun strijd, of binnen niet al te lange tijd te gebruiken zijn, moeten op een of andere manier onmiddellijk
worden vernietigd. De verantwoordelijke personen voor de uitvoering van deze vernietiging zijn: de militaire bevelhebbers voor alle militaire objecten, inclusief
transport- en communicatie-installaties, de districtsleiders en de rijksdefensiecommissarissen voor alle industriële en bevoorradingsvoorzieningen alsmede de overige
materiële zaken. De troepen dienen de nodige steun te verlenen aan de districtsleiders en de rijksdefensiecommissarissen bij de uitvoering van hun taak."
Vele bruggen, kruispunten en autobaaninfrastructuurwegen- en gebouwen werden gedynamiteerd door de Wehrmacht. Dalovergangen, en talloze bruggen zoals beroemde
Mangfall Brücke bij Weyarn (afbeelding van propagandaposter links), werden vernield. Het enige wat wel overeind bleef na de oorlog -en dat tot in onze tijd- is de mythe van de "Straßen des Führers" als de
enige 'positieve' herinnering aan het nazi-tijdperk.