Kort voor de Eerste Wereldoorlog woonden er 10.000 tot 12.000 Joden in België. Zij waren voornamelijk afkomstig uit
Oost-Europa waar zij op de vlucht voor Russische pogroms (zie De Russisch Tsaren en de joden)
omstreeks 1880-1890 veiliger oorden op zochten in het Westen, naar de Verenigde Staten en elders. Een aantal vluchtelingen misten om allerhande redenen en oorzaken
de overtocht naar de Nieuwe Wereld via de Red Star Line rederij in de Antwerpse haven en strandden in de Sinjorenstad. Deze groep Joden hadden zich op enkele jaren tijd
succesvol geïntegreerd. Ze waren bedrijvig in allerhande sectoren, de diamantnijverheid, textiel, handelaars, leurders, marktkramers, pers en politiek enz. maar waren anderzijds
ook flink vertegenwoordigd in de gewone beroepen van loodgieter, onderwijzer aan het Koninklijk Atheneum van Antwerpen tot politieagent of brandweerman. Hierin zal
spoedig verandering komen.
Door de wereldwijde economische crisis en de daarmee gepaard gaande hoge werkloosheid waren in de jaren twintig en begin dertig van de 20ste eeuw in verschillende
Europese staten nieuwe anti-parlementaire en anti-democratische partijen en bewegingen ontstaan die, terende op de algemene onvrede bij de bevolking, de scandalitis
in de politiek alsook het immer latent aanwezige antisemitisme, hun groei exponentioneel zagen toenemen recht evenredig met de toename van de economische crisis. In
1922 had Benito Mussolini met zijn fascistische partij en zijn beruchte Zwarthemden milities de macht gegrepen. In Hongarije was sinds eind jaren twintig de dictator
Miklós Horthy (1868-1957) aan de macht die al vroeg een alliantie aanging met nazi-Duitsland. In Duitsland, dat de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog
nooit had verteerd en bovenop de economische crisis ook nog eens zware herstelbetalingen aan de geallieerden moest betalen, timmerden de nationaal-socialisten aan hun steile opgang
rond hun leider, de Führer Adolf Hitler, die van het denkbeeldige Judeo-Bolsjewistische complot tegen Duitsland een nieuwe religie had gekweekt en er veel succes
door verwierf.
Ook in ons land (en in Nederland) vonden de Nieuwe Orde-bewegingen in Italië en Duitsland grote weerklank. In 1931 richtte Joris Van Severen het anti-parlementaire Verdinaso op;
in 1933 gevolgd door Staf De Clercq die uit de brokstukken van de Frontpartij het VNV oprichtte; rond 1934 ontstaat rond Léon Degrelle de fascistische partij REX die
pas als partij aan de verkiezingen van mei 1936 zal deelnemen en tevens actief wordt in het Nederlandstalig deel van België als Rex-Vlaanderen, in januari 1937 stichtte
ex-Verdinaso lid René Lambrichts het fanatiek antisemitische Volksverweering op. In de jaren dertig zagen nog zo veel andere Nieuwe-Ordebewegingen en groepjes het licht,
verspreid over gans België. Om er maar enkele te noemen: de DOB (Dietsch Opvoedkundige Beweging) van Bert Van Boghout, het Nationaal Legioen/Légion Nationale van
Paul Hoornaert, de Anti-maçonnieke Liga, de Realistenpartij van A. Wouters, in Gent bestond de Bond der Anti-Joden Het Zwart Kruis, in Wallonnië was de La Fraternelle
de la Gendarmerie van kolonel Vigneron erg populair met ex-militairen en veteranen van de Eerste Wereldoorlog, alsook de Action et Civilisation geleid door legergeneraal
en voormalig Minister van Oorlog, baron Armand de Ceuninck, het Duitse culturele DeVlag rond Jef Van de Wiele dat na de bezetting de belangrijkste tegenhanger van het
VNV zal worden en het VNV in een opbod-politiek zal drijven om de gunst van de nazi 's te winnen enz...
Wanneer in Duitsland op 30 januari 1933 Adolf Hitler en de NSDAP de macht grijpen, op 14 juli 1933 de NSDAP de enige toegelaten politieke partij in Duitsland werd
en alle andere partijen werden verboden, komt een nieuwe stroom vluchtelingen naar het westen op gang. Onder hen voornamelijk Duitse Joden, communisten, andere
ongewensten in het Derde Rijk en talloze opposanten van de NSDAP. Na de aansluiting van Oostenrijk op 12 maart 1938 volgen nog eens een contingent Oostenrijkse Joden,
maar ook Sudeten, Tsjechen, Polen en andere vluchtelingen uit de door het Derde Rijk geannexeerde gebieden zullen naar het westen trachten te ontkomen.
Intussen was ook in Spanje de oorlog uitgebroken. Op 17 juli 1936 pleegde Generalísimo Francisco Franco (1892-1975) in Spanje een coup tegen de wettig verkozen linkse
regering wat het begin markeert van de Spaanse Burgeroorlog die op 2 april 1939 bezegeld werd met de definitieve overwinning van de Falangisten van dictator Franco
op de democratie. Ook vanuit Spanje komt na het einde van de burgeroorlog een vluchtelingenstroom van verslagen republikeinen en Interbrigadisten op gang, waarvan
ongeveer 5.000 in België zullen aanbelanden. De meeste van de Spaanse vluchtelingen worden echter in concentratiekampen in het zuiden van Frankrijk ondergebracht.
Diezelfde kampen in Le Vernet, Gurs, Saint-Cyprien, Milles enz. waar in mei 1940 de weggevoerden en verdachten van België via de zogeheten spooktreinen worden
opgesloten...
Na de machtsgreep van Hitler in Duitsland waren begin jaren dertig reeds 50.000 Joden naar ons land gevlucht. Hun aantal zal blijven toenemen, zeker wanneer in
september 1935 de Rassenwetten van Neurenberg van kracht worden. Eind 1935 was de Joodse gemeenschap in België al aangegroeid tot 65.000 waarvan ruim 35.000
in Antwerpen woonden, 25.000 in Brussel, 2.000 in Luik en Charleroi, 500 in Gent en nog eens 500 verspreid over de rest van het land. Na de Kristalnacht in Duitsland
van 9 op 10 november 1938 komt opnieuw een grote golf Joodse asielzoekers opgang en trokken nog eens 30.000 personen de Duits-Belgische grens over. België kon deze onophoudelijke vluchtelingenstroom maar nauwelijks aan. Bovendien stond ze onder druk van de steeds groeiende Nieuwe-Orde bewegingen en partijen in
eigen land, waardoor het vluchtelingen- en asielbeleid van de jaren dertig in ons land een voortdurend laveren wordt tussen gastvrije humaniteit en manu-militari
uitwijzing en zelfs terugdrijving met geweld tot finale deportatie toe
(lees ook: Wat we (niet) deden toen de joden stierven. [1] Vluchtelingenbeleid).
Het werd een beschamende politieke vertoning waar tot op heden nog lang niet het laatste woord werd over geschreven.
Op 6 juli 1938 vond in het Franse Evian-les-Bains de 'Conferentie van Evian' plaats waar
naast België en Nederland nog 3O andere landen uit de wereld aan deel namen om een oplossing voor de Joodse vluchtelingenstroom te bedenken. De conferentie draaide op niets
uit met het gevolg dat de betrokken landen zoals België op hun eigen oordeel werden aangewezen wat onder minister Pholien een verstrakking van het asielbeleid betekende. Vanaf september 1938
werden Joodse illegale vluchtelingen systematisch teruggedreven. Voor minister Pholien stond vast dat de Joodse migratie 'een vrijwillig fenomeen was en werden ze daar
helemaal niet toe gedwongen' (!). Pholien liet zelfs razzia's uitvoeren in Antwerpen en Brussel, liet de opgepakte Joden op treinen zetten en prompt weer naar
Duitsland afgevoeren! Het was duidelijk dat Pholien de antisemieten in België naar de mond praatte en hoopte met zijn openlijk vijandig beleid ten aanzien van
buitenlanders en vooral de Joden, hen gunstig te stemmen.
Om de steeds toenemende vreemdelingen- en Jodenhaat onder de bevolking en haast aanwezig in alle politieke partijen, de socialisten incluis (enkel de communisten
trokken partij voor het lot van deze vluchtelingen), besloot de Belgische regering in 1938 tot de oprichting van vluchtelingenkampen, en dat zo ver mogelijk weg van
de steden en uit het zicht van de bevolking. De bevolking die grosso modo weliswaar de vervolgingen in Duitsland afkeurde maar door de massale instroom van zoveel
vluchtelingen met angstgevoelens bleef zitten. Extreem-rechtse partijen zoals Verdinaso, VNV en vooral het rabiaat anti-semitische Volksverwering maakte van deze penibele
situatie dankbaar gebruik van om de angstgevoelens nog wat op te kloppen en met hun antisemitische en xenofobe uitspraken een nog groter kiezerspubliek voor zich te winnen.
Joodse (en andere vluchtelingen) werden in de opvangkampen geplaatst met het oog op remigratie naar andere landen. Ze konden er een opleiding volgen in landbouw
technieken enz. Het eerste kamp werd geopend in Merksplas op 21 oktober 1938. Later volgden nog meer kampen: in juni 1939 te Marneffe (bij Hoei), op 12 september 1939
in Wortel, gevolgd door het kamp in Marquain (eveneens bij Hoei), in oktober 1939 werden nog twee kampen in gebruik genomen: in Marchin en een kleiner
in Eksaarde. Tegen het uitbreken van de oorlog zullen in deze opvangkampen alles samen zo 'n 1.400 vluchtelingen een al dan niet verplicht onderkomen vinden. Ze hadden het
er alleszins 'beter' dan in de concentratiekampen van de nazi's die overal in Duitsland en Oostenrijk als paddenstoelen uit de grond rezen.