headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Nota bene '45. Een dagboek (Erich Kästner)
Israel's War History; prod. Sharon Schaveet; docu. 2007; 1 DVD; 120 minuten; engels; zw/w & kl.
Sunday 21 March 2010
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Auteur
Contact




Hugo Van Minnebruggen's Facebook profiel
Advertisement
Gedenksteen voor Rosa (Achilles Mussche) PDF Afdrukken E-mail
Saturday 10 November 2007
Titel          Gedenksteen voor Rosa
Orig.         Die unheimlichen Deutschen © Econ-Verlag 1963
Auteur      Achilles Mussche
Uitgeverij © Frans Masereel Fonds v.z.w., Brussel; 1961 - deze 2de herziene druk 1973; 244 bladzijden
ISBN         D/1973/1642/03
Synopsis

Stuttgart 1907. Rosa Luxemburg (1871-1919) tussen bustes van Karl Marx (links) en Ferdinand Lassalle (rechts), de stichters van de Duitse Socialistische Partij, spreekt in Stuttgart de menigte toe. Een jaar eerder had zij haar boek uitgebracht 'Massenstreik, Partei und Gewerkschaften', waarin zij haar standpunten uiteen zette en de noodzaak om met geweld het kapitalisme te verdrijven verdedigde en de rol van de arbeiders in de revolutie onderstreepte. In december 1918 vormt ze samen met Karl Liebknecht de Spartakusbund om tot de Communistische Partij van Duitsland (KPD). Deze partij zal zich later bij de Comintern aansluiten. In navolging van het Russische voorbeeld start er ook in Duitsland een revolutie, de Spartacusopstand, onder leiding van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. Deze opstand dwingt de regering om uit te wijken naar Weimar en laat vrijwilligersknokploegen vrij spel. Uit de kringen van deze Freikorpsen (Vrijkorpsen) zal later de SA van Ernst Röhm en Adolf Hitler gerekruteerd worden.

In de nacht van 15 op 16 januari 1919 worden Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht gevangengenomen, gefolterd en vermoord door dergelijke Vrijkorpsen. Wilhelm Pieck wordt ook gevangen genomen maar kan ontsnappen. Hun lijken worden in een rivier gegooid waarin in de loop van de daarop volgende weken nog honderden vermoorde (vermeende) spartakisten zullen worden gegooid. Pas op 13 februari worden Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht begraven op het Zentralfriedhof in Berlin-Friedrichsfelde.
Foto © Bildarchiv Preußischer Kulturbesitz


Achilles 'Achiel' Mussche (Gent, 12.8.1896-30.8.1974) was dichter en auteur van sociale romans, een toneelstuk en een aantal werken voor het onderwijs, kunstcriticus, overtuigd flamingant en humanistisch socialist. De sociale ellende die hij “van huize uit” kende, zou hem voor het leven tekenen en zijn werk in belangrijke mate beïnvloeden. In interviews noemde hij zichzelf wel eens “een sjofel kind van grommende fabrieken en dokken, een arme bloem van de straat”.

Hij werd geboren in de Gentse Oostakkerstraat, als zoon van een huisschilder en een spinster, maar in 1898 verhuisden zijn ouders naar de Karperstraat, te midden van de zogenaamde “rode cité” nabij de Vlaamse Kaai. Tot zijn 22ste zou hij daar, in of nabij zijn geboortewijk, blijven wonen. Enkele maanden nadat zij in de Karperstraat aanbelandden, trokken zij naar de Sint-Jozefstraat maar in 1901, vanaf zijn 5de jaar, keerden zij terug naar de Karperstraat. In 1915, rond zijn 19de jaar, verhuisde hij naar de nabijgelegen Snoekstraat en in 1918 koos hij voor de Lange Kazernenstraat. Pas op zijn 23ste jaar, in 1919, vestigde hij zich in de Sint-Lievensstraat, nabij de Lange Violettenstraat.

Op 14-jarige leeftijd verliet hij de school om te gaan werken in het exportbedrijf De Baerdemaecker in het Gentse havengebied maar vanaf 1911 mocht hij van zijn ouders in de Gentse Normaalschool studeren voor onderwijzer. Met zijn studiegenoten, o.m. Raymond Herreman, Karel Leroux en Maurice Roelants, gaf hij er het (handgeschreven) letterkundig tijdschrift Moderne Kunst uit. In 1915 behaalde hij het diploma van onderwijzer en in 1918 dat van regent. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij leraar aan een stadsschool. Als overtuigd Vlaming – die niet achter Vlaamse leeuwenvlaggen liep – zag hij de taalstrijd als een sociaal verzet tegen de franskiljonse bourgeoisie. Gedreven enerzijds door zijn gevoel voor sociale rechtvaardigheid en anderzijds door zijn Vlaamsgezindheid, verzeilde hij in kringen van het activisme. Gevolg: na de oorlog werd zijn “activistisch” regentendiploma nietig verklaard en werd hij bovendien ontslagen als onderwijzer.

In 1922 kreeg hij amnestie en werd hij leraar aan de gemeentelijke lagere school te Ledeberg. Hij verhuisde dan, in 1923, naar de Hundelgemsesteenweg in Ledeberg. Inmiddels was hij (met o.m. Wies Moens en Raymond Herreman) redacteur van Ons Vaderland, dagblad van de aanvankelijk (tot 1921) links-gerichte Frontpartij, en nadien (met Joris van Severen) medestichter van het tijdschrift Ter Waarheid. In 1923, toen Van Severen de Frontpartij een fascistische richting gaf, verliet hij de partij én de redactie van Ter Waarheid. In het vooruitzicht van zijn huwelijk, in 1925, was hij verhuisd naar de Korte Dagsteeg.

Van 1928 (en tot 1948) was hij leraar aan de Rijksnormaalschool in de Ledeganckstraat te Gent. Tegelijk werkte hij vanaf 1928 voor het Gentse dagblad Vooruit, vooral met literaire bijdragen. Hij verhuisde dan naar de Maria van Bourgondiëstraat (in 1928), vervolgens naar de Frans Spaestraat (in 1936) en twee jaar later naar Sint-Martens-Latem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij deel aan de leiding van het Gentse verzet. Op het nippertje ontsnapt aan de gestapo, dook hij in 1944 onder in het preventorium te Astene (waar hij werkte aan zijn later werk, Aan de voet van het Belfort).

Vanaf 1948 tot aan zijn pensionering was hij inspecteur Nederlands voor het Normaalonderwijs. Wellicht omwille van zijn vele verplaatsingen, koos hij voor een woning in de Groot-Brittanniëlaan, nabij het Sint-Pietersstation.

Na het overlijden van August Vermeylen in 1945, was hij medestichter van het August Vermeylenfonds (waarvan hij tot 1966 voorzitter was). Van 1945 tot 1971 was hij redactielid van het Nieuw Vlaams tijdschrift. In 1971 nam hij ontslag uit deze redactie uit protest tegen het opnemen van Jef Geeraerts’ Zevende brief rondom liefde en dood waarin de 1 mei-stoet fascistoïde werd genoemd en waarin repressietoestanden werden verdraaid. In 1966 werd hij lid van de toenmalige Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde én voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. In 1961, rond de tijd van zijn pensionering, vestigde hij zich in een appartement in de Patijntjesstraat.

Op professioneel gebied publiceerde hij een aantal handboeken voor het onderwijs, over woordenschat, uitspraakleer en taal- en stijlstudie. Zijn poëzie was vooral gekenmerkt door zelfbezinning. Aanvankelijk waren zijn gedichten verwant aan het humanitair expressionisme. In 1927 publiceerde hij de bundel De twee vaderlanden (1927); zijn “vaderlanden” daarin waren het aardse (het sociale dat hem zou blijven bewegen) en het hemelse (religieuze). Voor deze bundel kreeg hij de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie en de August Beernaert-prijs (periode 1926-1927) van de KVATL. Andere dichtbundels zijn Koraal van den dood (1938) en Langzaam adieu (1961). Zijn toneelstuk Christoffel Marlowe, of Er is een duivel te veel (1954) werd bekroond met prijs van de Vlaamse provincies. In 1964 bracht hij een moderne prozabewerking van Reinaert de Vos.

Naast essays over de naturalistische romanschrijver Cyriel Buysse (1929), de socialistische dichter Herman Gorter (1953) en zijn portret van Jules de Bruycker, Gent en zijn etser-teekenaar De Bruycker (1936), maakte hij vooral naam met zijn sociaal fresco Aan de voet van het Belfort (1950) en met Gedenksteen voor Rosa (1961), roman over de in 1919 vermoorde Pools-Duitse marxistische politica en filosofe Rosa Luxemburg.
Bron: Literair Gent

Duitse geschiedenis

Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:

•  De Man die het Derde Rijk uitvond (Stan Lauryssens)
•  De Duitse Revolutie. 1918-19: de nasleep van de Eerste Wereldoorlog (Sebastian Haffner)
•  14 • 18 De Eerste Wereldoorlog. Deel 69: November-Revolutie (Dr. R. L. Schuursma e.a.)
•  Gedenksteen voor Rosa (Achilles Mussche)
•  De verlaten monarch. Keizer Wilhelm II in Nederland (Perry Pierik en Henk Pors)
•  In rok tussen de bruinhemden - Herinneringen van een Duits diplomaat (Wolfgang zu Putlitz)
•  Duitse geopolitiek 1919-1945 (Dr. Geert Bakker)
•  Weimar, een weggemaaide cultuur (John Willett)
•  Deutschland, Deutschland über alles. Een satire met fotomontages van John Hartfield (Kurt Tucholsky)
•  Weimar 1933. Demokratie tussen fascisme en communisme (Dr. J. Van Santen)
•  Kroniek van de Weimar Republiek - Voorspel tot Hitler-Duitsland (Alex de Jonge)
•  Hitler: een onstuitbare opgang? - Opstellen over het fascisme (Kurt Gossweiler)
•  Hitler was geen toeval. Een bijdrage tot de sociologie van de nazi-barbarij (Josef Hindels)
•  De Rijksdag brandt (Dr. Edouard Calic)
•  De brand in het Rijksdaggebouw (R. John Pritchard)
•  Duitsland en zijn joden van 1743 tot 1933 (Amos Elon)
•  Nazi-Duitsland en de Joden. Deel 1 en 2 (Saul Friedländer)
•  Officieren tegen Hitler (Fabian von Schlabrendorff)
•  De laatste reis. De vernietiging van de Joden in nazi-Duitsland (Martin Gilbert)
•  De oorzaken en achtergronden van de Tweede Wereldoorlog (Ruth Henig)
•  Hitler's gevangenissen - De rechtsorde in Nazi-Duitsland (Nikolaus Wachsmann)
•  Potsdam - De verloren vrede (Charles Mee)
•  Slachtoffers van Jalta (Nicolay Tolstoy)
•  De Berlijnse blokkade (John Man)
•  Gedeeld verleden. Duitsland sinds 1945 (Patrick Dassen, Barend Verheijen, Friso Wielenga (red.)
•  Het Loon van de Schuld (Ian Buruma)
•  Moderne geschiedenis van Duitsland 1800 - heden (Frits Boterman)
•  Duitsland en de democratie 1871-1990 (red. Jürgen C. Hess en Friso Wielenga)
•  De Duitse Phoenix. Geschiedenis van Duitsland in de twintigste eeuw (Frits Boterman en Willem Melching)
•  Het onvermijdelijke Duitsland - Kanttekeningen bij een nieuw Europees krachtenveld (Johan van Minnen)
•  Duitsers ongewenst. Een natie in de spiegel van generaties critici en bewonderaars (Hermann Eich)
•  Duitsland vijftig jaar later - Extreem-rechts geweld in de Bondsrepubliek (Rik Tyrions)
•  Politiek geweld in Duitsland (Jacco Pekelder en Frits Boterman (red.)
•  Meedogenloos - Getuigenissen van een voormalig neonazi (Ingo Hasselbach)
•  De neonazi's in de Bondsrepubliek en hoe men hen bestrijdt (Pomorin en Junge)
•  Neonazi's - Onderzoek naar een verschrikking (Michael Schmidt)
•  Extreem-rechts in naoorlogs Europa (Patrick Stouthuysen)


Laatst geupdate op ( Saturday 10 November 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje