Vanaf de 10de tot en met de 15de mei werden over het ganse land massale arrestaties verricht. De gearresteerde 'onderdanen van vijandelijke mogendheden' moesten
worden ondergebracht in kazernes en bestemmingen "die in principe achter de verdedigingslinies liggen." Het ging hierbij in de eerste plaats om Duitsers maar ook om
andere nationaliteiten uit landen die het Derde Rijk de voorbije jaren had geannexeeerd
of veroverd zoals Oostenrijkers, Tsjechen en Polen alsook duizenden staatslozen die hun nationaliteit door de Duitsers werd ontnomen, vooraleer ze over de grens
mochten/konden ontkomen naar het westen, maar die door de Generale Staf om onbegrijpelijke redenen werden gelijkgesteld met 'authentieke' Duitsers (!). Uiteraard waren
het overgrote deel van deze 'vijandelijke onderdanen' Joden die het Derde Rijk waren ontvlucht om aan vervolging door de nazi's te ontkomen.
Afbeelding rechts: De Poolse Jood Max Wulfowicz uit Sint Gillis,
was een mekanieker en socialistische vakbondsafgevaardigde. Max werd opgepakt op de 10de mei en behoorde tot de 78 gedetineerden die opgesloten zaten in de kiosk van Abbeville, waar 21 medegevangenen door Franse soldaten werden
vermoord. Hij keerde na zijn vrijlating terug naar België, werd door de Gestapo opgesloten in het Fort van Breendonck en later gedeporteerd naar KZ Auschwitz.
Uiteindelijk werd hij uit een Oostenrijks concentratiekamp bevrijd door Amerikaanse militairen.
Over hun aantallen bestaat nogal wat onduidelijkheid, mede als gevolg van de voortdurende in- en uitstroom van nieuwe vluchtelingen en anderen die verder door
vluchtten naar andere landen. Maxime Steinberg heeft een uitvoerige studie hierover gepubliceerd die ook door J. Gotovitch en later door
Emmanuel Debruyne werd bevestigd, aangevuld of meer gepreciseerd werd (zie bronnen). Algemeen wordt aangenomen dat eind 1939 er ongeveer 116.000 Joden (legaal en illegaal) op
ons grondgebied verbleven. De weken voor de invasie van de 10de mei 1940 was reeds een omvangrijke uittocht van Joden op gang gekomen richting Groot-Brittannië, Frankrijk en
Portugal.
Na de invasie zullen er uiteindelijk een 60.000 Joden achterblijven in België waarvan er later 57.264 officieel door de nazi's werden geregistreerd, ongeveer 30.000
Joden van België waren naar Frankrijk gevlucht. In augustus 1940 zal het Duitse Militaire Bestuur (Militärverwaltung) het aantal aangehouden verdachten van mei 1940 op
10.000 ramen. Het werkelijke aantal zal wellicht nooit bekend raken. Bij de aanhoudingen van deze ongeveer 10.000 'verdachten' van mei 1940 bevonden zich 4.431 Duitsers
(of door de overheid als Duitsers gelijkgestelden), Oostenrijkers, Polen, Tsjechen en staatslozen. De 30.000 Joden die voor de invasie vanuit Belgë naar Frankrijk waren
gevlucht, zullen later, wanneer Frankrijk nauwelijks een maand later wordt veroverd, als ratten in de val zitten en hetzelfde lot ondergaan als de aangehouden Joden van
mei 1940 die eveneens naar Frankrijk werden gedeporteerd (zie verder).
Naast deze buitenlandse Joden werden ook andere buitenlanders opgepakt die als verdachten ondere de geciteerde besluitwetten vielen: Italiaanse anti-fascisten die
door het regime van Mussolini in eigen land werden vervolgd. Daarnaast werden vele spionnen van Duitse, Oostenrijkse en andere origine opgepakt die in ons land voor de
oorlog waren geïnfiltreerd. Ook talloze Spaanse republikeinen, op de vlucht voor de repressie in het Spanje sinds dat land na een bloedige drie jaar durende
burgeroorlog veroverd werd door Generaal Franco, hadden tevergeefs hun heil gezocht in België en werden in de boeien geslagen en opgesloten.