Het Duitse leger rukte onverwacht snel op en jaagt tienduizenden Belgen voor zich uit die, zich nog de gruwelen herinnerden
van de inval van de Duitsers in 1914, eerst naar het westen vluchten en daarna verder naar het zuiden de Franse grens overtrekken. Al op de 12de mei wordt Luik onder
de voet gelopen. De wegen in het noorden van Frankrijk raken spoedig overvol van vluchtenden mensen die zich op alle soorten vervoermiddelen die ze maar te pakken konden
krijgen, uit de voeten maken voor de nazi's. Ook de Belgische regeringsleden voelen de hete adem in de nek van de oprukkende Duitsers. Diezelfde dag telegrafeert
Walter Ganshof van der Meersch naar de locale rijkswacht- en politieposten dat de administratief geïnterneerde vijandige Belgen en buitenlanders verder weg van de
frontlinies moeten verplaatst worden en via treinen, bussen en vrachtwagens moeten getransporteerd worden.
Vanuit de belangrijkste Belgische steden, Antwerpen, Brussel, Luik, Bergen, Doornik enz. werden de duizenden geïnterneerden op treinen geladen. Dit waren meestal gewone gesloten
goederentreinen, en werden bewaakt door Belgische soldaten die hen tot de eindhalte zullen begeleiden. Deze Spooktreinen (les 'Trains Fantômes', zoals ze later
genoemd werden) zetten in een tergend slakkengangetje koers naar Frankrijk. De omstandigheden op deze gesloten goederenwagons waar de geïnterneerden soms met 50 of meer
mensen opeen gepakt zaten, laten zich raden. Zonder sanitair, water of eten, moesten de geïnterneerden de reis, die gemiddeld tussen vier tot zeven dagen duurde, zien
te overleven. Een Spooktrein die was vertrokken vanuit Brussel, bereikte Orléans - slechts 450 kilometer verder - pas zeven dagen later. Sommigen dronken van de ondraagleijke
dorst zelfs hun eigen urine op. Vele gevangenen stierven tijdens deze treinkonvooien in die enkele dagen dat de rit duurde.
Marcel Senesael schreef hier later over: "'s Anderendaags, 15 mei 1940, rond 11 uur werden we op de koer der kazerne verzameld, tussen een peloton Belgische soldaten, geweer in de aanslag en als een hoop misdadigers
door Doornik naar het station gebracht. Met 45 werden we in een gesloten kalkwagon gestopt, in volle brandende zon en met gesloten luchtgaten en hangsloten op de deur. Na
een paar uur dachten wij te zullen stikken. Rond 2 uur vertrok de trein in de richting van het zuiden, naar Frankrijk, voor een onbekende bestemming. [..] Bij elke halte
stonden benden Fransen gereed om ons uit te schelden en te bedreigen. [..] In onze wagon werd een jongeman krankzinnig, in de andere wagon zijn drie mensen gestorven.
Het was verschrikkelijk!"
Hoe dieper de Spooktreinen Frankrijk binnentrokken, hoe vijandiger de stemming werd onder de Franse bevolking. Op vele treinwagons stond in grote witte letters gekalkt
"Parachutistes! Espions! 5e colonne!" (parachutisten! spionnen! 5de colonne!) waardoor de locale bevolking niet beter wist, dan
dat ze met spionnen en landverraders te maken hadden. Telkens de treinen ergens in een stationnetje halt hield en een aantal geïnterneerden snel hun gevoeg mochten doen
tussen de rails, werden ze geslagen en geschopt door zowel hun bewakers als door de locale bevolking en npasseerende colonnes Franse soldaten, die niet liever
wilden dan ze ter plaatse opknopen.
Van zodra de Spooktreinen de Franse grens over waren, vielen zij buiten de controle van de Belgische regering. De Fransen vonden het niet beter dan de Spooktreinen
te laten doorrijden naar het zuiden van Frankrijk, waar voormalige interneringskampen voor Spaanse Republikeinen geschikt werden geacht om die zogenaamde 'parachutisten,
spionnen en 5de colonne-Belgen in op te sluiten. Door het snel oprukken van het Duitse leger, diende ook de Belgische regerings- en parlementsleden hun biezen te pakken.
De meeste regeringsleden vertrokken tussen 15 en 28 mei 1940 naar Frankrijk, waar ze in Limoge een voorlopig kabinet installeerden.
Vanuit Limoge zullen dan enkele weken later de eerste stappen worden gezet om de Belgische geïnterneerden weer vrij te krijgen. Dat zal pas kunnen gebeuren nadat
ook Frankrijk was gevallen - 22 juni 1940 - en de Duitsers schoorvoetend hun instemming zullen geven tot vrijlating van de Belgen. Frankrijk werd door de bezetter in
twee delen gesplitst: in het noorden het door de Duitsers bezette deel en in het zuiden werd de collaborerende Vichy-regering onder Maarschalk Pétain geïnstalleerd. Beide
landsdelen werden da gescheiden door de zogeheten Ligne de démarcation (demarcatiegrens). Dat onbezette deel van Frankrijk zal nog enkele jaren door de Duitsers gespaard blijven van repressie
en een tijdelijke vluchthaven en ontsnappingsmogelijkheid blijken voor vele Joden en andere onderduikers.