headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Israël in het geweer (Jan P. de Graaf en Robbert Keegel)
The Story of Fascism; Gianni Ubaldo Canale; docu; 2008 ; 2 DVD's; speelduur 300 minuten; zw/wit
Sunday 20 July 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
De weggevoerden van mei 1940. [2] Bloedbad in Abbeville - Abbeville PDF Afdrukken E-mail
Monday 10 December 2007
Artikel index
Abbeville
Ze zijn er!
Parachutisten- en spionitiskoorts
Vijandelijke onderdanen
Vijandige Belgen
De Spooktreinen
Bloedbad in Abbeville
Bronnen

 

 

 

 

 

Bloedbad in Abbeville

Anders verging het de opgepakte verdachten - vijandige Belgen en vijandelijke buitenlanders - die in Abbeville een 'tussenstop' hielden. Tussen de 10de en de 15de mei 1940 werden 78 'verdachten' administratief opgesloten in 't Pandreitje, de voormalige gevangenis van Brugge. Onder hen ook een achttal vijandige Belgen waaronder de bekendsten wellicht Joris Van Severen en Léon Degrelle waren. Samen met twintig anderen zal Van Severen deze tocht niet overleven. Joris Van Severen was de leider van het Verdinaso, een organisatie die op paramilitaire leest was geschoeid, weigerde aan parlementaire politiek te doen, en in 1934 reeds een eerste verbod werd opgelegd voor het optreden in uniform als privémilitie, de privémilitiewet die in 1936 nog werd aangescherpt. Net zoals Degrelle's REX, had Van Severen zich de laatste jaren ontpopt als Belgicist en monarchist en telde nogal wat 'vrienden' bij het Belgisch leger en in en om het Belgisch vorstenhuis waar hij een graag geziene gast was te Laken.

Het Verdinaso was de voorbije jaren een rabiaat anti-semitisch broeinest geworden, alhoewel Van Severen zèlf zich maar zelden tot antisemitische uitspraken liet verleiden. Na het begin van de bezetting zal het Verdinaso opgaan in de Eenheidsbeweging van het VNV van Staf de Clercq. Bijna de helft van de Dinaso-militanten zullen de collaboratie aangaan met de Duitsers (een aantal Dinaso's weigerden te collaboreren en traden zelfs toe tot het verzet!) In zijn boek 'De Jodenjagers van de Vlaamse SS' (zie bronnen) onderzocht historicus Lieven Saerens de collaboratie bij ondermeer het VNV en het Verdinaso en kwam tot het ontnuchterende vaststelling dat meer dan eenderde (tot 35%!) van de Vlaamse SS'rs, die zich tijdens de bezetting als fanatieke Jodenjagers hadden ontpopt, afkomstig waren uit het Verdinaso of het 'goed gezind' waren. Gekende voorbeelden zijn de Volksverweerders René Lambrichts en Gustaaf Vanniesbecq die uit het Verdinaso stamden en eveneens opgepakt werden in mei 1940 en geïnterneerd werden in de zuid-Franse concentratiekampen.

Ondanks vergeefse pogingen van bevriende parlementairen om Van Severen weer vrij te krijgen, werd Van Severen samen met 77 andere verdachten op 15 mei 1940 naar Frankrijk gedeporteerd. In tegenstelling tot de meeste verdachten die met Spooktreinen werden afgevoerd, werd het uiterst gemengde gezelschap twee aan twee geboeid in drie autobussen van de lijn Brugge-Blankenberge gestopt. De bussen reden via Oostende naar Duinkerken waar de groep werd opgesloten in de militaire kazerne. In Duinkerken werd Léon Degrelle uit de groep gehaald. Hij mocht zelfs een schijnexecutie beleven, die zo geloofwaardig was dat men ook in België meende dat Degrelle geëxecuteerd was.

Naast de reeds genoemde Van Severen en Degrelle, was de groep erg heterogeen. De auteur Chr. Vlaemynck heeft in zijn opmerkelijke studie ('Dossier Abbeville', zie bronnen) getracht zoveel mogelijk de achtergronden van deze 78 leden tellende groep te achterhalen. Van de 21 Belgen was er naast Degrelle nog een Rexist, René Wéry, en een 2de Dinaso Jan Rijckoort, de rechterhand Van Severen. Verder was er één VNV'r bij, Van Gijsegem, één flamingant en twee vermoedelijk Duitsgezinden. Bij de groep bevonden zich 18 Joden van diverse origines, veertien Duitsers (waarvan drie spionnen), een aantal Belgische communisten (Caestecker, Monami en Van Dijcke), twee Belgen (De Bruyn en Vanderkelen) die voor de Abwehr (Duitse contra-spionage) werkten, één agent van de Britse Geheime Dienst (Mareel), een vermoedelijke spion de Canadees Robert Bell, een aantal Interbrigadisten, een zestal Nederlanders, een Deen, een Spanjaard, negen Italianen waaronder een viertal anti-fascisten (Bellumat, Lazarelli, Perissino en Taccardi) en nog een aantal anderen waar maar weinig over bekend is geraakt.

Afbeelding links: foto door de Duitsers genomen zoals zij de 21 terechtgestelden aantroffen op 21 mei 1940, de dag na het bloedbad. Op de voorgrond van L. naar R. de kaalhoofdige Rexist René Wery, de communist Lucien Monami en voor hen twee Italiaanse antifascisten. De lijken van Jan Rijckoort en Joris Van Severen liggen op deze foto helemaal achteraan.

Nadat in Duinkerken halt werd gehouden en Degrelle door Franse soldaten uit de groep was gehaald, zetten de 77 overblijvenden in de drie bussen koers naar Béthune, waar ze opgesloten werden in de plaatselijke gevangenis. Drie dagen later, werd de groep op 19 mei weer in drie bussen geladen en naar Abbeville gevoerd waar ze werden opgesloten in de kelderruimte van een kiosk (zie foto bovenaan, de beruchte kiosk van Abbeville anno 2007). Ondertussen rukten de Duitsers sneller op dan de mensen konden wegvluchten. In de nacht van 19 op 20 mei werd het kleine stadje Abbeville vanuit de lucht door Duitse eskaders zwaar gebombardeerd. Twee dagen later was het dorp herschapen in één rokende puinhoop. De Franse soldaten die meenden dat hun gevangenen alsnog zouden bevrijd worden door de Duitsers, besloten in de middag van 20 mei om al hun gevangenen te executeren.

Na een zoveelste Duits bombardement dat ruim drie uren aanhield, werden de gevangenen in groepjes van vier uit de kioskkelder gehaald, tegen de muur gezet en zonder pardon of proces meteen doodgeschoten. Onder hen ook één vrouw, Maria Geerolf-Ceuterick, die vrij brutaal vermoord werd door de Franse gendarmes. Met geweerkolven werd haar schedel ingeslagen en met vijf bajonetstekken in de borst en één in de buik stierf de zestigjarige huisvrouw. Ook zij was één van die vele verdachten die in de chaos van de laatste dagen voor de inval, per vergissing werd gearresteerd. In feite wilden ze haar schoonzoon oppakken, Ernst Warris, die verdacht werd van sympathieën met de Nieuwe Orde. Vermits hij op dat ogenblik niet thuis was, hadden de gendarmes maar enkele vrouwen opgepakt, waaronder de 18-jarige Gaby Warris en haar grootmoeder Maria Ceuterick.

Ook de Dinaso's Van Severen en Jan Rijckoort waren net voor deze arme vrouw, eveneens doodgeschoten. Door naoorlogse extreemrechtse Vlaams-nationalisten wordt de dood van de 2 Dinaso's schaamteloos misbruikt en werd hun dood als een waarachtig gebeurd 'heldenepos' herschreven. Het soort van 'heldendood' waarin Van Severen zogenaamd 'het leven van een vrouw had trachten te redden door zijn leven voor het hare te offeren'. Daar is echter geen enkel bewijs of getuigenis voor te vinden en moet andermaal als een zoveelste sprookjesachtige interpretatie van naoorlogse rechts-extremistische flaminganten worden afgedaan. De 'mythe Joris Van Severen' moest kost wat kost overeind blijven en daarbij worden halve waarheden en hele leugens nooit geschuwd want een Vlaamse martelaar daar kan je er nooit genoeg van hebben... Overigens wisten deze Franse soldaten niet eens wie Van Severen was of welke hoogst bedenkelijke rol hij ooit in de Vlaamse emancipatiebeweging had gespeeld. Van enige voorbedachtheid kan bij deze misdaad dan ook nooit sprake zijn geweest. 

Het tragische einde van Van Severen oogt in weze vrij banaal. Overlevende getuigen van het bloedbad die erbij waren in de kioskkelder van Abbeville vertelden later hoe ze zagen hoe angstig en moedeloos Van Severen en zijn kompaan Jan Rijckoort de trap van de kiosk op strompelden, hun noodlot tegemoet. Van Severen (afbeelding rechts) probeerde nog zijn leven te redden door de Fransen wanhopig toe te roepen: "Je ne suis pas un espion, je suis Belge, ancien combattant. Je suis marié et j'ai deux enfants. Je suis innocent!" (vert: "Ik ben geen spion maar een Belgische oud-strijder. Ik ben gehuwd en heb twee kinderen. Ik ben onschuldig!"). Maar het mocht allemaal niet meer baten. In enkele seconden was het voorbij en was het 'over and out' voor Van Severen en Rijckoort.

Met de moord op Joris Van Severen werd tegelijk ook de zwanezang van het Verdinaso ingezet. Net zoals zovele van deze dictatoriaal gestructureerde bewegingen en stromingen die het van een leiderscultus moeten hebben bleken ook nu de gevolgen voorspelbaar: van zodra de 'leider' de geest geeft, is het meteen ook afgelopen met de beweging zèlf. In het geval van Van Severen zal de leiderscultus snel plaats maken voor een goed georganizeerde 'slachtoffercultus' die tot op heden standhoudt (zie verder).

Na de dood van de 2 Dinaso-leiders werden nog een tiental anderen gefusilleerd tot de executie ononderbroken werd door een nieuw Duits bombardement. Na dit bombardement werden er opnieuw vijf personen uit de kelder gehaald. Maar toen daagde een andere Franse officier op, luitenant Jean Leclabart, die de executies liet stilleggen. De Fransen hadden er genoeg van en stopten ermee. De 55 overblijvenden (de Deense ingenieur Paul Winter was weggevlucht en verschool zich in een gebouw tot de Duitsers 's anderendaags opdaagden) werden terug in bussen geladen en zetten hun tocht verder waar ze werden opgesloten in Rouen. Na hun vertrek, werd Abbeville de avond van de volgende dag op 21 mei ingenomen door de Duitsers en werden de 21 lijken ontdekt die gewoon waren blijven liggen op de plaats waar ze werden doodgeschoten. In zeven haasten werden de lijken door de Duitsers in een massagraf begraven. Later zullen ze worden herbegraven op het stedelijke kerkhof van Abbeville.

Op 9 juni '40 werden 30 overgebleven verdachten van de Abbevillegroep naar de gevangenis van Caen overgebracht waar ze uiteindelijk op 21 juni door Duitse soldaten werden vrijgelaten. Behalve dan... de resterende groep van ongeveer 25 Joden, antifascisten en anti-nazi's onder hen. Die hadden nog een lange lijdensweg af te leggen doorheen de concentratiekampen in Frankrijk van wie slechts een handvol het er levend zullen vanaf brengen...

Tragische balans van deze massacre: 21 doden. Onder de doden 8 Belgen, 4 Italianen (waaronder de antifascisten Mantella, Bellumat en Taccardi), 4 Duitsers (waaronder de Duitse priester Ludwig Wächter en de Duitse spion Paul Günther), 2 Nederlanders (Van de Loo en Van den Plas die beide voor de Duitse Abwehr werkten), een Tsjech, een Canadees (Robert Bell) en de Hongaarse Jood Sonin-Garfunkel Miguel die nog bij de Interbrigadisten tegen generaal Franco had gekampt. Bij de Belgen sneuvelde naast de 2 Dinaso's ook de Rexist René Wéry, de communisten Louis Caestecker en Lucien Monami, de Abwehragenten Henri De Bruyn uit Molenbeek en Hector Vanderkelen uit Sint-Joost ten Node.

Na de dramatische feiten werd door de Duitse bezetter verbeten jacht gemaakt op de verantwoordelijken voor dit zinloos bloedbad. Er bevonden zich immers een aantal Abwehragenten tussen de doden en die moesten worden gewroken. De Franse bevelvoerende soldaten, luitenant Caron en sergeant Mollet werden door de Duitse krijgsraad op 17 januari 1942 ter dood veroordeeld en stierven op 7 april 1942 voor het vuurpeloton nabij Parijs. De Franse kapitein Dingeon, die het bevel tot executie van de 77 gevangenen had gegeven, was eerder op 21 januari 1941 in niet opgehelderde omstandigheden overleden (gezelfmoord?) in het dan nog niet bezette zuidfranse Pau.

Afbeelding links: Koen Dillen, zoon van de stichter van het Vlaams Blok (=Vlaams Belang) Karel Dillen, is sinds 2003 Europees Parlementslid voor het racistische Vlaams Belang. Dillen hier op bezoek op 11 juli 1992 bij SS-Obersturmbannführer Léon Degrelle in Malaga (S). Na de oorlog stonden extreemrechtse Vlaams-nationalisten in de rij aan te schuiven bij hun icoon Léon Degrelle om hem uitbundig de hand te schudden en om samen met hem op de foto te poseren. Commentaar van Dillen toen de pers veel later deze foto uitbracht: "Nee ik heb geen probleem met die foto. Steve Stevaert bezocht toch ook Fidel Castro?" [Stevaert was tussen 1995 en 2005 het boegbeeld van de SP.a, de Vlaamse socialistische partij] Ook boegbeeld van het Vlaams Belang, Philippe Dewinter, heeft zo 'n door hem fel gekoesterde  door Léon Degrelle gehandtekende foto op zijn kast staan. Tjah, de appel rol nooit ver weg van de boom...

Het blijft gissen wat de houding van Joris Van Severen ten aanzien van de bezetter zou zijn geweest, moest hij niet vroegtijdig zijn omgekomen nog vooraleer hij die keuze had kunnen maken ("Ik heb die smeerlappen nooit betrouwd", zou hij de dag van zijn aanhouding aan Michel Nyckees over de Duitse invallers hebben gezegd.) Net zoals Léon Degrelle (REX) en Staf de Clercq (VNV), sloot  ook Van Severen publiekelijk elke mogelijke collaboratie bij voorbaat uit, en dat nog voor de invasie van de Duitsers plaatsvond.  Na de 10de mei 1940 was er dan de kolossale  ommekeer, die vriend en vijand verbaasde, en werd de collaboratie van VNV en REX totaal èn compromisloos. Dit zonder ook maar één keer te verpinken en ten koste ging van hun eigen vooroorlogse publiek gekende standpunten en uitgesproken extreemrechtse en nationalistische ideologie.

Hoedanook, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Van Severen al bijna 46 jaar oud (vgl Degrelle: toen 33 jaar), en gezien zijn leeftijd lijkt het weinig waarschijnlijk dat hij bij de Waffen SS nog een belangrijke rol had kunnen spelen of een militaire graad van betekenis had kunnen verkrijgen. Een rol van Van Severen tijdens de bezetting zou eerder in de lijn hebben gelegen van bijvoorbeeld de Luitenant De Windekring van René Turcksin van waaruit dan later de Vlaamse Wacht is ontstaan. Maar dat blijft speculeren.

Ook Léon Degrelle werd aanvankelijk medisch afgekeurd voor de SS en later - via het door hem opgerichte Waals Legioen - weer opgevist bij het vreemdelingenlegioen van de Waffen-SS. Degrelle kon zich aan het Oostfront herhaaldelijk onderscheiden in vuurgevechten tegen de geallieerde strijdkrachten [sic]. Het leverde hem het beruchte compliment van Adolf Hitler op ("Als ik een zoon had wenste ik dat hij zoals Degrelle zou zijn".) Na de oorlog werd Degrelle bij verstek ter dood veroordeeld, maar ontkwam aan zijn straf door naar Spanje te vluchten waar hij bescherming vond onder het regime van dictator generaal Franco. Na zijn naturalisatie tot Spanjaard kon hij niet meer worden uitgeleverd aan België, leefde nog lang en gelukkig en, dankzij zijn succesvolle activiteiten in de vastgoedsector, stierf de dan al bijna 88-jarige voormalige luitenant-kolonel van de SS in 1994 als een rijk man, zonder ooit één enkele  dag in de gevangenis te hebben gezeten.

 

 

 

 

 



Laatst geupdate op ( Thursday 13 December 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje