Op 2 juli 1940 bereikte een bericht het kamp Saint-Cyprien waar een honderdtal 'vijandige Belgen' zaten opgesloten, dat de geïnterneerde Belgen met toestemming van de nazi's huiswaarts konden keren.
Er werd een lijst aangelegd, uiteraard met de Rijksduitsers en andere Duitsers eerst die met een eerste konvooi vertrokken. Dankzij de onderhandelingen van
Dr. August Borms, kon een grote groep Belgen reeds meereizen met de Duitsers en op 3 juli 1940 het honderdtal Belgen dat in Saint Cyprien vijf weken ontberingen
had ondergaan, richting België. Een aantal Belgische communisten bleef achter, onder wie de journalist en oud-Spanjestrijder Paul Nothomb (zoon van Pierre), die de 13de juli
toch erin zal slagen te ontsnappen en later het verzet zal organizeren.
Onder de vrijgelatenen van de 3de juli ook René Lagrou, Edgar Lehembre, de Rexisten Paul Colin en Victor Matthijs, Emiel Gossenaerts, Pol Le Roy, Dr. Adriaan Martens
e.a. Na zeven dagen bereikten ze Brussel. Dr. August Borms had echter andere plannen en verkoos een andere route. Tegenover Volk & Staat zal hij
later beweren dat hij te voet naar Bordeaux ging. Voor een gebrekkelijke man van 62 jaar, die ook nog eens uitgeput was van de doorstane ontberingen, lijkt het nogal
onwaarschijnlijk dat hij die tocht van 450(!) kilometer, te voet kan hebben afgelegd, maar een en ander moest natuurlijk de 'mythe Borms' in stand houden, en daar
droeg Borms graag het meeste zèlf aan bij. Vanuit Bordeaux nam hij de trein naar Parijs. Op 10 juli werd hij door Otto Abetz, de Duitse ambassadeur in Parijs, in diens
auto aan de deur van zijn woning in Merksem afgezet.
Op de afbeelding hiernaast nog enkele bekenden uit Saint-Cyprien die voor de camera hier veelzeggend poseren voor Das Deutschen Soldaten Kino
(bioscoop voor Duitse militairen) te Brussel. Deze foto werd onmiddellijk na hun aankomst op 10 juli 1940 genomen en verscheen 's anderendaags op de voorpagina van de
collaborerende De Standaard die zich na de Duitse inval Het Algemeen Nieuws was gaan heten
om naoorlogse verbranding van de oude gekende naam te voorkomen. Op het plaatje: staande Frans Calcoen[1] uit Nieuwpoort, een fanatieke volgeling van Flor Grammens en naast
hem Maurice Bamelis[2] uit Alveringem, leider van het Verdinaso in de Westhoek. Eveneens uit Alveringem afkomstig
Amandus Boedts[7], vaandrig van het VNV; Maurice Vynck[3] uit Watou en
Marcel Senesael[6], burgemeester van Hoogstade, die eigenlijk per vergissing en louter willekeurig was opgepakt.
In het midden zittend op de grond Clemens De Landtsheer[5] (1894-1984) met aan zijn rechterhand
Rafaël Demoen[4], respectievelijk secretaris en bestuurslid van het IJzerbedevaartcomité dat vanaf 1940 de 'vergeten'
Oorlogs-IJzerbedevaarten zal organizeren. Clemens De Landtsheer was
vanaf 20 augustus 1943 tot aan de Bevrijding tevens VNV-oorlogsburgemeester van Kaaskerke.
De toespraken van de toenmalige IJzerbedevaartvoorzitter, professor Paul Daels, wonden er geen doekjes om: "Laten we niet vergeten dat Vlaanderen geen zegepraal heeft
behaald, maar gered werd op het ogenblik dat het bijna vermoord werd" (1940). "Wij willen betere Dietsers zijn om meer volbloed Germanen
te zijn" (1941). "Dit IJzerkruis wordt de ononderbroken schakel tussen de Clauwaerts, de geuzen, de Brigands enerzijds, de Vlaamse
martelaars van Abbeville en van de concentratiekampen en de idealisten van het Oostfront anderzijds" (1942). "...onze jongens
aan het Oostfront in de verdediging van cultuur en beschaving en Nederlands volksrecht". "Bezield door Nederlandse volkstrouw, offervaardig
ter verdediging van de Westerse christelijke beschaving, met het vuur en de edelmoedigheid van de jeugd opgaande in hun idealen van Europese samenhorigheid, vechten
onze jongens aan het Oostfront" (1943). "Hier gedenken wij vooral uw offer, Vlaamse gesneuvelden uit de beide wereldoorlogen,
op welk slagveld gij ook gevallen zijt..." (1944).
Deze vijf bedevaarten zullen na de oorlog niet erkend worden door het nieuwe IJzerbedevaartcomité en dus niet opgenomen worden in de telling. De schaamte om wat
er tijdens WOII was gezegd en gedaan was blijkbaar te groot om blijvend in de annalen van de Vlaamse beweging gememoriseerd te worden. Na de oorlog werd Clemens De Landtsheer
op 3 oktober 1944 aangehouden en op 1 oktober 1946 veroordeeld tot 10 jaar cel maar kwam reeds vrij op 1 juni 1948. Enkele jaren later vroeg hij eerherstel aan bij
de Belgische staat dat hem in maart 1953 effectief werd toegekend. De Landtsheer die sinds 1926 de secretaris van het IJzerbedevaartcomité was, zal die functie
blijven uitoefenen tot aan zijn pensioen in 1961. Dit ondanks hij medeverantwoordelijk was voor de vakkundig weggemoffelde aangebrande periode van de
oorlogsbedevaarten. Vlaanderen vergeeft zijn zonen soms wel erg snel[sic].