headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De nazi's. Een waarschuwing uit het verleden (Laurence Rees)
De Joden. Geschiedenis van een volk; Nina Koshofer & Sabine Klauser; 2008; 2 x DVD; 260 min.
Tuesday 13 May 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
De weggevoerden van mei 1940. [3] Interneringskampen in Frankrijk - Abbeville PDF Afdrukken E-mail
Saturday 15 December 2007
Artikel index
Abbeville
Hoezo onterecht aangehouden?
Vrijlating van de Belgen/Saint-Cyprien
Vrijlating van de Belgen/Le Vernet
Politieke exploitatie
Het lot van de Joodse achterblijvers
Epiloog: een merkwaardig vonnis
Bronnen

 

 

 

 

 

Het lot van de Joodse achterblijvers

Wie niet bevrijd werd waren de vele weggevoerde Joden. Misschien 5% van deze Joden hadden de Belgische nationaliteit. Vele van de Belgische Joden konden met de andere vrijgelaten Belgen terugkeren naar het land. Echter ongeveer 3.500 Joden van België bleven achter in de Frans kampen, ook omdat de Duitse bezetter zich hiertegen verzette. In de meidagen waren tienduizenden Belgen gevlucht naar Frankrijk. Onder hen ook duizenden Joden uit België die op eigen houtje naar Frankrijk gevlucht waren. Hen werd door de collaborerende Vichy-regering de terugkeer belet, dat zowel door de Duitsers als door de Belgische instanties die zich aldus 'verlost' wisten van hun vooroorlogse vluchtelingenprobleem, om niet te zeggen: Jodenprobleem. In zijn boek La liste de Saint-Cyprien maakt Marcel Bervoets melding van meer dan 8.000 Joden die vanuit België afkomstig waren en die in de Frans concentratiekampen terecht kwamen.

De Joodse communist Henri Neubeck was in 1935 naar aanleiding van de beruchte rassenwetten van Neurenberg met zijn ouders Duitsland ontvlucht en het gezin vestigde zich in Brussel. Het jaar daarop trok zijn vader naar Spanje om er tijdens de Burgeroorlog in de rangen van de 11de Internationale Brigade tegen de militaire staatsgreep van generaal Franco te kampen. In mei 1940, Henri was toen 17 jaar oud, werd hij opgepakt als verdachte vreemdeling (hij was immers Duitser) en werd in het kamp van Saint-Cyprien geïnterneerd. Hij slaagt erin te ontsnappen uit het kamp en keert terug naar Brussel. Hier sluit hij zich aan bij het clandestiene verzet en voert verschillende sabotageacties uit tegen de Duitse bezetter. In december 1941 wordt hij samen met zijn kameraad Garbarini door de Gestapo gearresteerd. Ze zullen beiden in 1943 omkomen te Berlijn.

De Joden die ook het bloedbad van Abbeville hadden meegemaakt kenden een wisselend einde. De Duitse Joden Werner Ginsberg en Leo Klareck, de Russische Joden Isaak Katz en Izaak Orlowski, en de Hongaarse Jood David Taubmann slaagden er bijtijds in om onder te duiken en overleefden. Anders verliep de tocht van de Poolse Jood Max Wulfowicz die op zijn minst memorabel is. Hij slaagde er na Abbeville weer in om tot in Brussel te geraken en besloot na zijn terugkomst toe te treden tot het gewapende verzet. Hij sloot zich later aan bij het Onafhankelijkheidsfront.

Op 13 maart 1943 viel hij in handen van de Gestapo, werd opgesloten in het Fort van Breendonk en nadien naar de Dossin-kazerne van Mechelen in afwachting van zijn deportatie naar Auschwitz waar hij eind november 1943 toekwam. Naarmate het Rode leger oprukte moest ook de gevangen Wulfowicz mee achteruit worden geplaatst. Zo belandde hij achtereenvolgens in Sachsenhausen, in januari 1945 in Mauthausen en als laatste halte in Ebensee waarna hij bevrijd werd door de Amerikanen en terug naar België keerde.

Ook de verdere belevenissen van Abraham Goldwasser, uit de Abbevillegroep, zijn al evenzo bijzonder. Goldwasser werd na Abbeville eveens opgesloten in de gevangenis van Rouen en werd van daaruit gedeporteerd naar de zuid-franse concentratiekampen. In oktober 1940 slaagde hij erin terug te keren naar België, vond werk en huwde zijn verloofde. Naarmat de repressie tav de Joden toenam, zag het echtpaar Goldwasser zich genoopt om onder te duiken. In februari 1943 werden zij verklikt, opgeleid door de Gestapo en opgesloten in de Dossin-kazerne. Van daar uit vertrokken zij met het XXste konvooi naar Auschwitz een historische nacht tegemoet. Het was dit XXste konvooi dat in de nacht van 19 op 20 april 1943 tot staan werd gebracht tot drie jonge snaken van het verzet.

Slechts gewapend met een revolver en een rode lantaarn slaagden de drie moedige waaghalzen er in om enkele wagondeuren te ontgrendelen zodat een paar dozijn Joden uit de trein konden springen. De verzetsleden slaagden er echter niet in om tijdig de wagon te openen waarin het echtpaar Goldwasser zat opgesloten en de trein trok zich weer op gang. Maar ze hadden wel het lawaai gehoord en raadden wat er gebeurd was. Met de moed der wanhoop slaagden zij erin via een verluchtingsraampje de grendel van de wagondeur open te schuiven en het echtpaar sprong de donkere nacht in, hun vrijheid tegemoet. Zij doken opnieuw onder, werden niet meer gepakt en konden mee de Bevrijding van ons land vieren.

In de loop van 1941 werden de geïnterneerde Joden verder verspreid over andere kampen. Een vijfde werd naar Rivesaltes gedeporteerd dat een familiekamp was. Een kwart werd overgebracht naar het kamp van Milles. Een derde van de Joden uit België die in Gurs zaten opgesloten werd dwangarbeid opgelegd. Zij werden ingedeeld bij de zogeheten Groupements de Travailleurs étrangers (GTE). Naarmate de Vichy-regering intensiever collaboreerde, werd het regime in al die Franse kampen repressiever en ondraaglijker.

Het duurde niet lang voor het lot van de Joden uit België (en tegelijk ook àlle Joden die in Frankrijk verbleven) werd bezegeld. Op 3 juli 1942 kwam het tot een akkoord tussen Berlijn en het Vichy-kabinet om de deportatie van de Joden uit Frankrijk te organiseren. Besloten werd om alle geïnterneerde Joden uit de Zuid-Franse kampen op het grondgebied van Vichy te transporteren naar het Durchgangslager Drancy (doorgangskamp) nabij Parijs. Drancy was oorspronkelijk ontworpen als een sociale woningbouwproject voor ca. 700 mensen. Na de capitulatie van Frankrijk werd het onvoltooide complex in 1941 door de Vichy-regering omgebouwd tot concentratiekamp.

Het was voornamelijk bestemd als doorgangskamp voor Joden, in afwachting van deportatie naar Auschwitz. Aanvankelijk lag de bewaking van het kamp in de handen van de Franse politie van het Vichy-regime, maar vanaf 1 juli 1943 namen de nazi's de bewaking van het kamp over. Drancy werd geleid door de beruchte SS-officier en kampcommandant Alois Brunner. Brunner dook na de oorlog onder en kon tot op heden uit de handen van het gerecht blijven. Recent, juli 2007, werd door het Oostenrijkse Ministerie van Justitie een premie van 50.000 euro gezet voor die tip die kan leiden tot de aanhouding van deze wellicht laatste nog levende oorlogsmisdadiger.

Op 6 augustus 1942 vertrok vanuit Gurs naar Drancy het eerste treintransport met aan boord duizend Joden opeengepakt in beestenwagons. In Drancy werden de Joden opnieuw geselecteerd en in treinkonvooien naar het uitroeingskamp van Auschwitz gedeporteerd. De stand van het huidige historisch onderzoek vermeld dat er in totaal 5.835 Joden die afkomstig waren uit België, waarvan vele Joden die het land waren ontvlucht, werden gedeporteerd via Drancy naar Auschwitz. Zeker 1.574 van hen waren opgepakte 'verdachten van mei 1940', die soms twee jaar hadden vastgezeten in de Zuid-Franse kampen in mensonwaardige leefomstandigheden.

Vergelijk dit met de 'vijandige opgepakte Belgen van mei', die gemiddeld vier tot hooguit acht weken geïnterneerd zaten... Van deze 5.835 gedeporteerde Joden afkomstig uit België, overleefden slechts 70 de hel van Auschwitz! In 67 transporten werden circa 65 duizend Joden gedeporteerd, voornamelijk naar Auschwitz-Birkenau. Toen het kamp op 17 augustus 1944 door de geallieerden werd bevrijd, waren er nog zo'n tweeduizend overlevenden.

Tot 1995 ontkende de Franse elke verantwoordelijkheid voor wat er in Drancy heeft plaatsgevonden. De Franse president Jacques Chirac was de eerste die op 16 juli 1995 in een opgemerkte speech een knieval maakte en de medeverantwoordelijkheid van de Franse staat erkende voor deelname aan wat hij omschreef als "misdadige waanzin".



Laatst geupdate op ( Friday 04 January 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje