Tussen 21 juli en 13 augustus 1940 doolden ex-Fronter en VNV-senator Henri 'Hendrik' Borginon[8]
en de Oost-Vlaamse VNV-volksvertegenwoordiger Marcel De Ridder[7] rond in het zuiden van Frankrijk, om de verdachte
Belgen weer vrij te krijgen. Op 23 juli 1940 bereikten zij Vichy waar een aantal leden van de Belgische regering tijdelijk hun intrek hadden genomen. Met deze 'bevrijdingsmissie'
werden zij belast door enkele ministers, August De Schrijver en Arthur Vanderpoorten en vertrokken zij naar Toulouse.
Arthur Vanderpoorten (afb. links), minister voor de Katholieke Partij, was de grootvader van twee huidige Belgische toppolitici
Patrick Dewael en Marleen Vanderpoorten. Hij was minister van Binnenlandse Zaken toen de oorlog uitbrak en was de Belgische regering naar Frankrijk gevolgd maar ging niet mee
naar Londen. Een noodlottige keuze. Doordat de Duitse troepen op 11 november 1942 het tot dan toe onbezette Vichy-Frankrijk binnen trokken, werd de bewegingsvrijheid van
Vanderpoorten sterk beperkt. In januari 1943 werd hij door de Gestapo aangehouden op verdenking van hulpverlening aan een ontsnappingslijn voor wie de bezette gebieden
wilde ontvluchten om naar Engeland te ontkomen. Hij werd als Nacht-und-Nebel gevangene gedeporteerd naar Natzweiler en Sachsenhausen, om tenslotte gevangen te worden gezet in het
concentratiekamp van Bergen-Belsen. Op 2 april 1945 overleed Arthur Vanderpoorten aan de gevolgen van een tyfusepidemie die het kamp teisterde, minder dan twee weken
voor de Britse troepen het kamp zullen bevrijden...
Op 26 juli 1940 bereikten de VNV'rs Borginon en De Ridder het kamp Le Vernet d'Ariège, zo'n 20 kilometer verder van Toulouse. Hier troffen ze ongeveer 90
'vijandige Belgen' aan van diverse politieke strekkingen. De dag voordien, waren reeds elf Vlaams-nationalisten op bevel van de Frans minister Adrien Marquet
vrijgelaten. Onder hen ondermeer: Jan Timmermans, VNV-volksvertegenwoordiger en vanaf 27.1.1944 tot aan de bevrijding oorlogsburgemeester van Antwerpen;
Antoon Mermans, hoofdredacteur van Volk & Staat; advocaat Edgar Boonen en oud-VNV senator Jan Van Mierlo. De Rexisten Léon Degrelle en oud-senator Gustave Wyns
waren reeds op 23 juli uit Le Vernet vrijgekomen, dit door de bemiddeling van de Duitse ambassadeur in Parijs Otto Abetz. Borginon zond Marcel De Ridder terug naar
België om er enkele autobussen op te halen om de groep weer naar België te krijgen. Intussen reisden de verdachten per spoor naar Toulouse waar ze op 27 juli 1940
toekwamen. Op 4 augustus 1940 arriveerde een autocar uit Vlaanderen in Toulouse. Twee dagen later vertrok de afgeladen bus met Belgen weer naar naar huis. Van
het bonte politiek gekleurde gezelschap, Rexisten, communisten, Vlaams-nationalisten e.a., werden op de afbeelding hierboven zevenenveertig van hen in het gezelschap
van hun twee 'bevrijders' afgebeeld.
Een aantal communisten die later een grote rol in het verzet tegen de bezetter zullen spelen alsook in de naoorlogse Belgische politiek zijn onder meer
Jacques Grippa[1]. Grippa was politiek secretaris van de KP-afdeling van Brussel en later tot in 1943 van Verviers. Grippa
werd stafchef van de Gewapende Partizanen tot dat hij op 9 juli 1943 opgepakt en gedeporteerd
werd naar KZ Buchenwald. Hij overleefde de gruwelen en nam na de oorlog de leiding over van de KPB. Advocaat Pierre Joye[5]
was hoofdredacteur van Le Drapeau Rouge/De Rode Vaan en richtte in de herfst van 1941 samen met Marteaux, Fernand Demany en E.H. Bolland de verzetsgroep het
OF/FI Onafhankelijkheidsfront op. Eind 1943 werd hij door de nazi's opgepakt en werd tot aan
de bevrijding in verscheidene Duitse concentratiekampen opgesloten. Hij overleefde de kampen en zal na zijn terugkeer het verblijf in de zuid-franse
kampen cynisch afdoen als 'twee maanden vakantie'. Voor Pierre Joye op de grond gezeten: Sam Herssens[12], een communistisch
militant van het eerste uur en bestuurslid van de KPB.
Een opmerkelijke figuur in het gezelschap was de baardige Leo Frenssen[2] van de Technocratische partij. Leo Frenssen (1880-1946)
was een zeer kleurrijke figuur in de Belgische politiek. Hij doorkruiste Antwerpen met zijn bakfiets en gaf ook het eenpersoonsblad "De Voorlichter" uit. Frenssen
was de stichter van 'Technocratische Partij en was tevens volksvertegenwoordiger voor zijn partij. Nadat Frenssen in 1936 tijdens een betoging in Brussel door de politie
werd ingerekend, werd hij bij zijn reëntree in Antwerpen bijzonder feestelijk onthaald. Door burgemeester Adolf Max echter werd hij 9 dagen in een psychiatrische
instelling opgesloten. Met meer dan 21.000 stemmen behaalde hij in 1939 een daverend succes en kwam hij, samen met 5 volgelingen, in de Antwerpse gemeenteraad.
Ook Frenssen werd actief in de Toulouse. Zo plaatste hij regelmatig in La Depêche de Toulouse volgdende advertentie:
"Léon Frenssen député Belge se tient à la disposition des réfugiés." Hendrik Borginon verhaalt hoe Frenssen uiteindelijk ook
werd opgepakt en in Le Vernet strandde: "... En er was nog het geval Frenssen. Deze was niet door de regering aangehouden; hij was op zijn eigen houtje naar Frankrijk
uitgeweken en in de straten van Toulouse, nog vóór de Frans capitulatie, hield hij heftige meetings tegen het leger en tegen de oorlog, zodanig dat de Fransen
hem opgepikt hadden en bij de anderen [in Le Vernet, nvdr] opgesloten. Ik heb ten andere veel moeite gehad om Frenssen te doen inzien dat hij, eens terug in Toulouse,
geen meetings meer moest houden, want een tweede maal zou het ons niet lukken hem te bevrijden."
Op de foto ook een aantal Vlaams-nationalisten die na hun terugkeer compromisloos zullen collaboreren:
Edgar Lehembre[9], leider van het NSJV,
de jongerenbeweging van het VNV van Staf de Clercq. Voordien was hij actief in Volksverwering. Tussen Pierre Joye en Marcel De Ridder in zit Ward Hermans[6] die
zal toetreden tot de Algemeene SS-Vlaanderen. Naast Sam Herssens de Antwerpse advocaat
Walter Bouchery[4], leider van de jeugdbeweging van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV). Walter Bouchery zal na de oorlog
in 1949 de periodiek 'Opstanding' stichten en lag tevens aan de basis van de eerste naoorlogse Vlaams-nationalistische partij 'Vlaamse Concentratie' waarin ook
Karel Dillen actief werd. Walter Bouchery was de drijvende kracht achter Dillen die, volgens toenmalige politierapporten, zijn politieke activiteiten
financieerde vermits Bouchery voor zijn aandeel in de collaboratie na de oorlog zijn politieke rechten was verloren. Bouchery spoorde Dillen aan om een nieuwe partij
op te richten. Dat gebeurde op 1 oktober 1977 wanneer Dillen de Vlaamsnationale Partij (VNP) boven de doopvont hield. De VNP was de directe voorloper van het Vlaams Blok
(=het huidige Vlaams Belang). Lees ook dit.
Dr. Adriaan Martens[10] (1885-1968), was na de Eerste Wereldoorlog als oud-activist vanwege zijn aandeel in
de collaboratie - net zoals dat ook met Dr. August Borms hetzelfde geval was - tot de doodstraf veroordeeld. Hij kon ontkomen naar Nederland, en keerde weer in 1929.
Na zijn vrijlating uit Le Vernet, trad hij toe tot de Eenheidsbeweging van het VNV. Na de bevrijding zal hij voor zijn politieke collaboratie veroordeeld worden
tot tien jaar gevangenisstraf en tot 1948 in de cel zitten. Karel Peeters[11] was voorzitter van het ANZ
(Algemeen Nederlands Zangverbond) en de directeur van de collaborerende partijkrant van het VNV Volk en Staat. In zijn nieuwjaarstoespraak voor het personeel
van Volk en Staat van 4 januari 1943, verklaarde directeur Karel Peeters dat 1942 dankzij de financiële steun van de Duitse bezetter, de krant weer financiël
gezond werd gemaakt. De cijfers bleken zo gunstig dat zelfs een salarisverhoging kon worden doorgevoerd. In 1941 had de krant van de Duitse P.A. (Propaganda-Abteilung)
10.000 RM ontvangen en in nog eens 1942 30.000 RM.