In april 1940 ontvangt SS-Obersturmbanführer Rudolf Höss (1900-1947) de opdracht
van Reichsführer Heinrich Himmler om naar Zuid-Polen te reizen om er in Oswiescim in Zuid-Polen een concentratiekamp op te richten: KZ Auschwitz, een Duitse naamsverbastering
van Oswiecim. Höss was van 1938 tot 1940 aan de slag geweest als SS- Hauptsturmführer in het concentratiekamp Sachsenhausen en had al heel wat ervaring met kampleiding.
Op 4 mei 1940 neemt hij zijn intrek in Oswiescim in een voormalige Poolse artilleriekazerne en bijhorende paardenstallen aan. Als zijn adjudant krijgt kampcommandant
Rudolf Höss de assistentie van SS-Hauptstürmführer Josef Kramer (1906-1945) die tijdelijk - tot in november 1940 - zijn adjudant wordt.
Die voormalige legerkazerne omvatte aanvankelijk twintig gebouwen opgetrokken in rode baksteen, waarvan veertien met één verdieping en zes met twee verdiepingen. Höss laat het geheel
verbouwen tot een gevangenenkamp en tegen 1942 was het complex uitgebreid met acht nieuwe gebouwen, de veertien éénverdiepsgebouwen kregen er een verdiep bovenop
gebouwd, zodat het complex uiteindelijk 28 woon-Blokken telde, die allemaal twee verdiepingen hadden. Het kamp bood weldra ruimte aan 10.000 gevangenen. Aanvankelijk
worden er krijgsgevangen Polen in opgesloten maar spoedig volgen joden, verzetsleden, intellectuelen, partizanen, homoseksuelen, geestelijken, politieke gevangenen enz.
In de zomer van 1941 krijgt Höss van Himmler het bevel om een nieuw kamp op te zetten. Dit kamp wordt drie kilometer verder van het eerste (hoofd-)kamp gebouwd en
krijgt de naam Auschwitz II mee, beter bekend als Auschwitz-Birkenau (bekijk hier
een kaart van Birkenau vanuit de lucht genomen.) In tegenstelling tot het Stammlager (Auschwitz I) dat stenen gebouwen had, werd dit kamp helemaal opgetrokken uit meer dan 300
houten barakken op een terrein van ongeveer 175 hectaren, waar ongeveer 150.000 gevangenen in erbarmelijke omstandigheden werden vastgehouden. Op zes kilometer van
Auschwitz I vandaan bevond zich Auschwitz III (Monowitz) als bijkamp waar gemiddeld 10.000 gevangenen verbleven om arbeidskrachten te leveren voor de omliggende
fabrieken van de Buna-Werke en IG-Farben.
Afbeelding links: Blok 10 (links) met dichtgetimmerde ramen
en er tegenover Blok 11. Tussen de twee blokken in op het einde ervan de executieplaats (Todesmauer) waar gevangenen werden doodgeschoten.
De Blokken 1 tot 10 dienden oorspronkelijk als vrouwenkamp met Blok 10 waar de nazi-dokters medische experimenten op vrouwen hielden. De ramen van Blok 10 waren
met planken dichtgetimmerd zodat niemand vanuit Blok 10 kon zien wat er zich op de binnenplaats afspeelde. Als ze al door een spleet naar buiten konden kijken, zagen
ze wellicht enkel de verschrikkelijke beelden van de executies aan de Todesmauer (zie verder). In Blok 10 bevond zich ook het kampbordeel. Op instructie van Heinrich
Himmler opende de SS bordelen in Auschwitz en haar subkampen. Zo waren er in Blok 10 waren tweëentwintig niet-joodse prostituées aan de slag, voornamelijk van Russische, Poolse en Duitse origine,
die ter beschikking stonden van Duitse elitegevangenen. Het doel daarvan was als 'arbeidsstimulans' en als hulpmiddel om de wijdverspreide homoseksualiteit in het kamp
onder mannen tegen te gaan. Soms werd een prostituée toegewezen aan een homoseksuele man met alle voorspelbare gevolgen van dien. Af en toe kwamen er kampcommandanten
langs om een selectie maken voor hun bordelen in de subkampen.
Blok 10 was echter en vooral het onderzoeksterrein van de nazi-dokters van Auschwitz. Tussen de 150 en 400 vrouwen werden hier vastgehouden die op een lijst stonden
genoteerd als "gevangenen bestemd voor wetenschappelijke doeleinden." Blok 10 was opgedeeld in verschillende onderzoeksgebieden. Dr. Clauberg en Dr. Schumann
hadden er hun eigen afdeling waar ze allerhande sterilisatietechnieken uitprobeerden. Dr. Eduard Wirths deed er in zijn afdeling onderzoek naar baarmoederhalskanker, waarvan hij
de resultaten doorspeelde aan het laboratorium in Hamburg-Altona waar zijn broer, die een bekend gynaecoloog was, de resultaten beoordeelde en nieuwe experimenten voorschreef
en zelf ook uitvoerde in Blok 10. Daarnaast bestond er ook een speciale afdeling van het Hygiënisch Instituut dat het werkterrein was van
Dr. Josef Mengele en Dr. Ernst B. Er waren ook vele gevangenendokters aan de slag die
de nazi-dokters moesten bijstaan. Om het vuile werk op te knappen hadden ze verpleegpersoneel in dienst zoals de verpleger
Joseph Klehr, de 'Abspritzer', die fenol inspoot bij patienten, soms ergens in het lichaam
of anders rechtstreeks in het hart. Klehr had daar zijn 'eigen kamer' voor, schuin tegenover Blok 10 in Blok 20.
Helemaal op het einde van deze rij blokken, practisch aan de buitenkant van het kamp, stond Blok 11 dat berucht stond als het 'Blok van de Dood' (Todesblock). Blok 11
had meerdere functies met als belangrijkste die van kampgevangenis (Lagergefängnisses). In de eerste jaren van het kamp diende Blok 11 als strafcel (Strafkompanie)
en heropvoedingscel (Erziehungskompanie). In Blok 11 was eveneens een Gestaporechtbank geïnstalleerd voor de streek rondom Katowice. Poolse partizanen en verzetsleden werden er naar toe gevoerd, tijdens hun verhoor zwaar
gefolterd en vervolgens standrechtelijk veroordeeld. Oftewel werden ze - als ze dat 'geluk' hadden - meteen (of later) doodgeschoten op de binnenplaats of
opgesloten in de zogenaamde 'hongerbunker'. Dat was een reeks van geïsoleerde cellen in Blok 11 waarin gevangenen werden opgesloten zonder eten of drinken, en uitgehongerd werden tot de dood erop volgde. Het is
onder meer hier dat de gekende Poolse priester Maximiliaan Kolbe in Cel nr 18 werd uitgehongerd
tot aan zijn dood op 14 augustus 1941.
Aan de Todesmauer (ook 'Zwarte Wand' of 'Zwarte Muur' genoemd) werden gevangenen soms met vele tientallen tegelijk doodgeschoten waarvoor de Duitsers dan een machinegeweer inschakelden. Het bloederig spektakel
dat met die executies gepaard ging leidde ertoe dat Höss naar andere manieren zocht om zijn slachtoffers te liquideren. De Todesmauer werd kort voor de
bevrijding van het kamp door de SS neergehaald, maar na de oorlog door de Geallieerden weer gereconstrueerd zoals het was in herinnering aan de vele duizenden
(ongeveer 20.000) slachtoffers die op die plaats werden vermoord.
Op bevel van Höss wordt in het najaar van 1941 in Blok 11 een ruimte omgebouwd tot een primitieve gaskamer en worden er onder leiding van SS-Hauptsturmführer
Karl Fritzsch tussen 3 en 5 september 1941 de eerste experimenten uitgevoerd met het pesticide Zyklon B (waterstofcyanide) om mensen te vergassen. Zyklon B
was een vergif in de vorm van groene korrels die in blikken waren opgeslagen. Zyklon B was in de meeste concentratiekampen aanwezig en werd origineel gebruikt
om ongedierte te verdelgen. De blauwkristallen korrels, die een kookpunt hadden bij 25,7 graden celsius, begonnen - eens aan de lucht blootgesteld - snel te verdampen.
In de compleet afgesloten vergassingskamer, die ook nog vooraf werd opgewarmd op minimum 27° Celsius door de achterliggende ovens en afhankelijk van het aantal mensen die opeen werden gepakt, kwamen de gifkorrels snel tot verdamping en doodde het vergif in tien tot twintig minuten alle slachtoffers.
Hierna werd en de gaskamers met ventilatoren verlucht en kon een Sonderkommando beginnen met het opruimen van de kadavers. Zyklon B als middel om mensen te doden werd enkel aangewend in de vernietigingskampen van Auschwitz I en II (Birkenau) en Majdanek. In de andere vernietigingskampen werd
er meestal vergast met behulp van uitlaatgassen van dieselmotoren.
Begin september 1941 werden aldus 600 Russische
krijgsgevangenen en 300 zieke gevangenen vergast. Na dit succesvol experiment wordt in de herfst van 1941 het mortuarium van Auschwitz I omgebouwd tot gaskamer die
in gebruik zal blijven tot juli 1943 wanneer de nieuwe gaskamers en crematoria van Birkenau gebruiksklaar kwamen. Doordat de eerste gaskamer annex crematorium middenin
het kamp lagen, bleek dit dra geen goede oplossing te zijn. Het afschuwelijke gegil van de stervenden klonk doorheen het ganse kamp en om dat gekrijs te overstemmen
lieten de nazi's tijdens het vergassingsproces twee motoren stationair draaien, maar werd nooit volledig overstemd, zodat iedere kampgevangene wist waar en wanneer
het moorden werd uitgevoerd.
Vanaf het voorjaar van 1942 wordt Auschwitz II (Birkenau) eveneens omgebouwd tot vernietigingskamp. Begin 1942 worden twee boerderijen, die net buiten het kamp lagen,
omgebouwd tot vergassingsruimten. De eerste boerderij, gekend als het 'Rode Huis' (of ook Bunker I), zo genoemd omdat het was opgetrokken in rode baksteen, werd op 15 februari 1942 in gebruik genomen wanneer een eerste groep mensen afkomstig uit Beuthen
na selectie worden vergast. De tweede boerderij, het Witte Huis (of Bunker II),
zo genoemd omdat de buitengevel helemaal was witgeschilderd (afb. links). Bunker I was opgesplitst in twee gaskamers, Bunker II in vier gaskamers. Aanvankelijk worden de slachtoffers begraven in massagraven
maar vanaf september 1942 werden diegenen die in de bunkers werden vergast, opnieuw opgegraven en verbrand. Tegen het einde van november 1942 waren al meer dan 100.000 lichamen verbrand.
Bunker I werd in het voorjaar van 1943 afgebroken toen de nieuwe installaties klaar kwamen. Bekijk deze luchtopname van Birkenau waar Bunker I en II zich bevonden.
Bunker II werd ter zelfdertijd stilgelegd maar bleef intact. Hij zal terug geactiveerd worden vanaf mei 1944 voor de vernietiging van de Joden van Hongarije. Bunker II bleef in werking tot november 1944 wanneer alle vergassingen
in KZ Auschwitz werden stilgelegd en de installaties door de SS werden gedynamiteerd. In het voorjaar van 1943 werden Bunker I en II vervangen door nieuwe
gaskamers met bijhorende crematoria. Tussen 22 maart en 25 juli 1943 worden in Birkenau vier nieuwe crematoria II, III, IV en V annex gaskamers in bedrijf
genomen. De mechanisering van het moorden in 'het abattoir van de dood' zorgde ervoor dat tot aan het einde van de oorlog bijna constant op volle vermogen kon
gewerkt worden. Nooit voordien (en ook nooit daarna!) was een dergelijke door mensenhanden gemaakte en goed geoliede moordmachine in staat geweest om zoveel mensen op zo 'n korte tijd te
vermalen tot er niets anders meer overbleef dan stof en as, en ontzaglijke pijn en verdriet voor hen die door een vreemde speling van het lot toch Dante's Inferno
hadden overleefd...