Bevelschrift van Heinrich Himmler van 16 feb 1943 tot de 'verkleining' van Warschau
In het voorjaar van 1942 werd in Berlijn besloten om de getto's te ontruimen en de Joden te liquideren in speciaal daartoe op te richten vernietigingskampen. Het grootste
getto in het Generaal-goevernement bevond zich in de Poolse hoofdstad Warschau waar sinds begin oktober 1940 voornamelijk Poolse Joden werden samengedreven. Anderhalf jaar later
creveerden bijna een half miljoen Joodse Polen dicht op elkaar gepakt in het getto. Om het grote aantal Joden van het getto van Warschau te liquideren, werd speciaal
voor dat doel begin mei 1942 het vernietigingskamp Treblinka gebouwd. In juli 1942 is Treblinka, dat nauwelijks een oppervlakte heeft van 400 op 600 meter, klaar
voor 'het grote werk'. Vanaf 22 juli 1942 worden de Joden van het getto in veewagons geperst en rolt de ene trein na de andere voornamelijk richting Treblinka.
Aanvankelijk sputtert de moordmachine van Treblinka tegen. De weinig ervaren kampcommandant van Treblinka, SS-Obersturmführer Irmfried Eberl, kon deze grote operatie
duidelijk niet aan: treinen met slachtoffers stonden soms dagenlang te wachten op het spoor, het kamp lag vol met rottende lijken en de toestand werd onhoudbaar.
In augustus 1942 wordt Eberl overgeplaatst en vervangen door SS-Obersturmführer Franz Stangl die al zes maanden achter de rug had als kampcommandant van het
vernietigingskamp Sobibor. Hij reorganiseert het kamp grondig en van dan af draait Treblinka op vol vermogen. Tot begin oktober 1942 worden ruim 310.000 Joden uit het
getto gedeporteerd waarvan zeker 250.000 naar Treblinka waar zij kort na hun aankomst vergast worden d.m.v. koolmonoxide (uitlaatgassen van dieselmotoren) en verbrand.
Na die eerste grote ontruiming en liquidatie vallen de transporten stil. Op dat ogenblik zijn er naar schatting nog 60.000 Joden achtergebleven in het getto
van Warschau. Zij werden aanvankelijk vrijgesteld van deportatie en vernietiging doordat de meeste ervan werkten in textielateliers die onder meer uniformen voor het
Duitse leger naaiden. Een ander groot deel overlevende Joden waren - om deportatie te ontlopen - ondergedoken in ondergrondse bunkers, kelders en riolen, maar daarvan
waren de Duitsers [nog] niet op de hoogte. Wanneer Heinrich Himmler begin januari 1943 het getto inspecteert is hij woedend dat er zich nog zoveel Joden in het getto bevinden en beveelt op 15 januari de onmiddellijke liquidatie van
het getto. Later dat jaar, wanneer het getto van Warschau effectief vernietigd was, zal Himmler tijdens een toespraak in Posen op 6 okt 1943 op die kritieke
situatie van januari '43 nog terugkomen: "Het moeilijkst was het opruimen van de getto's: in Warschau hebben we vier weken om een getto moeten
vechten, en in die vier weken hebben we zevenhonderd bunkers een voor een moeten opruimen. Omdat het getto ons voorzag van bontjassen en van textiel hebben we het
niet opgeruimd toen het nog eenvoudig gekund had: we kregen te horen 'dat we ons niet mochten bemoeien met een belangrijk produktiecentrum', riepen ze ons
toe."
Het overgrote deel van de achtergebleven Joden dat ondergedoken trachtte te overleven in het getto, was helemaal niet van plan om zich zomaar zonder slag of
stoot over te geven aan de SS. Na de grote liquidatie van juli tot oktober 1942 was onder leiding van Mordechai Anielewicz in november 1942 de Z.O.B. (Joodse Strijders
Front) opgericht. Anielewicz wist wat de Joden te wachten stond en was er zich tevens van bewust dat op hulp van buitenaf niet moest gerekend worden. In de
maanden die volgden bereidde de Z.O.B. zich voor op confrontatie met de Duitsers. Er werden gevechtseenheden samengesteld, schuilkelders gebouwd, wapens bijeengebracht en
contact gelegd met het Poolse ondergrondse verzet. Het Poolse verzet stond erg weigerachtig tegen de op til staande Joodse actie en Anielewicz weet slechts na veel
aandringen amper 10 revolvers los te peuteren en een handleiding om zelf handgranaten te maken.[sic]
Himmler had bevolen dat het getto volledig Judenfrei moest zijn tegen de verjaardag van Adolf Hitler op 20 april aan wie hij de liquidatie van het getto van Warschau
als verjaardags 'geschenk' wilde aanbieden. Op de verjaardag van Hitler werd in het getto een verbitterde strijd geleverd die ruim vier weken zal duren.
Echter, de prelude tot die finale opstand, vond plaats in januari 1943! Op 18 januari dringt een Duitse eenheid het getto binnen om op het rechtstreekse bevel van Himmler
de laatste Joden van het getto op te pakken. Van zodra de colonne Duitse vrachtwagens en soldaten het getto binnenrijd openen Anielewicz en zijn Joodse strijders
het vuur op de nazi's. De Duitsers zijn volkomen verrast. Sommigen van hen worden geraakt en anderen zetten het op een lopen maar kwamen spoedig daarna terug met versterkingen.
In het vuurgevecht dat ontstond, kwam Anielewicz zonder munitie te zitten. Hij springt op een Duitse soldaat af, greep diens geweer en begon weer te schieten. Hij was een
van de weinige Joodse strijders die de eerste confrontatie met de nazi's het er levend vanaf bracht. De dagen erna worden door de Duitsers nog enkele vruchteloze pogingen
ondernomen om het getto weer onder controle te krijgen maar na vier dagen wordt de aktion gestopt.
Het gezichtsverlies dat Himmler en zijn SS leed door deze totaal onverwachte tegenaanval van de Joden in het getto bleef onverteerbaar. Nauwelijks vier weken
na het debâcle van 18 januari werd door Himmler schriftelijk het bevel gegeven om het getto van de aardbol te vagen. In het hierna volgende document, genummerd
Doc. CXXXIV - 37 van 16 februari 1943, wordt nog maar weinig verhullende taal door Himmler aangewend. Behalve misschien het klassiek geworden eufemisme
voor ontruiming, deportatie en vernietiging - cfr. 'de verplaatsing van het concentratiekamp' - eiste Himmler dat Warschau 'kleiner wordt gemaakt' om voortaan alle
toekomstig verzet vanuit de Poolse hoofdstad onmogelijk te maken.
Pas twee maanden na deze brief van Himmler, raken de Duitsers terug op verhaal en zetten de door de SS'r Jurgen Stroop gereorganiseerde Duitsers op 19 april 1943 opnieuw
de aanval in tegen het Joodse Strijders Front. Ook Mordechai Anielewicz sneuvelt op 8 mei 1943 in de strijd. Na vier weken van harde en verbeten strijd kan
op 16 mei 1943 SS-Brigadeführer Jurgen Stroop de herovering op de Joden van het getto van Warschau rapporteren aan het HQ in Berlijn.
De Opstand in het Getto van Warschau van 19 april 1943 is tot op vandaag hét symbool van Joodse
weerbaarheid voor alle vervolgde Joden in de wereld. De strijd voor een Joodse staat die door Theodor Herzl een half eeuw daarvoor was ingezet werd, mede door de heroïsche
strijd in het getto van Warschau door Mordechai Anielewicz en het Z.O.B., in rechte lijn naar de onafhankelijkheid gebracht en vond vijf jaar later op 14 mei 1948
haar bekroning in de stichting van de Israëlische staat.