In het voorjaar van 1944 richtten de nazi's hun geschut op de laatste grote Joodse gemeenschap van Europa: de Hongaarse Joden. Hoewel Hongarije
onder regent Miklos Horthy een volgzame partner van Hitler was gebleken en een aantal anti-Joodse wetten had uitgevaardigd en toegepast, bleef Horthy verder onwillig
om de Hongaarse Joden aan Hitler uit te leveren en zij waren tot dan van deportatie en vernietiging gespaard gebleven. Op 19 maart 1944 bezette de Wehrmacht Hongarije
en kwam ook Adolf Eichmann in Boedapest aan om de Endlösung van de Hongaarse Joden te organiseren. Hij werd gevolgd door een speciale interventiemacht Hongarije
(Sondereinsatzkommando Ungarn).
Op 7 april werden de eerste razzia's gehouden in de Hongaarse provincies in samenwerking met een enthousiaste Hongaarse gendarmerie. Een maand later waren reeds
honderdduizenden Joden opgesloten in kampen en concentratiekampen in de Karpato-Oekraïne, Transsylvanië en in het zuiden van het land. Diezelfde 7 april beraamden
Rudolf Vrba en Alfred Wetzler een ontsnappingsplan om uit Auschwitz-Birkenau te ontkomen, wat hen ook op 10 april gelukte. Wetzler was
voordien op 7 maart 1944 getuige van geweest hoe 4.000 Tsjechische, Oostenrijkse en Duitse Joden afkomstig uit het getto van Theresienstadt, werden vergast. Met een
tweede transport uit Theresienstadt was Rudolf Vrba (Walter Rosenberg), een 19-jarige Slovaakse Jood meegekomen. Aanvankelijk werd hij tewerkgesteld in
Kanada en werd daarna administrateur. In die functie was hij getuige van de gang van zaken in Birkenau. Samen met Wetzler had het tweetal besloten
Birkeau te ontvluchten om de wereld te waarschuwen voor het aanstaande lot van de 2de groep uit Theresienstadt.
Enkele dagen later kwamen ze toe in Slovakije en de twee stelden samen het Vrba-Wetzler-Rapport op, dat later bekend werd als de
Auschwitz-Protocollen. Als administrateur van Kanada wist Vrba exacte details over de binnenkomende transporten en de tatouagenummers
van de werkkommando's. Aldus werd snel duidelijk dat de honderdduizenden Franse, Belgische, Nederlandse en Italiaanse Joden, waarvan men tot dan toe had aangenomen dat
'ze ergens in het oosten' werden tewerkgesteld, hun werkelijke eindbestemming de gaskamers van Auschwitz-Birkenau waren. Nadat beide hun rapport hadden opgesteld
kwamen nog meer vluchtelingen toe: de Tsjechische Jood Arnost Rosin en de Poolse Jood Czeslaw Mordowicz waren getuige geweest van
de aankomst in Birkenau op 15 mei 1944 van de eerste groep Hongaarse Joden, die meteen werden vergast. Zij vervolledigden het Vrba-Wtzler-rapport aan met deze details.
Uit het rapport: "Het crematorium bestaat uit een grote hal, een gaskamer en een verbrandingsoven. De hal biedt plaats aan 2.000 mensen...
Ze moeten zich uitkleden en krijgen een stuk zeep en een handdoek alsof ze gaan douchen. Dan worden ze de gaskamer ingejaagd, die hermetisch wordt afgesloten. Daarna
laten een aantal SS'rs het gifgas (Zyklon B) door drie openingen in het plafond in de gaskamer stromen... Na drie minuten is iedereen dood. De doden worden op karren
geladen en naar de oven gebracht om te worden verbrand."
Het rapport werd via koeriers verder gesmokkeld en bereikte op 24 juni 1944 de Geallieerden in Londen en New York. De Geallieerden lazen het rapport voor op hun
radiostations en ook in de kranten werd er ruim aandacht aan besteed. De druk van de Geallieerden aan het adres van Horthy nam toe. Op 27 juni 1944 verzond Richard
Lichtheim van het Jewish Agency in Genève een nieuw telegram naar Londen dat de moord op de Hongaarse Joden rapporteerde en tevens vergezeld was van het
verzoek om door Boedapest te bombarderen de deportaties van de Hongaarse Joden te stoppen. Lichtheim: "Ontvangen nieuwe rapporten uit Hongarije
waarin wordt gesteld dat al bijna de helft van in totaal 800.000 Jonden in Hongaije is gedeporteerd, met een temp van 10.000 tot 12.000 per dag. De meeste van deze
transporten worden naar het dodenkamp te Birkenau bij Oswiecim in Opper-Silezië gestuurd, waar in de loop van het afgelopen jaar meet dan 1.500.000 Joden uit heel Europa
zijn gedood. We hebben gedetailleerde rapporten over de aantallen en degehanteerde methoden (Vrba-Wetzler-rapport). De vier crematoria in Birkenau hebben capaciteit voor
het vergassen en verbranden van 60.000 per dag."
Die cijfers waren wel wat overschat op dat ogenblik en zullen later opnieuw worden bijgesteld maar deed verder niets af aan de gruwel die zich afspeelde in Auschwitz.
Het rapport liet niemand in het westen onberoerd. Horthy stond spoedig voor een dilemma. Nu hij ervan overtuigd werd dat ook de Geallieerden op de hoogte waren van de
massamoord op de Hongaarse Joden en aan de andere kant Duitsland dat de oorlog aan het verliezen was, brachten de reacties vanuit het westen hem in een lastig parket.
Lichtheim had drie doelwitten voorop gezet die moesten gebombardeerd worden: de spoorlijnen van Hongarije naar Auschwitz, het moordcentrum in Birkenau en alle
regeringsgebouwen in Boedapest. De Britten leken bereid om te bombarderen maar niet de Amerikanen. De Amerikaanse president Roosevelt waarschuwde op 28 juni '44 Horthy
dat hij de deportatie van de Hongaarse Joden moest staken, maar verder dan deze waarschuwing is het nooit gekomen. Wanneer op 2 juli 1944 toch Amerikaanse bommen vallen
als een onderdeel van een aanval op Duitse rangeertreinen en bij vergissing[!] enkele regeringsgebouwen worden geraakt, meent Horthy dat dit het bombardement was dat het
directe antwoord was van de Geallieerden als reactie op het Vrba-Wetzler-rapport. Vijf dagen na het bombardement - 7 juli 1944 - geeft Horthy het bevel om de deportaties
te staken.
De Duitsers waren niet in staat om zonder de collaboratie van de Hongaren de deportaties te laten doorgaan. Hoe dan ook werden er tussen 15 mei 1944 en 7 juli 1944
437.000 Hongaarse Joden naar Birkenau gedeporteerd waarvan 365.000 al meteen bij aankomst werden vermoord. De overigen werden genummerd en tewerk gesteld waarvan later weer een groot
aantal stierf aan honger en ontbering. Op 7 juli 1944 bleven er na Horthy's bevel tot het staken van deportatie, nog ongeveer 170.000 Joden achter in Boedapest.
Zij danken onrechtstreeks hun leven aan het rapport van deze vier mannen die Auschwitz waren ontvlucht en de wereld hadden gealarmeerd.
Op 11 juli 1944 uitte Winston Churchill n.a.v. het rapport zijn beruchte dreigement tot vergelding aan het adres van de nazi's: "Het staat buiten kijf
dat dit de grootste en gruwelijkste misdaad in de geschiedenis van de mensheid is, uitgevoerd via een wetenschappelijk apparaat door beschaafde mensen in naam van een
groot land en een van de vooraanstaande volken in Europa. Het is duidelijk dat iedereen die in onze handen valt, van wie kan worden bewezen dat hij of zij op enigerlei wijze bij
deze misdaad betrokken is geweest, inclusief de mensen die alleen bevelen opvolgden en de slachtingen uitvoerden, ter dood moeten worden gebracht."
In elk geval hebben de Geallieerden nooit getracht om via bombardementen of wat dan ook, de massamoord op de Europese Joden te saboteren. De Geallieerden meenden dat
eerst de veldslag tegen het Duitse leger moest gewonnen worden en dat met de Bevrijding tegelijk ook het probleem van de Jodenvervolging en -moord vanzelf zou oplossen.
Niettegenstaande in 1944 er niemand meer over bleef die niet op de hoogte was van wat er gebeurde in de dodenkampen, en precies wisten waar ze gelegen waren, werd er
geen enkele actie ondernomen om het moorden te stoppen. De concentratiekampgevangenen van Auschwitz-Birkenau zullen tientallen keren geallieerde bommenwerpers boven
de gaskamers en crematoria zien scheren, en menen dat ze direct zullen worden bevrijd. Allemaal tevergeefse hoop. Verder in dit artikel zal blijken dat het einde
van de deportaties van de Hongaarse Joden mee aan de basis ligt van de wanhopige opstand van het 12de Sonderkommando in oktober '44.