headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De nazi's. Een waarschuwing uit het verleden (Laurence Rees)
De Joden. Geschiedenis van een volk; Nina Koshofer & Sabine Klauser; 2008; 2 x DVD; 260 min.
Tuesday 13 May 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau. [1] Sonderkommando's PDF Afdrukken E-mail
Sunday 27 January 2008
Artikel index
Opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau. [1] Sonderkommando's
Sonderkommando
Het opruimen van de lijken
Het Auschwitz-Rapport van 26 juni 1944
Rellen en Opstanden
Deel 2 en bronnen

 

 

 

 

 

Rellen en Opstanden

Voorafgaand aan de opstand van het 12de Sonderkommando in Birkenau zou men de indruk kunnen krijgen dat Joden, Russische krijgsgevangenen en andere vijanden van het Derde Rijk zich altijd als gewillige schaapjes naar de slachtbank lieten voeren, maar een en ander liep helemaal niet altijd zoals gepland. Regelmatig waren er rellen, uitbraakpogingen, opstootjes aan de gaskamers of incidenten wanneer nieuwe deportatietreinen de verschillende concentratie- en vernietigingskampen binnen reden. SS'rs en bewakers hadden al snel door dat ze aan de gaskamers gezinnen maar beter bij elkaar konden laten. Regelmatig werden SS'rs door een radeloze moeder of vader of zelfs door het ganse gezin aangevallen wanneer deze hen probeerden de scheiden in het uur van de dood.

Ontelbaren trachtten te ontvluchtten en zullen hun vluchtplannen of hun vluchtpogingen met de dood bekopen. Denk bv. maar aan de opstand in het vernietigingskamp van Sobibor van 14 oktober 1943 en een half jaar voordien de Opstand in Warschau 19 april 1943 en in Treblinka op 2 augustus 1943. De meeste amokmakers, met hoe weinig of met hoeveel ze ook waren, overleefden maar zelden een opstand of vluchtpoging want de tegenreactie van hun SS-bewakers was in alle gevallen ongemeen brutaal en dodelijk. Vandaar ook dat er maar weinig getuigenissen zijn die daden van actief verzet konden navertellen. Sommige acties werden toch gedocumenteerd en neergeschreven in dagboeken of na de oorlog uitgebracht.

Zo brak er in de nacht van 1 februari 1945 in KZ Sachsenhausen een schietpartij uit. Negentien Luxemburgse politiemannen die geweigerd hadden om de SS te vervoegen, werden opgesloten bijeen aantal Russische officieren en Britse krijgsgevangenen. Die avond wordt de ganse groep vastgebonden en naar hun executieplaats gevoerd. De Luxemburger Viktor Reuland slaagt erin om een bewaker zijn pistool af te nemen en schoot hem neer. Waarop hij en alle anderen ter plaatse door de SS werden neergekogeld. Een andere keer, 28 oktober 1942, plande de kampadministratie van Auschwitz een andere vergeldingsactie. Deze keer gericht als antwoord op de activiteiten van het Poolse verzet in de streek van Lublin. De SS slaagde erin om 300 Polen op te pakken en sloot hen op in Blok 11 van Auschwitz I (het basiskamp) in afwachting om hen te fusiljeren aan de Todesmauer, de executiemuur die stond tussen Blok 10 en 11. Een aantal Polen ondernamen een uitbraakpoging uit Blok 11, slaagden erin enkele SS'rs te ontwapenen, maar toen de SS versterking kreeg, werden ze kort nadien allen zonder pardon doodgeschoten.

Aan en in de gaskamers zelf kwam het geregeld tot incidenten, waar maar weinig documentatie over bestaat. De Schutzhaftlagerführer Franz Hoffman, de officier die de leiding had over het ganse proces, verklaarde hierover later ondervraagd: "Er waren, vanzelfsprekend, regelmatig incidenten en opstootjes onder de slachtoffers die geselecteerd waren om te sterven. Dan moest ik optreden en de orde en tucht herstellen." Zo werden op 23 oktober 1943 1.700 Joden naar de gaskamers geëscorteerd. Zij waren vanuit Warschau naar het concentratiekamp van Bergen-Belsen gedeporteerd, waar hen bij aankomst werd verteld dat ze naar Zwitserland mochten vertrekken. Ze stapten gepakt en gezakt de treinen in en dachten dat ze hun vrijheid tegemoet reisden. In plaats daarvan rolde de trein naar Auschwitz-Birkenau om daar de ganse groep te vernietigen. Wanneer reeds tweederde van deze groep zich al in de gaskamer bevond, brak er plots een opstand uit tussen het eenderde dat zich nog in de kleedkamers bevond.

Kampcommandant Rudolf Höss over deze rebellie: "Drie of vier SS Unterführers betraden de ontkleedkamer om de slachtoffers tot haast aan te manen. Daarop werden de electriciteitsdraden doorgesneden en de SS aangevallen en beroofd van hun wapens. Een van hen werd dood geschopt en geslagen. Doordat de kamer nu helemaal in duisternis was gehuld brak er een wilde schietpartij uit tussen de bewakers buiten en de gevangenen binnen. Toen ik aan de gaskamer toekwam, heb ik bevel gegegeven om de deuren te sluiten en het vergassingsproces van de tweederde groep werd stilgelegd. Daarop trokken de bewakers met zoeklampen de kamer binnen en dreven de slachtoffers terug in een hoek van de kamer, van daar werden zij een voor een naar buiten geleid en in een kleine aanpalende ruimte van het crematorium op mijn bevel met een kort geweer doodgeschoten."

Bij dit incident kwam de SS'r Schillinger om het leven en raakte een andere SS'r - Emmerich - zwaar gewond. Dit incident bewees aan de gevangenen dat SS-mannen, zoals Wieslaw Kielar het uidrukte: "ook sterfelijk waren" en gaf voedsel aan meerdere legendes. Zo werd van Schillinger gezegd dat toen hij in de ontkleedruimte de BH van een vrouw afrukte, een vrouw die een bekende danseres was, zij onmiddellijk terug vocht, Schillinger aanviel en erin slaagde zijn wapen af te nemen. Wieslaw Kielar herinnerde zich ook dat in de namiddag van diezelfde dag, sommige mannen aan de ingang van Crematorium IV slag leverden met hun bewakers. Toen Kielar geweerschoten hoorde was hij gaan kijken wat er gebeurde: "De groeve naast het crematorium ligt bezaaid met lijken. De meeste van hen waren mannen en droegen hun kleren nog."

Hanna Lévy-Hass (afb. hiernaast) verhaalt in haar dagboek over een vrouwenopstand die op 17 oktober 1944 plaatshad in het concentratiekamp Bergen-Belsen: "Er is iets gebeurd in het bijkamp, waren Poolse vrouwen worden vastgehouden, alhoewel het niet duidelijk is of het hier om politieke gevangenen of Jodinnen gaat. Het lijkt erop dat ze vandaag in opstand waren gekomen. Geruchten van dit voorval bereikten ons tot hier. Opeens kreeg iedereen het bevel om naar de barakken terug te keren. De werkers werden vervroegd terug gezonden, de vuren in de keukens werden gedoofd en het personeel weg gestuurd. De grote poorten die onze blokken scheidden van de rest van het kamp werden gesloten. Overal brak paniek uit en werd het muisstil. We zullen er nooit precies achter komen wat het resultaat is geweest van deze vrouwenopstand. Ondertussen is duidelijk dat de Duitsers de orde weer hebben hersteld en nieuwe misdaden plegen. Het crematorium is non-stop in bedrijf onder het oog van iedereen."

Russische krijgsgevangenen op weg naar de kampen Een andere rebellie die maar weinig bekend is was de opstand van Russische krijgsgevangenen (zie afb. hiernaast rechts) in een bijkamp van KZ Flossenbürg in Mülsen-St. Micheln tijdens de nacht van 1 op 2 mei 1944. Inperking van de voedselrantsoenen als tuchtmaatregel zou aan de basis hebben gelegen van deze opstand, alsook het gewelddadig optreden door Georg Weilbach op bevel van de SS. Hoedanook zou deze opstand synchroon zijn verlopen met een andere opstand in Leipzig waar hun kameraden die dwangarbeid uitvoerden in het kamp van Leipzig een verzetsgroep hadden gevormd. In Leipzig hadden zij een berg palettten in brand gestoken waardoor de plant waar zij hun dwangarbeid verrichtten bijna geheel uitbrandde en richtten zij tevens een bloedbad aan onder het bewakingspersoneel, dat waarschijnlijk vooral uit Polen bestond.

Toni Siegert, die in de aanloop naar het door de Amerikanen geleidde Flossenbürg proces de zaak van de opstand in het bijkamp Mülsen-St. Micheln onderzocht, schreef in zijn rapport het volgende neer: "De mannen die er werkten waren voornamelijk Russische krijgsgevangenen en voormalige gevangenen uit KZ Buchenwald. De Duitse Georg Weilbach werd vanuit het hoofdkamp Flossenbürg overgeplaatst naar het bijkamp als voorman over de arbeiders. Nadat de SS-leider Burke verschillende keren na elkaar de voedselrantsoenen had verminderd en samenzweerders boodschappen uitwisselden via het materialentransport tussen de fabriek van Leipzig en bijkamp Mülsen, brak in de nacht van 1 op 2 mei 1944 een opstand uit. De Russen hadden vooraf de electriciteitszekeringen verwijderd en hadden in de slaapbarakken een aantal matrassen in brand gestoken. Andere Russen gingen met zelfgemaakte messen in de inktzwarte duisternis hun (Poolse) bewakers te lijf en richtten een groot bloedbad aan. De bewakers rukten met zwaar geschut uit om deze opstand te bedwingen. Niemand is kunnen ontsnappen. Honderdnegenenvijftig gevangenen en bewoners stierven aan de gevolgen van steek- en brandwonden. Op 13 mei 1944 werden de voornaamste aanstokers van de opstand van Mülsen overgebracht naar KZ Flossenbürg waarvan zeker veertig van hen werden geëxecuteerd tussen juni en september. Ook Georg Weilbach keerde terug naar Flossenbürg waar hij samen met de SS deelnam aan de executies."

Mauthausen Overlevenden van Mauthausen tijdens de bevrijding van het kamp door het 3e US-leger op 5 mei 1945. Speciaal in de laatste oorlogsmaanden werd de situatie in het concentratiekamp Mauthausen door het hopeloos overvol maken van het kamp en de steeds slechter wordende verzorging steeds meer precair. Vele gevangenen zijn nog na hun bevrijding in de lazaretten overleden aan de gevolgen van de schade aan hun gezondheid die zij door hun gevangenschap hadden opgelopen.

Een andere hopeloze onderneming die een bijzonder zware dodentol eiste was de opstand van Russische krijgsgevangenen in KZ Mauthausen (Oostenrijk) in het begin van 1945. Jozef Niedermayer, die verantwoordelijk was voor de gang van zaken in Blok 20,  alwaar de Russische krijgsgevangenen in afzondering opgesloten zaten en waar de feiten zich afspeelden, beschreef later de verschrikkelijke omstandigheden waarin de Russen moesten wonen. De cijfers spreken voor zich. Van de 4.700 gevangenen die in Blok 20 sinds maart 1944 werden vastgehouden, waren er in februari 1945 nog maar amper 570 in leven. Het gros van hen was in de afgelopen maanden omgekomen aan ziektes, ondervoeding en totale verwaarlozing. Onder deze laatste overlevenden bevonden zich de aanstichters van de opstand waaronder een aantal Russische officieren, vijf of zes Polen die nog hadden deelgenomen aan de Poolse opstand in Warschau in 1944 alsmede een handvol krijgsgevangen Joegoslaven.

In januari 1945 besloten enkele hoge Russische officieren tot een ultieme ontsnappingspoging ongeacht de tol die zou moeten worden betaald. Onder de opstandelingen onder meer luitenant-kolonel Nikolai Vlasov, de kolonels Aleksander Isupov en Kiril Chubchenko alsmede kapitein Genadi Mardovzov. Mardovzov raakte in het bezit van een grondplan van het kamp maar bekocht dit met de dood. Mardovzov was er nog wel in geslaagd dit grondplan door te spelen aan zijn kameraden. De overige officieren bereidden met dit grondplan - getekend op sigarettenpapier - hun uitbraak voor. Eerst moest de blokoverste worden uitgeschakeld. Met die taak werden twee Polen en een Rus belast. Ondertussen bewapenden de opstandelingen zich met stenen, brokken steenkool, stukken namaakzeep en twee blusapparaten. Vloerplanken van de barakken werden uitgebroken en gebruikt als projectielen en aanvalswapens. Om 1 uur na middernacht brak de hel los in KZ Mauthausen. De Russen bestormden onder het geratel van Duitse machinegeweren de wachttorens rondom het kamp. Door de sproeiende brandblusapparaten en een regen van projectielen, beletten zij de bewakers in de torens om gericht te kunnen vuren. De Russen gooiden dozijnen dekens over de prikkeldraadomheining die onder electrische stroom stond. Ongeveer 57 medegevangenen die te zwak waren om mee te ontvluchten, hadden hun dekens afgestaan aan de vluchters. Sommigen van de zwakkeren wierpen zich op de omheining in een laatste offer om met hun lichaam een kortsluiting te veroorzaken.

Een Oostenrijkse gevangene beschreef de aanblik van het kamp in de vroege ochtend na de uitbraakpoging: "De stroomdraden op de top van de muur waren naar beneden getrokken en er hingen dekens over heen. Lijken van gevangenen lagen beneden aan de muur, en overal tot ver aan de rand van het bos lagen de velden bezaaid met lijken. De doden waren graatmager, compleet uitgedroogd, slecht gekleed en zonder schoeisel. Sommigen hadden lappen stof rond hun voeten gebonden. Ik vernam dat de wachttoren aan de voorzijde van Blok 20 was bestormd, bekogeld werd met houten schoenen en andere projectielen, en bespoten werden met brandblussers."

Van de ruim 500 gevangenen die deelnamen aan de ontsnapping geraakten er 419 over de muur. De SS mobiliseerde al haar eenheden, de Wehrmacht alsook iedereen die een uniform droeg tot zelfs de locale afdelingen van de Hitlerjeugd, om deel te nemen aan de klopjacht op de ontsnapten die later bekend zal worden als de 'Mühlviertel Hazenjacht'. De mensenjagers kregen het bevel vooral niemand aan te houden maar meteen dood te schieten. Een waar bloedbad was het gevolg. De straatgoten kleurden rood met het bloed dat vloeide van de neergeschoten ontsnapten. Al op de eerste dag werden 300 vluchtelingen opgepakt en ter plaatse geëxecuteerd. De doden werden terug naar het kamp gebracht en geteld. Op het einde van de klopjacht bleek dat er zeventien personen vermist bleven. De achterblijvers in Blok 20 waren diezelfde nacht van de uitbraak al vermoord. Slechts enkele boeren uit de omgeving waren bereid om Russische gevluchte krijgsgevangenen op te nemen en te verbergen. Zo bijvoorbeeld de Langthaler familie uit Winden die moedig genoeg bleek om twee Russen op te nemen en hen te verbergen tot aan de bevrijding drie maanden later. Ook de families Mascherbauer en Wittberger staken een reddende hand uit aan enkele gevluchte Russen.

Deze gebeurtenis die uniek is in de geschiedenis van de concentratiekampen, werd pas veel jaren later na het einde van de oorlog onthuld. Gedurende lange tijd heerste in de Sovjet-Unie een groot vooroordeel ten aanzien van Russen die in Duitse krijgsgevangenschap waren geweest. Het is pas enkele jaren na de dood van Stalin en wanneer een Franse overlevende van KZ Mauthausen in een radioreportage over deze spectaculaire ontsnapping sprak, ging men in Moskou eindelijk op zoek ging naar overlevenden. Uiteindelijk werden er in de Sovjet-Unie zeven overlevenden terug gevonden die, overigens ruim te laat, officiëel als helden werden gelauwerd.



Laatst geupdate op ( Sunday 17 February 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje