Hendrik De Man werd op 17 november 1885 te Antwerpen geboren in een welgesteld liberaal burgersgezin. Op zestienjarige leeftijd was hij al uitgesporken socialist.
Hij droomde van een militaire carrière, waarvan echter niets terecht kwam, evenmin als studeren te Brussel of Gent. Hij studeerde wel economie, psychologie,
wijsbegeerte en geschiedenis te Leipzig waar hij onder moeilijke materiële omstandigheden leefde van vertaalwerk en journalistiek. Hij werd een van de voorname denkers en schrijvers
op het gebied van de sociale pyschologie in België en Europa tussen de twee wereldoorlogen.
Hij was secretaris van de Internationale der Socialistische Jonge Wachten, stichter van de Centrale voor Arbeidersopvoeding en van de Arbeidershogeschool,
oud-strijder 1914-1918, hoogleraar te Frankfurt a. M. en te Brussel in de sociale psychologie, en auteur van een aantal ophefmakende sociaal-theoretische werken in verschillende Europese talen, zoals La joie au travail (De arbeidsvreugde),
Nationalisme en Socialisme, Au-delà du Marxisme (De psychologie van het Socialisme), L'Idée socialiste (Het socialistisch idee).
"Hij was aanhanger van het wilssocialisme waarbij hij beroep deed op ethische motieven in de mens... Hij was een voorstander van een ruim front van allen die arbeiden, zonder onderscheid
van geloof, dat eerbied zou voorstaan voor elke ideologische gerichtheid en in deze ideologische gerichtheid de kracht zou putten tot het oprichten van een welvaartsstaat
waaruit de oorlog gebannen zou worden en een progressief steeds verhogende welstand - stoffelijke en geestelijke - voor allen zou waarborgen." (Em. Langui). Nadat hij werd
belast met het opmaken van het bekende
Plan van de Arbeid, werd hij in 1935 minister van Openbare Werken en Werkverschaffing, later minister van Financieën in de Belgische regering. De Belgische Werklieden Partij verkoos hem in 1939
tot voorzitter.
Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog was Hendrik De Man overtuigd van de overwinning van Duitsland. Hij ontbond de Belgische Werklieden Partij en stichtte het blad Le Travail. Spoedig
ging hij echter inzien dat de Duitsers hem voor hun doeleinden poogden te misbruiken en hij verdween. Hij vond gedurende de laatste drie oorlogsjaren een toevlucht in
het gebergte van Savoye. In 1944 verkreeg hij asiel in Zwitserland. In hetzelfde jaar werd hij veroordeeld
pour avoir méchamment servi les desseins de
l'ennemi.
Toen viel voorgoed het ijzeren gordijn van de stilte. Slechts enkele moedige, vrije geesten waagden het deze veroordeling openlijk aan te klagen. De Man woonde toen te Greng aan de Murten-See, waar hij in armoede
schreef en studeerde, o.a. Vermassung und Kulturverfall, een waarschuwing tegen de gevaren die onze wereld bedreigen. Op 20 juni 1953 kwam hij met een kleine auto
onder een trein die hij te laat had zien naderen. Samen met zijn vrouw werd hij, met één slag door de dood weggemaaid.
Lees ook dit artikel op Verzet.org:
• Hendrik De Man had een Plan en verdwaalde in de collaboratie
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Marlene De Man-Flechtheim-Geschiedenis van mijn Leven-Een tijdsdocument (Mieke Van Haegendoren)
• Hendrik De Man (Dr. A. M. van Peski)