Sonderkommando Shlomo Venezia: "Iedereen geloofde erin [in het plan, nvdr]. We hoopten niet zozeer te overleven, dan wel iets te doen, in opstand te komen,
niet zo dood te hoeven gaan. Het sprak vanzelf dat het een paar van ons de kop zou kosten. Maar of we nu dood zouden gaan of niet, we moesten gewoon in opstand komen. Niemand
vroeg zich af of het echt zou lukken, het belangrijkste was dat we tenminste iets déden! [..] Het plan was dat een paar mannen de poort zouden opengooien zodra ze [=de SS-bewakers, nvdr]
voorbijkwamen, de Duitsers zouden overrompelen, hen doden en hun wapens afpakken. Dat moment zou het signaal zijn waarop de opstand in alle crematoria zou beginnen."
Omtrent de feiten hoe de opstand verliep circuleren nogal wat varianten, vermits niemand die direct aan de opstand participeerde, de revolte overleefde. Ook Shlomo Venezia
nam niet rechtstreeks deel aan de opstand vermits hij, gewapend met een bijl, zijn beurt om toe te slaan afwachtte in Crematorium III. "Vanuit ons crematorium
zagen we hoe een vreemde rook uit Crema IV opstijgen, maat omdat wij er te ver vandaan zaten en niet konden communiceren, wisten we niet wat er gaande was. Een Duitser sloeg
alarm en in heel korte tijd zaten we vast in ons crematorium."
Oorspronkelijk was de opstand gepland voor 17 oktober, maar verschillende bronnen verhalen dat het plan om te revolteren werd verraden door een Sonderkommando,
de Rijksduitser Kapo Karol.
Ook Dr. Miklos Nyiszli was op de hoogte van de nakende opstand en was verbaasd om al de 7de oktober schoten te horen. Geruchten dat opnieuw Sonderkommando's
naar Gleiwitz I zouden worden overgebracht (zoals het vorige dat toen vermoord werd) hadden eveneens de Sonderkommando's nerveus gemaakt. Uiteindelijk
brak er een incident uit. Een Russisch lid van het Sonderkommando was dronken en maakte kabaal waarop een SS-bewaker hem begon te slaan. Wanneer de Rus trachtte weg te
rennen vuurde de SS'r en verwondde de vluchtende Rus. De SS-man trachtte de Rus weg te krijgen maar die sprong van de vrachtwagen en viel de Duitser aan. Hij verkocht de
SS-man een flinke dreun waarop de SS-r hem ter plaatse doodschoot.
De SS was door het lawaai inmiddels gealarmeerd en maakte zich op om 300 Sonderkommando's, voornamelijk Hongaarse en Griekse Joden, op te halen voor transport, wat de
onmiddellijke vernietiging impliceerde. Op dat ogenblik brak de revolte uit en voerden de Sonderkommando's hun charge uit. Niet georganiseerd, maar in de grootste
chaos, onder luid geroep en getier gingen de radeloze mannen, gewapend met hamers, bijlen en stenen, de Duitsers te lijf. Filip Müller: "Opeens kwam er een regen van stenen neer op de SS-mannen.
Sommigen raakten gewond en werden overmeesterd, anderen slaagden erin om weg te komen... "
De Sonderkommando's in Crematorium III en V kwamen niet in actie. Door de spontane opstand, vielen alle voorheen opgemaakte plannen in duigen en was de kans
op slagen van de revolte hierdoor reeds op voorhand tot mislukken gedoemd. Inmiddels waren de mannen van Sonderkommando 59-B in Crematorium IV in actie gekomen. Zij haalden
hun wapens boven en ontwapenden de SS-bewakers. Daarop plaatsten zij de explosieven die zij zelf hadden gemaakt met het buskruit van de munitiefabriek en bliezen Crematorium
IV op, dat na een harde explosie onmiddellijk in brand vloog. Nadat ze de omheining doorknipten vluchtten zij het omringende bos in. Nadat ze het geluid van de explosie
hadden gehoord, raakte Sonderkommando 57-B in Crematorium II slaags met hun bewakers. Met behulp van matrassen werd het dak van Crematorium II in brand gestoken.
De verrader, de Kapo Karol (een Duitse misdadiger) werd door medegevangenen hard aangepakt en Karol werd met kleren en al in de oven gegooid. Een SS-bewaker onderging
hetzelfde lot en een derde soldaat werd doodgeslagen.
Birkenau, mei 1944.
Hongaars-Joodse vrouwen en kinderen in de omgeving van Crema IV en V wachten ongerust af wat er met hen gaat gebeuren. Geen van hen zal het overleven.
De strijders grepen naar hun wapens en knipten de omheining door evenals de omheining van het vrouwenkamp. Hiermee hoopten ze dat er een massale ontsnapping zou ontstaan
waardoor hun kansen op de vrijheid zouden toenemen. Ongelukkiglijk vluchtten zij niet naar het noordoosten richting het dorpje Vistula maar liepen zij de verkeerde op
naar het zuidwesten in de richting van het bijkamp Raisko in Rajsko. Aldus bleven zij binnen de terreinen van Auschwitz en werden hun kansen op ontsnapping minimaal. Onder het loeien
van de kampsirenes mobiliseerde de SS al haar eenheden en gewapend met machinegeweren en speurhonden sprongen zij in hun vrachtwagens en zetten het ganse gebied af.
Na een korte schermutseling in de bossen nabij Crematorium IV lagen nagenoeg alle opstandelingen doodgeschoten op de grond. Hun lijken, zo'n 250 in het totaal,
werden terug het kamp binnengebracht en geteld. Onder hen Zalmen Gradowski, Lajb Langfus, Lajb Panusz, Jozef Deresinski, Ajzyk Kalniak en de leider van de oosptand
Jozef Warszawski. Diegenen die levend gevangen werden, werden terug naar het kamp gevoerd, moesten plat op de grond gaan liggen en werden de een na de
ander met een nekschot afgevuurd door een SS-officier koelbloedig vermoord. De andere groep die in de richting van het bijkamp Rajsko was gevlucht, had zich verschanst in een oude schuur. De SS nam geen enkel risico en stak de schuur in brand.
Iedereen die uit de brandende schuur naar buiten vluchtte werd met machinegeweren doodgeschoten. Na enkele uren werd alles weer rustig.
Na de telling van de slachtoffers bleken er twaalf vermist te zijn. De SS-mannen wilden meteen de achtervolging inzetten maar op dat ogenblik ging het luchtalarm af.
Even nam de kans op ontsnapping van de twaalf opnieuw toe. In afwachting van de jacht op deze mannen, executeerde de SS ruim 200 Sonderkommando's van de andere crematoria.
In de avond volgend op de opstand wanneer elk alarm was afgeblazen, zette de SS in het gezelschap van hun speurhonden, de klopjacht op de ontsnapten weer in. De twaalf ontsnapten
waren erin geslaagd de buitenwijken van Vistula te bereiken maar hadden zich, de totale uitputting nabij, verschanst in een leegstaand gebouw waar de SS-mannen ze korte
tijd later aantroffen. Ze werden ter plaatse doodgeschoten en hun lichamen terug naar het kamp gebracht.
Ondanks de ongelijke strijd waren de Sonderkommando's er toch in geslaagd om drie SS-mannen te doden: de SS-Rottenführers Rudolf Erler, Willi Preeze en Jozef Purke,
en verwondden zij nog eens twaalf andere SS'rs. 451 Sonderkommando's en nog een 300 andere gevangenen werden die dag vermoord. Een sterk afgeslankt Sonderkommando
van ongeveer 198 leden zette haar lugubure werk verder in Crematorium II, III en V met als eerste taak... het verbranden van hun onfortuinlijke kameraden wiens
ontsnapping zo'n dramatische afloop had gekend.
Onmiddellijk begon de SS haar speurtocht hoe het mogelijk was dat het Sonderkommando aan de explosieven was geraakt. Al op 9 oktober werden Roza Robota en
drie andere vrouwen — Ella Gärtner, Esther Weisblum, en Regina Szafirsztajn — door de Gestapo gearresteerd en opgesloten in het beruchte Blok 11 van Auschwitz-I
(het basiskamp). Maandenlang werden ze gefolterd en ondervraagd, maar ze weigerden de namen te noemen van andere vrouwen die hadden deelgenomen aan het smokkelen van het buskruit.
Enkel de namen van Sonderkommando's en anderen die waren omgekomen tijdens de opstand noemden ze. Op 6 januari 1945 (21 Tevet 5705, Joodse kalender) kwam aan hun lijden een einde. Ze werden
alle vier op de appèlplaats waar alle gevangenen werden verzameld, één na één opgehangen.
Hun laatste kreten naar hun medegevangenen waren "Wraak!" en het hebreeuwse "Hazak V' Amatz" (Wees sterk! Wees moedig!). Roza was slechts 23 jaar oud toen ze werd vermoord. Enkel Anna Heilman (Hana Wajcblum) overleefde
de hel van Birkenau. Haar verhaal - en nog andere verhalen van het Joodse Verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog - werd door Richard Trank in 2003 verfilmd in de
documentaire Unlikely Heroes, met Ben Kingsley als verteller. De opstand van 7 oktober 1944
in Birkenau werd in 2002 verfilmd in The Grey Zone.
Een van de overlevende getuigen van deze opstand was Dr. Miklos Nyiszli en een aantal van zijn collegadokters, die hun leven danken aan de interventie van de beruchte Dr. Jozef Mengele. Dr. Nyiszli:
"Wij dokters lagen daar tussen onze kameraden op de grond wachtend op het dodelijk schot maar Dr. Mengele - wiens rassenbiologisch werk
nog niet voltooid was - trok ons weg uit de groep ter dood veroordeelden." Dr. Nyiszli overleefde de dodenmars van januari 1945 maar kreeg in februari
1945 in KZ Mauthausen een zenuwinzinking. Tot op dit ogenblik is nog steeds niet bekend wat er van hem is geworden.