Sinds de Auschwitz-Protocollen van Vrba en Wetzler het Westen hadden bereikt, waren de deportaties van de Hongaarse joden na 7 juli 1944 stilgelegd. De Sonderkommando's, op dat ogenblik 874 leden in getal,
voornamelijk Hongaarse en Griekse Joden, begonnen voor hun leven te vrezen omdat er te weinig 'werk' voor hen zou zijn. Daarnaast rukten de Geallieerden op vanuit het Westen
en de Russen vanuit het Oosten. In de nacht van 31 juli op 1 augustus '44 brak in Warschau de Poolse opstand uit. Niet te verwarren met de Joodse Opstand in het Getto van de Poolse hoodstad
van 19 april 1943, ruim een jaar eerder. Op 23 augustus '44 was het Rode Leger intussen al tot aan de Weichselrivier opgetrokken maar aarzelden om de rivier over te steken en tussenbeide te komen om
de Polen bij te staan. De Russen zullen echter afzijdig blijven en na 64 dagen van bloedige gevechten werd de opstand van Poolse soldaten en verzetsleden door de nazi's
neergeslagen. Slechts enkele dagen voor de opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau gaven de Polen op 2 oktober 1944 de strijd op. Ook dit slechte nieuws had
de Sonderkommando's via het Poolse ondergrondse verzet bereikt.
Al sinds juni/juli 1944 beraamden de Sonderkommando's ernstige plannen voor een opstand. Zij legden contacten met het Poolse verzet, in en buiten het kamp, maar de Polen raadden hen aan om toch maar niets te ondernemen want ze zouden
het allemaal met hun leven bekopen. Op 28 juli kwam het even tot een kleine revolte die echter door de SS snel bloedig werd neergeslagen. Op 4 augustus 1944 liet
SS-Oberscharführer Otto Moll alle opstandelingen executeren en Kapo Kaminski die aan het hoofd stond van een sectie van een Sonderkommando, werd levend met kleren en
al in een brandende oven gegooid. De vergassingen en crematies liepen gewoon verder, zij het in steeds minder grote hoeveelheden. Op 3 augustus '44 begon de SS met
de liquidatie van het tweede Familienlager van Auschwitz, het zogenaamde Zigeunerlager.
Tussen 15 en 30 augustus 1944 werden ongeveer 60.000 Joden afkomstig uit het getto van Lodz de gaskamers ingejaagd en vermoord.
Op 6 september 1944 had Zalmen Gradowski in zijn brief naar een mogelijke opstand verwezen: "Wir, das Sonderkommando, wollten schon seit
langem unserer schrecklichen Arbeit ein Ende machen, zu der wir unter der Drohung des Todes gezwungen werden. Wir wollten eine große Sache vollbringen. Aber die Menschen
aus dem Lager, ein Teil der Juden, Russen und Polen, hielten uns mit aller Kraft davon zurück und zwangen uns, den Termin des Aufstandes hinauszuschieben."
Aldus werd de termijn voor de revolte onder druk van andere Joden en verzetsleden alsmaar opgeschoven. Intussen werden wel de nodige voorbereidingen getroffen. Het plan
was om alle crematoria tegelijk met dynamiet te verwoesten, waarna de gevangenen zouden trachten te vluchten.
Hiervoor hadden zij natuurlijk explosieven nodig. Die werden geleverd door vrouwen die in Auschwitz-Birkenau in Krupp's munitiefabriek werkten. In de munitiefabriek - de
Weichsel-Union-Metalwerke - waren een duizendtal vrouwen aan het werk die kogels fabriceerden voor het Duitse leger. Regina Szafirsztajn (Saphirstein),
Ella Gärtner, Anna Heilman (geboren Hana Wajcblum)
en haar oudere zuster Estusia Wajcblum (Esther Weisblum), Rose Meth, Hadassa Zlotnicka, Marta Bindiger, Genia Fischer, Inge Frank, Ilse en Antichka smokkelden maandenlang
buskruit (Schwartzpulver) - drie theelepels per keer - de plant uit die ze vervolgens doorspeelden aan Roza Robota en een dorpsgenoot van haar
Noah Zabladowicz, die alzo bij het ondergrondse verzet en de Sonderkommando's belandde.
Roza Robota (Rojza in het Pools), geboren in 1921 te Ciechanów (Polen) was een jonge Joodse vrouw die na de inval in Polen in 1939 door de nazi's lid werd van de ondergrondse socialistische en Zionistische
jeugdbeweging Hashomer Hatzair. Opgepakt door de Gestapo werd zij in 1942 naar Auschwitz gedeporteerd en ondergebracht in het vrouwenkamp
van Birkenau. Korte tijd later kon zij aan de slag in het Effektenlager (Kanada I) alwaar de gestolen goederen werden verzameld en gesorteerd. Kanada I bevond zich tussen
de vier crematoriums en die ligging en haar betrekkelijke bewegingsvrijheid kwam haar goed uit om het ondergrondse verzet in Auschwitz van dienst te zijn. Ze fungeerde
voornamelijk als koerierster binnen het kamp waar ze berichten doorspeelde die vanuit het kamp of één van de zovele bijkampen ontving.
Op 23 september 1944 beging SS-Oberscharführer Otto Moll een van de laatste grote gruweldaden in Auschwitz die het ondergrondse verzet in Auschwitz
direct tot meer spoed aanzette voor hun revolte. Otto Moll had aan 210 leden van het Sonderkommando verteld dat ze werden overgeplaatst naar Gleiwitz I (een bijkamp
van Auschwitz), wat werd geloofd door de Sonderkommando's vermits Moll eerder het bijkamp als adjunct-commandant had geleid. Maar in plaats van naar Gleiwitz werden zij door
Moll en andere SS-mannen naar de ontluizingsfaciliteit nabij Kanada I gebracht en vergast. Daarna werden ze eigenhandig door SS-mannen verbrand in de ovens, de enige
keer dat de SS dit zelf uitvoerde. Met deze massamoord besefte de overblijvende leden van het Sonderkommando dat zij dra aan de beurt kwamen om vermoord te worden
en dwong hen er toe om een datum op hun opstand te plakken: het zou 17 oktober 1944 worden, maar het liep helemaal anders uit dan gepland...