headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De nazi's. Een waarschuwing uit het verleden (Laurence Rees)
De Joden. Geschiedenis van een volk; Nina Koshofer & Sabine Klauser; 2008; 2 x DVD; 260 min.
Wednesday 14 May 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau. [2] 7 oktober 1944 PDF Afdrukken E-mail
Sunday 17 February 2008
Artikel index
Opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau. [2] 7 oktober 1944
Vrouwen in verzet: Roza Robota
7 oktober 1944: Revolte in Auschwitz-Birkenau
Nooit weg uit het crematorium
Bronnen

 

 

 

 

 

Nooit weg uit het crematorium

Nadat tijdens de opstand van het Sonderkommando op 7 oktober 1944 Crematorium IV vernield werd, zal het nadien niet meer hersteld worden. Op 26 oktober 1944 beval Heinrich Himmler de vernietiging van alle gaskamers en crematoria van Auschwitz. De SS ontmantelden in november 1944 de Crematoriums II en III, de ovens werden gedemonteerd, de onderdelen ervan op vrachtwagens geladen en weggevoerd, voornamelijk naar KZ Gross-Rosen. Crematorium II bleef nog het langst in dienst. De buitenkant werd afgebroken door gevangenen uit Auschwitz I, het basiskamp. De binnenkant moest zorgvuldig worden afgebroken door de Sonderkommando's, want er mocht niks wijzen op de massamoord die er had plaatsgevonden.

Sonderkommando Shlomo Venezia: "Wij werkten vooral aan de ontmanteling van de andere crematoria. Dat kostte veel tijd, want de Duitsers hadden ons bevolen alles stukje bij beetje af te breken. Ze hadden ook dynamiet kunnen gebruiken, maar ze wilden het hele interieur van het gebouw methodisch ontmantelen: de ovens, de deuren van de gaskamer, alles. En dat moest worden gedaan door mannen van het Sonderkommando, want wij waren de enigen die de gaskamers van binnen mochten zien." Hierna dynemiteerden de SS de resten van gaskamers en crematoria om zoveel mogelijk de sporen van de genocide uit te wissen. Op 20 januari 1945 werd Crematorium V door de SS in brand gestoken. Twee dagen voordien zetten 58.000 kampoverlevenden van Auschwitz-Birkenau hun laatste dodenmars in. 5.000 tot 6.000 kampgevangenen bleven in het kamp achter, te ziek en te verzwakt als zij waren om nog te gaan. Op 22 januari 1945 werd Auschwitz bevrijd door eenheden van het Rode Leger.

Jacq Vogelaar onthulde in zijn boek 'Over kampliteratuur' het bestaan van de zogeheten flessenpost uit Birkenau. Dat waren achtergelaten berichten door Sondercommando’s, teksten en getuigenissen die ze in flessen en potten verstopten en onder de as van de vermoorde joden begroeven. Diverse flessen zijn de voorbije jaren gevonden in Birkenau in de omgeving van de crematoriums. Zo bijvoorbeeld (zie afbeelding rechts) verborgen flessenpost gevonden in een thermosfles die gewikkeld was in een lederen omslag, en die het manuscript bevatte van Marcel Nadjary. Op 24 oktober 1980 werd in de omgeving van Crematorium III toevallig deze vondst gedaan door de student Lestaw Dyrcz. Sonderkommando Marcel Nadjarys was een Griekse Jood afkomstig uit Thessaloniki, die met het transport van 11 april 1944 vanuit Athene naar Auschwitz-Birkenau werd gedeporteerd.

Een ander manuscript dat op 17 oktober 1962 nabij Crematorium III werd teruggevonden was dat van Zalmen Lewental. In zijn manuscript schreef hij de volgende intrigerende zin: "De hele waarheid is nog veel tragischer en verbazingwekkender’. Lewental verhaalt hierin over de absolute wil van de mens om te overleven en daar alles voor op te offeren wat hem tot de schokkende uitspraak brengt: "Ik ben bezweken onder de druk van de wil tot leven". Van begin 1943 werkte Lewental in een Sondercommando en was betrokken bij de opstand van oktober 1944 bij Crematorium IV. Dit manuscript schreef hij kort voor de opstand en was bedoeld als getuigenis en om een spoor achter te laten van de vernietiging van de Joden in de gaskamers. Lewental stierf in november 1944 kort voordat Birkenau werd bevrijd door het Rode Leger.

'Flessenpost', een in de grond verstopte fles met een handgeschreven getuigenis, deze van Zalmen Gradowski.

Een hondertal Sonderkommando's overleefden de 'Anus Mundi' van Auschwitz-Birkenau waarvan een dertigtal nog steeds in leven zijn. Mensen die in de Sonderkommando's waren tewerk gesteld, trachtten na de oorlog opnieuw de draad van hun leven op te pakken, maar dat bleek voor hen heel wat moeilijker te zijn dan voor andere overlevenden. Wijlen Leon Cohen, wiens taak het was om de gouden tanden uit mond van de vergasten te breken, verhaalde kort voor zijn dood hoe hij tot een jaar na zijn vrijlating nog altijd naar de mensen staarden om te zien of ze geen gouden tanden hadden. "Het duurde meer dan een jaar voor ik de gewoonte kwijt raakte, en een begin zette om Auschwitz uit mijn systeem te krijgen." Vele Sonderkommandos spraken nooit over wat ze hadden mee gemaakt, deels uit schaamte en tegelijk ook omdat niemand hen toch ooit zou geloven. Tot op vandaag geloven vele mensen dat geen enkele Sonderkommando de hel heeft overleefd.

Abraham Dragon vertelde in een interview met de auteur Greif hoe hij zich schaamde: "De Israëlische gemeenschap bleven de overlevende Sonderkommando's verdacht vinden en zagen hen als handlangers van de vijand, die voor dat werk hadden gekozen om te ontsnappen aan de dood. Dat bdeden ze niet, en ervoor kiezen al evenmin. Het was alleen puur toeval dat ons in het Sonderkommando had geplaatst en we hadden helemaal geen controle over hoe het met ons zou aflopen in dat hellegat." Sonderkommando Chazan beschreef het ongeloof bij zijn naaste familie wanneer hij hen trachtte te verhalen door welke hel hij was doorgegaan: "Zij dachten dat ik gek was, zij wilden het niet geloven. Tot op vandaag weten zelfs mijn naaste familieleden niks over mijn verleden als een Sonderkommando."

Historicus Gideon Greif geeft toe dat zijn interviews voor zijn boek 'We Wept Without Tears' met voormalige Sonderkommando's bojzonder moeizaam tot stand kwamen. "Enkel met mijn koppig karakter kon ik hen ervan overtuigen on een interview voor het boek te geven." Dit hoeft niemand te verbazen, gezien het feit dat de meeste overlevenden, en in het algemeen in bepaalde Joodse middens, erg negatief neerkijken op de rol die de Sonderkammando's in de kampen hebben gespeeld. Zelfs in de kampen werden de Sonderkommando's als niet zuiver op de graat beschouwd en uit de weg gegaan alsof het lepraleiders waren. De auteur Primo Levi keek maar laatdunkend neer op de voormalige Sonderkommando's en beschreef hen als 'verwant aan de collaborateurs'. Levi beweerde dat hun getuigenissen maar weinig betrouwbaar zijn, 'omdat ze veel te verzwijgen hebben en er alles aan doen om zich te rehabilliteren ten koste van de waarheid'.

Greif heeft toe dat de historische literatuur die na de oorlog verscheen eenzelfde houding van afwijzing en derdachtmaking tav de Sonderkommando's aannamen. Pas recentelijk begint daar verandering in te komen. Alhoewel, Greif vertelde dat toen hij aan zijn boek werkte en daaromtrent een lezing gaf in Miami een holocaustoverlevende hem aanklampte en sprak: "De Sonderkommando's waren de ergste moordenaars die d'r waren." Daarom dat het niemand zal verbazen dat de Sonderkommando's altijd weer moeten uitleggen dat ze slachtoffers zijn net zoals alle anderen. "Wij waren het niet die het bloed lieten vloeien, dat waren de Duitsers.", zegt Shlomo Dragon. "Zij dwongen ons om een Sonderkommando te worden, en het feit dat wij gedwongen werden om monsterlijke arbeid te verrichten verandert niets aan het feit dat we ook slachtoffers waren, en niet de monsters die men van ons wil maken."

Tot slot antwoord Shlomo Venezia op het einde van zijn biografie in het boek Sonderkommando Auschwitz op de vraag wat die vreselijke ervaring als Sonderkommando in Birkenau het meeste in zijn leven veranderd heeft: "Het leven zelf. Ik heb nooit meer een normaal leven gehad. Ik heb nooit staande kunnen houden dat alles goed ging om dan zoals de anderen te gaan dansen en zorgeloos feest te vieren... Alles voert me terug naar het kamp. Wat ik ook doe, wat ik ook zie, mijn geest keert steeds weer terug naar dezelfde plek. Het is alsof het 'werk' dat ik daar heb moeten doen nooit echt mijn hoofd heeft verlaten... Je komt nooit echt weg uit het crematorium."



Laatst geupdate op ( Friday 18 April 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje