De Spaanse Burgeroorlog was een van de bitterste conflicten van de twintigste eeuw. Van over de hele wereld kwamen socialisten om tegen Franco te vechten.
Voor de Russen, de Italianen en de Duitsers bleek de strijd in Spanje een voorbode te zijn van wat zich in de Tweede Wereldoorlog zou afspelen. Op basis van een
grote hoeveelheid nieuw archiefmateriaal dat de laatste decennia toegankelijk is geworden - waaronder informatie uit Spaanse, Duitse en Russische archieven -
heeft Anthony Beevor een nieuwe geschiedenis van de Burgeroorlog geschreven. De strijd om Spanje is daarmee een standaardwerk geworden, dat meer up-to-date
is dan alle bestaande overzichten.
Recensie door
Jef Abbeel. Bron:
Liberales.be: http://www.liberales.be
Op 17 juli 1936, brak de Spaanse Burgeroorlog uit, het wreedste en bitterste conflict in de geschiedenis van het land. Drie jaar duurde de ongelijke strijd
tussen het goed georganiseerde leger van rebel Franco, gesteund door Mussolini en Hitler en de Republikeinse regering, gesteund en uitgebuit door Stalin.
Spanje zelf worstelt nog elke dag met dat verleden. De regering Zapatero zal een aanbeveling formuleren om monumenten van Franco uit de jaren 1939-1975 weg
te halen. In Madrid verdween in 2005 het laatste gedenkteken, onder luid protest van 700 falangisten. Enkele honderden straten, pleinen en kerkgevels verwijzen
nog naar Franco of zijn medestanders, onder meer het gigantische mausoleum van 260 meter lang en 22 meter breed, in de Valle de los Caídos, 40 kilometer ten
noorden van Madrid, dat tussen 1940 en 1959 in de rotsen uitgehouwen werd door 20.000 dwangarbeiders uit het republikeinse kamp en waar 46.000 mensen werden
begraven.

Afbeelding hiernaast: Oorspronkelijke
boekomslag van de engelstalige uitgave, The Battle for Spain. The Spanish Civil War (1936-1939)
De vraag is wanneer en of de tamelijk autonome lokale besturen de richtlijn zullen uitvoeren, zeker wanneer de conservatieve Partido Popular, de politieke
erfgenaam van Franco, er de plak zwaait. Doordat de oorlog ook is voortgezet in de verhitte geesten van velen en op papier, zijn er al meer dan 20.000 boeken
over geschreven en blijven er maar meer verschijnen. We beperken ons tot een tweetal en verwijzen naar enkele andere. Vooraf dit: de Spaanse historici hebben
dit onderwerp angstvallig gemeden; de specialisten zijn Britten. Hun boeken werden telkens in grote oplagen vertaald in het Spaans.
Voor een exhaustief militair verslag moet je bij Antony Beevor zijn. Hugh Thomas is nog wat uitvoeriger met zijn boek van 927 bladzijden, met veel oog voor de
humane en culturele kant van de strijd. Maar zijn boek dateert al uit 1961. En de lezer verliest er de weg in de eindeloze details. Beevor beschrijft in
De strijd om Spanje op 524 dicht bedrukte pagina’s niet enkel het oorlogsgebeuren, maar ook de voorgeschiedenis, de diepe kloof tussen het Volksfront en
de generaals, de rol van de Sovjet-Unie, de internationale brigades, de oorlog zelf, de krijgstechnieken, Guernica, de ondergang van de Republiek,
het ‘vae victis’ de franquistische goelag, de ballingen, de invloed op de Tweede Wereldoorlog en op de Koude Oorlog. Opmerkelijk in die voorgeschiedenis is
dat Beevor ze niet vertelt vanaf 1931, toen de republiek werd uitgeroepen, maar vanaf het verre verleden van de Reconquista tegen de Moren, die duurde van de
8ste eeuw tot 1492. De nationale alliantie beriep zich namelijk op de overwinning van 1492 en ze noemden hun strijd een tweede Reconquista, waarbij de
liberalen, socialisten, communisten, anarchisten en separatisten beschouwd werden als de nieuwe heidenen.
Bovendien ziet Beevor de oorlog niet alleen als een strijd tussen links en rechts, maar ook tussen het Madrileense staatscentralisme en de regionale autonomie,
tussen het autoritarisme individuele vrijheid. Het gebrek aan parlementaire traditie en burgerlijke ondernemingszin, de diepe kloof tussen een profiterende
bovenlaag en een arm proletariaat, tussen een agrarisch katholicisme en een onberekenbaar anarchisme waren allemaal factoren die bijdroegen tot het gewapende
conflict. De republikeinen worstelden met onderlinge tegenstellingen en regelrecht wantrouwen, met communisten die centralistisch en autoritair waren versus
regionalisten en vrijdenkers, die eerder anarchistisch dachten. In hun propagandaoorlog beweerden de nationalisten dat zij de christelijke waarden, de orde,
de westerse beschaving verdedigden tegen het ‘Aziatische’ communisme, dat massamoorden pleegde op priesters, nonnen, kerken en kunstschatten.
Elke partij zag de ander enkel als een vijand, die zonder medelijden vermoord of verkracht mocht worden. Dit laatste was dus geen vondst van de Tweede
Wereldoorlog of van de oorlog in Joegoslavië: generaal de Llano riep via de radio zijn soldaten op hun mannelijkheid te tonen in de veroverde steden. De ergste
wreedaards waren de ‘moros’, de soldaten die in de Noord-Afrikaanse woestijn gelegerd waren: hun bloeddorstigheid kende geen grenzen. De republikeinen
verweerden zich met het argument dat de wettig gekozen regering in februari 1936 aangevallen was door reactionaire generaals en door de Europese Asmogendheden
en dat het de taak van links was waarden zoals democratie, vrijheid en verlichting te verdedigen tegen de gevaren van een autoritaire vijand. Links vergat
daarbij dat zij het ook niet zo nauw namen met de democratische vrijheden en met de grondwet en dat ze in hun eigen kamp elkaar nog wreder uitmoordden dan
aan het front.
Volgens Beevor deden de partijen dus niet voor elkaar onder in wreedheden, hele dorpen werden uitgemoord, maar de wreedheden van Franco duurden na de oorlog
nog bijna dertig jaar. Tot aan zijn dood tekende Franco doodvonnissen bij een kop koffie na de maaltijd, afwisselend met een E (ejecutar, meteen doodschieten),
C (cambiar, omzetten naar levenslang) of G ( garrote y prensa, de middeleeuwse wurgpaal, in voege tot 1975!). Beevor beweert dat ook de linkse leider
Largo Caballero in 1936 met een burgeroorlog dreigde, als rechts de verkiezingen zou winnen en dat hij een republiek zonder klassenstrijd wilde en dat
eerst een klasse moest verdwijnen om dat doel te bereiken. Dit klonk heel leninistisch en toonde meteen aan dat het democratische gehalte van de republiek
ondermaats was. Kortom, Beevor heeft zijn twijfels over beide partijen. Het strengst is hij voor Franco persoonlijk en voor de communisten, die eerder een
burgeroorlog tegen anarchisten en trotskisten voerden. Hij is ook heel kritisch tegenover de Britten en hun politiek van non-interventionisme, die meer
heeft bijgedragen tot de nederlaag van links dan de hulp van Italië en Duitsland. Hij publiceert ook een lange lijst van alle betrokken partijen, waaruit
blijkt dat de nationalisten uit vier grote en een tiental kleinere groeperingen bestonden en de republikeinen een nog veel bontere mengeling vormden. Zijn
boek is rijkelijk voorzien van noten, bronnen (vooral Russische), 12 kaarten, foto’s, register. Dit laatste is ook nodig, want het krioelt van de eigennamen.
Jammer dat er ook geen plaatsnamen bij staan. Een Spaans woordenboekje is wenselijk voor wie begrippen zoals requetés, asaltos, chato niet kent.