
Afbeelding hiernaast:
Ronald Fraser raakte ondermeer bekend door zijn boeken
Blood of Spain: An Oral History of the Spanish Civil War (1979)
en
Tajos: The Story of a Village on the Costa del Sol (1973)
Manuel Cortes was de socialistische burgemeester van Mijas, een dorpje nabij Málaga, toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. Bij de nadering
van de nationalistische troepen onder het commando van generaal Franco, vluchtte hij de bergen in, waar hij zich aansloot bij de republikeinse
carabineros.
Na de nederlaag in 1939 ging hij heimelijk terug naar Mijas, met het voornemen zich aan te geven. Zijn vrouw wist hem te overtuigen, dat hij als voormalig burgemeester
en politiek activist uit het linkse kamp zonder veel omslag zou worden geëxecuteerd. Cortes verborg zich in een ruimte niet groter dan een kast, waar hij zich twee jaar lang
overdag schuilhield. Nadien zorgde zijn vrouw voor een beter onderkomen.
Dertig jaar lang had Cortes alleen contact met zijn schoonvader, zijn vrouw en kind. Het kostte een onophoudelijke inspanning, alle tekenen van zijn aanwezigheid
te verbergen voor de Guardia Civil en de dorpelingen, van wie sommigen zich op hem wilden wreken. Pas na de amnestie van 1969 kon Cortes veilig zijn schuilplaats
verlaten.
Ronald Fraser [blz. 7]: "
In april 1969 kwam Manuel Cortes, de laatste republikeinse burgemeester van een klein spaans dorp vóór het ijdens de
burgeroorlog in handen viel van de troepen van Franco, weer tevoorschijn na zich dertig jaar voor het regime te hebben verborgen. Met hulp van zijn vrouw Juliana en zijn dochter
Maria hield hij zich sinds het einde van de oorlog schuil in het dorp. Een paar dagen voor hij zich weer vertoonde had het bewind, dat de dertigste verjaardag van zijn
overwinning in de burgeroolog vierde, een amnestie afgekondigd voor misdrijven, die begaan werden of waarvan beweerd werd dat ze begaan werden tijdens de burgeroorlog. Voor de eerste keer
sinds een halve mensenleeftijd durfde Manuel Cortes, kapper van beroep en zijn halve leven socialist, zijn schuilplaats verlaten. [..]
Zich verborgen te houden in een klein dorp waar (als in alle dorpen over de hele wereld) de inwoners er op uit zijn om alles te weten wat hun buren doen, is op zichzelf
al een bijzondere prestatie. Om dat te doen onder de druk van huiszoekingen, verhoren, financiële zorgen en de voortdurende angst voor ziekte - Manuel was
vierendertig toen hij onderdook en vierenzestig toen hij weer tevoorschijn kwam - dat is wel heel buitengewoon. De eer daarvan komt voor een groot deel toe aan zijn vrouw.
Zij was het, die gedurende al die jaren de zwaarste last droeg om haar echtgenoot te beschermen, het levensonderhoud te verdienen voor haar gezin, haar dochter en de dochters
van haar dochter op te voeden in de kunst van het zwijgen - en dat in een familie, waarin de meeste verwanten buiten het geheim werden gehouden. Het is een verhaal van menselijke geestkracht,
intelligentie en offervaardigheid."
Het boek van Ronald Fraser is gebaseerd op interviews met Manuel Cortes, zijn vrouw Juliana en hun dochter Maria. Duidelijk komt de naïef aandoende, maar heldere
en humane denkwijze naar voren van een vastberaden man, van een ongeltterde vrouw, van een meisje, opgegroeid in spanning. Het is de aangrijpende geschiedenis van een
gezin geworden. Maar Fraser heeft het geplaatst tegen de achtergrond van de sociale en politieke geschiedenis van Andalusia, en de veranderingen in Mijas, nu een toeristendorp.
De combinatie van het persoonlijke en het politieke drama maken van dit boek één van de onthullendste studies over het Spanje van de twintigste eeuw.