
Afbeelding hiernaast: 4 september 1944:
de Brigade Piron nadert Brussel, hoofdstad van het bezette België!
Guy Weber op blz. 11-12:
"
België moest [op 28 mei 1940] de wapens neerleggen. Men had iedereen verteld, dat ze helemaal niet verplicht waren 'voor Engeland te vechten'. Toch waren
sommigen nog gek genoeg om te voet over de Pyreneeën te trekken, om hun nek te breken in een vliegtuig, op een boot of in de Normandische bossen. Wat zou er op
het ogenblik van de eindafrekening van onze nationale soevereniteit zijn geworden als die mannen er niet waren geweest. Denk maar even aan de 'Brigade Wallonie' en
aan de SS-divisie 'Langemarck' die samen met de Duitse legers aan het Oostfront streden. Meer dan twintigduizend man.
De Belgische strijdkrachten in Groot-Brittannië telden niet eens tienduizend manschappen. Zelfs geen volledige divisie! Maar als dit mager aantal soldaten, bestaande
uit zeelui, vliegeniers en soldaten, nooit meegestreden had, zou België nooit vertegenwoordigd zijn geweest tussen de overwinnaars.
Anderen hebben de wapenfeiten beschreven van de Belgen in de Royal Air Force [lees bv. op Verzet.org over Baron Jean de Sélys-Longchamps] en
de Royal Navy. De verdiensten van de parachutisten en de commando's zijn reeds verteld. Biografieën, gedenkschriften of gedachtenissen dragen meestal de stempel van hun respectieve
auteurs. Maar wanneer 'mijnheer Janssen' die het oorlogskruis niet ontvangen heeft, aan zijn kleinkinderen wil bewijzen dat hij in een 'carrier' was bij het oversteken
van de Seine, dan zullen ze die opa maar op zijn woord moeten geloven of denken dat hij 'wat overdrijft'.
Deze bladzijden zijn geschreven om de nederigsten onder de tweeduizend tweehonderd soldaten van de First Belgian Group, beter bekend onder de naam 'Brigade Piron' te eren.
Sommigen van deze teksten zijn in de loop der jaren reeds verschenen in het tijdschriftje van de Verbroedering der oudstrijders van de Brigade Piron. Wij dachten dat
het nuttig zou zijn ze te verzamelen, te illustreren, en ze ook wat meer te 'kruiden' zodat iedereen zijn gading erin zou vinden.
Deze verhalen zijn soms tragisch. Maar is het leven van een weeskind dat ook niet? Was het lot van verlaten kinderen het onze soms niet? Na de 'ineenstorting van '40',
werden de Belgen door de wereld beschouwd als zwervers op zoek naar een vaderland. Ze hebben zich hergroepeerd om de handschoen op te nemen. Maar omdat zij tot een minderheid behoorden en
voor sommigen zelfs een soort van 'levende verwijten' betekenden, was men eerder geneigd om hun wapenfeiten te 'vergeten'.
Vandaag naderen zij de 'derde leeftijd'. De jongeren zijn wel geboeid door de 'langste dag' [de landing in Normandië op 6 juni 1944 door de geallieerden en die
succesvol verfilmd werd, nvdr], maar wanneer U ze vertelt dat er ook Belgen in Normandië waren, dan zijn ze ten zeerste verbaasd...
Het leven van elk van deze Belgen was een avontuur. Ze hadden een persoonlijke keuze gedaan. Met de schaarse middelen, zonder papieren, zonder paspoort, zonder
geld, gehinderd door de officiële ordediensten, en met als enige motivatie hun ideaal, trokken zij naar de vrije wereld..."
Zie ook op Verzet.org:
De Brigade Piron bevrijdt Brussel en stoot door naar Nederland!,
het boek
Historiek van het Bataljon Bevrijding door Sylvain Weuts alsook
op de boeiende website van
De Brigade Piron

Afbeelding hiernaast: auteur majoor
Guy Weber (Brussel, 22.10.1921-2004), oudstrijder van de Brigade Piron
De auteur majoor
Guy Weber (Brussel, 22.10.1921-2004), was leerling aan de Kadetten School te Namen van 1936 tot 1940. Hij neemt in mei 1940 deel
aan de Veldtocht met het 4de Regiment Carabiniers. Na de capitulatie van 28 mei 1940 is hij tot december 1940 krijgsgevangene. Daarna sluit hij zich aan bij
het verzet en is van 1941 en 1942 lid van het royalistische
N.K.B.
(Nationale Koninklijke Beweging). In januari 1943 neemt hij de vlucht naar Spanje en bereikt via Portugal en Gibraltar, de Belgen in Groot-Brittannië waar hij zich
aanmeld bij het pas opgerichte Belgische Leger, de zogeheten Brigade Piron. Aldus is hij betrokken bij de bevrijding van België en Brussel in september 1944, waarna hij
verder deelneemt aan de Veldtocht die begon in Normandië doorheen België en Nederland, naar Duitsland. Na de Bevrijding doet hij van 1949 tot 1952 dienst als
beroepsofficier in Belgisch Kongo. En tien jaren bij de D.B.R. (De Belgische Strijdkrachten in Duitsland). Weber was tevens ere-adjudant van koning Leopold III
en verbleef tot aan zijn dood op het kasteel van Argenteuil ten dienste van prinses Liliane staan tot aan haar overlijden in juni 2002.
Majoor Guy Weber zal vooral bekend blijven als kolonel binnen het koloniale leger van Belgisch Kongo, de zogenaamde Force Publique. In de aanloop naar de Kongolese onafhankelijkheid werd Guy Weber als kersverse
kolonel gedetacheerd in de rijke koperprovincie Katanga waar hij de nodige relaties opbouwde, o.a. met de Union Minière, de CIA en de CONAKAT. Wanneer
Congo-Kinshasa op 30 juni 1960 onafhankelijk werd van België, bleef kolonel Weber op post en volgde hij de orders van generaal Emile Janssens, het Belgische
hoofd van de Force Publique, op. Onder het motto avant l'indépendance = après l'indépendance weigerde het blanke FP-officierenkorps elke vorm van Afrikanisering
binnen het leger. Lumumba greep echter in na de muiterij in het kamp Hardy van Thysstad door alle zwarte militairen te promoveren en generaal Janssens te
ontslaan.
Guy Weber verklaarde daarop dat de Afrikanisering van de Force Publique in Katanga geen doorgang zou vinden. Hij werd hierin gesteund door de Conakat, de CIA
en de lokale Belgische belanghebbers. Op 30 juni 1960 werd Belgisch Kongo onafhankelijk. Lumumba en zijn partij de MNC vormden de eerste regering op 23 juni 1960,
met Lumumba als eerste minister en Joseph Kasavubu als president. Wanneer Moïse Tsjombe op 11 juli 1960 de onafhankelijkheid van Katanga uitriep, werd Guy Weber
benoemd als stafchef van het nieuwe Katangese leger, de Gendarmes Katangais. Lumumba werd in niet opgehelderde omstandigheden op 17 januari 1961 vermoord.
Guy Weber zou tot in 1963 in Katanga blijven als stafchef en speciale adviseur van president Tsjombe.
Na het beëindigen van de Katangese secessie vluchtte hij terug naar België waar hij - als dank voor bewezen diensten - aan het koninklijke hof
tewerkgesteld werd.
In 2001 werd de zgn 'onderzoekscommissie Lumumba' opgericht om na te gaan wie destijds betrokken en verantwoordelijk was voor de moord
op de eerste Kongolese president Lumumba. Volgens de onderzoekscommissie Lumumba speelde majoor Weber een sleutelrol in de afscheiding van de provincie Katanga.
De commissie wees de verantwoordelijken van de secessie als de hoofdschuldigen aan van de moord op premier Patrice Lumumba in januari 1961. Weber werd als
getuige door de commissie gehoord. In zijn woning in Waterloo werd een huiszoeking gedaan naar aanleiding van het werk van de onderzoekscommissie en
speurders begaven zich ook naar het kasteel van Argenteuil. In februari 2002 gaf de Belgische overheid toe "onmiskenbare verantwoordelijkheid te hebben gehad
in de gebeurtenissen die tot Lumumba's dood hebben geleid", al wilde men niet de volledige verantwoordelijkheid opnemen. In juli 2002 werden er door de
USA documenten vrijgegeven die de rol van de CIA in de moord op Lumumba onthulden. De CIA zou Lumumba's tegenstanders gesteund hebben met geld en politieke
ondersteuning, en in Mobutu's geval zelfs met wapens en militaire training. Majoor Weber overleed in 2004 in het kasteel van Argenteuil.