`Nieuw China's grootste schrijver' staat op het omslag van deze Loe Sjuun-bundel, en dat is geen frase. Loe Sjuun, 1881-1936, behoorde tot die groep van
opstandige burgerlijke schrijvers, als b.v. Romain Rolland en Henriëtte Roland Hoist, die in het begin van de negentiende eeuw uit idealisme en
sociale bewogenheid tot het socialisme kwamen.
Door zijn prachtige korte verhalen bewees hij de bruikbaarheid van de volkstaal als nieuwe eenheidstaal van China. Onder zijn invloed ontstond een
groep enthousiaste jonge schrijvers, wier werk oak in het westen zeer gewaardeerd werd, en die bekend staan als `de Chinese renaissance'. Loe Sjuun,
wiens werk in alle grote wereldtalen is verschenen, wordt door vriend en vijand erkend als de grootste Chinese prozaschrijver van de laatste
twintig eeuwen.
Door de communisten werd hij oorspronkelijk vanwege zijn humanistische levenshouding gesmaad als een gevaarlijke kleinburger, maar deze houding veranderde
toen hij met hen een eenheidsfront sloot in de strijd tegen de Japanners, en zich tot leider van de bond van Chinese schrijvers liet verkiezen. Hij schreef
daarna geen historische studies, geen gedichten en korte verhalen meer, maar uitsluitend nog vertalingen, essays en messcherpe journalistiek. Alles bij
elkaar een goede` twintig banden.
Mao Tse-Toeng zegt: "In hem was geen schijn of schaduw van slaafsheid te vinden. In naam van de meerderheid van het volk is hij de strijd tegen de vijand
op het front van de cultuur begonnen." Standbeelden en musea herdenken hem, zijn woonplaatsen in Peking en Sjanghai zijn pelgrimsoorden geworden.
Men noemt hem 'de vader van de nieuwe Chinese literatuur', al gaan zijn kinderen andere wegen...
Te Wapen! van Loe Sjuun werd vertaald door
Dr. Jef Last (1898-1972). Last had Oosterse talen gestudeerd en was met dit werk van de Chinese schrijver Loe Sjuun
gepromoveerd aan de Universiteit te Leiden en kon na verschillende reizen in het Verre Oosten beschouwd worden als een kenner van de Chinese taal en cultuur.
Jef Last vocht ook bij de Interbrigades tijdens de Spaanse Burgeroorlog en schreef zijn belevenissen neer in 'De Spaanse tragedie', 'Brieven uit Spanje' en
'In de loopgraven voor Madrid'.
Gemengde gevoelens
Zoveel bloed zag ik dit halve jaar
en zoveel tranen,
wat bleef zijn deze'gemengde gevoelens'
en dat is alles.
De tranen zijn reeds afgewist,
het bloed is op het mes gedroogd,
maar nog steeds gaan de beulen rond
met stalen mes,
met scherpe kling.
En ik heb slechts deze 'gemengde gevoelens'
en dat is alles ...
[Loe Sjuun - 1926]