In de herfst van 1944 vocht Duitsland met de rug tegen de muur, maar het vocht nog steeds met grote moed en verbetenheid. Toen werd Operatie Market-Garden - de poging
om via Arnhem door te breken naar het hart van Duitsland - gelanceerd. Sommigen betwijfelen of Arnhem een succes was; in ieder geval ging daar de kans verloren om de oorlog in Europa
in 1944 te beëindigen...
De sprong naar de Rijn [blz. 6-7] door sir Basil Liddell Hart

Dat de Duitsers een kans kregen zich te
herstellen na de geallieerde uitbraak uit
Normandie aan het eind van augustus
1944, dankten zij voor een groot deel aan
de moeilijkheden die de geallieerden hadden met hun bevoorrading. Die waren
oorzaak dat de eerste stormloop slechts
een lichtgewicht-charge werd die met een
haastig ge(mproviseerde verdediging tot
staan gebracht kon worden. Diezelfde
bevoorradingsmoeilijkheden stelden paal
en perk aan de build-up van de geallieerde legers voor een krachtige aanval. De
moeilijkheden waren deels een gevolg van
de lengte van de geallieerde opmars.
Maar ze waren ook te wijten aan het feit
dat de Duitsers bczettingen hadden achtergelaten in de Kanaalhavens. Het feit
dat de geallieerden geen gebruik konden
maken van Duinkerken, Calais, Boulogne en Le Havre, of van de grote
havens in Bretagne, betekende een rem
op het geallieerde offensief. Hoewel ze
de haven van Antwerpen in handen gekregen hadden zondcr dat die ernstig
beschadigd was, lieten de Duitsers zich
niet verjagen van de monding van de
Schelde, en dus konden de geallieerden
de haven toch niet gebruiken.
Voor de uitbraak uit Normandie behoefden de voorraden slechts over een
afstand van ongeveer veertig kilometer
vervoerd te worden naar de aanvallende
troepen. Nu was die afstand meer dan 500 km geworden. De last kwam vrijwel
geheel voor rekening van bet geallieerde
motortransport, want de Franse spoorwegen waren door luchtaanvallen totaal
verwoest.
Half september werd een stoutmoedige
poging gedaan om aan de steeds sterker
wordende tegenstand van dc vijand een
einde te maken door drie luchtlandingsdivisies in Nederland neer te laten, achter
de Duitse rechter flank, en op die manier
de weg vrij te maken voor gen opmars
van het Britse 2de Leger naar en over de
Beneden-Rijn. Door de luchtlandingsstrijdkrachten in achtereenvolgende gol-
ven neer te laten over een gordel van
100 km achter de Duitse linies, werd
vaste voet verkregen op alle vier springplanken die nodig waren voor bet door-
schrijden van bet tussenliggende gebied:
de overgang over bet Wilhelminakanaal
bij Eindhoven, over de Maas bij Grave,
over de Waal en de Rijn bij respectievelijk
Nijmegen en Arnhem. Drie van die vier
springplanken werden veroverd en gepasseerd. De verovering van de derde
kostte veel tijd en inspanning, en daardoor werd de kans verspeeld om de vierde
te veroveren.
De Duitsers reageerden zeer snel en dat
leidde tot de mislukking van de opmars
en tot de opoffering van de lste Luchtlandingsdivisie bij Arnhem. Maar de
mogelijkheid om de Rijn-defensie te omtrekken was een strategische prijs die
het risico om zo ver achter het front
luchtlandingstroepen neer te laten, rechtvaardigde. De lste Luchtlandingsdivisie
hield in haar gevsoleerde positie in Arnhem tien dagen stand en niet, zoals verwacht was, hoogstens twee dagen. Maar
de kans op succes werd verminderd door
de manier waarop de vier landingsplaatsen van de luchtlandingstroepen, alle op
een rechte lijn, de richting van de opmars
van bet 2de Leger verrieden.

Afbeelding
hiernaast: De auteur van dit boek: General Sir Anthony FARRAR-HOCKLEY (8 april 1924 - 11 maart 2006)
Het doel lag voor de hand; dat maakte
het voor de Duitsers eenvoudiger om de
beschikbare reserves te concentreren op
(die laatste springplank, en om de Britse
luchtlandingstroepen te verslaan voor de
voorhoede van het 2de Leger hen had
kunnen ontzetten. De aard van bet Nederlandse landschap, met zijn rechte
wegen, was ook in het voordeel van de
verdedigers; bovendien waren er geen
afleidingsmanoeuvres die de Duitsers op
een dwaalspoor hadden kunnen brengen.
Na de mislukking van Operatie Market
Garden was de hoop op een snelle overwinning vervlogen. De geallieerden stonden opnieuw voor de noodzaak langs de
grenzen van Duitsland voorraden en
materieel bijeen te brengen voor een
grootscheeps offensief. Natuurlijk zou
dat tijd vergen, maar het geallieerde
commando vergrootte nog zijn moeilijkheden door te trachten bij Aken een doorgang te forceren naar Duitsland,
in plaats van een nieuwe aanvoerroute te
creëren door de monding van de Schelde
te zuiveren. De Amerikaanse opmars
naar Aken draaide uit op een te directe
nadering die telkens gestopt werd.
Langs de rest van het front in het
Westen had de inspanning van de geallieerde legers in september en oktober
1944 niet veel te betekenen. Intussen
werd de Duitse verdediging voortdurend
versterkt. Voor zover er nog reserves
waren, werden die verzameld; er werden
nieuwe soldaten opgeroepen en voor een
deel hadden de Duitse legers kans gezien
uit Frankrijk terug te trekken. De Duitse
build-up langs bet front verliep sneller
dan die van de geallieerden, hoewel
Duitsland er wat grondstoffcn en materieel betreft veel slechter voor stond. De
monding van de Schelde werd pas begin
november van vijanden gezuiverd.
Het verhaal van de grote luchtlandings-
operatie, een van de grootste operaties
uit het laatst van de oorlog, is geschreven
door een van de mannen die daartoe het
best in staat waren, namelijk door brigadecommandant
Anthony Farrar-Hockley, zelf cen vooraanstaand, roemrucht
parachutistencommandant. Zijn verhaal
is enerzijds bijzonder gedetailleerd, anderzijds zeer levcndig verteld; bet is een
van de beste boeken van de hele serie.