Vier honderd jaar lang, van 1517 tot 1917 was
Israël een kolonie van het Turks-Ottomaanse Rijk. Tussen 1917 en 15 mei 1948 (onafhankelijkheid van Israël) was het gebied Brits mandaat. Onder de Turkse bezetting verkommerde en verdorde het land volkomen. In 1909 werd de eerste kibboets, Degania,
gesticht, waarna er nog vele honderden zullen volgen. Met hard labeur en de modernste irrigatietechnieken brachten de Joodse kibboetsim het door de vele bezetters
tijdens de voorbije 1800 jaar verwaarloosde land, de verschraalde grond terug in cultuur. Alleen al tussen 1933 en 1973 heeft de Keren Kayemeth Leisraël ruim 80 miljoen bomen op de woestijngronden van Israël laten planten.
In dit boekje beschrijft Dick Houwaart zijn ontmoetingen met Israëliers van allerlei landsaard en kleine gebeurtenissen, die het leven in Israël, van
een land tussen oorlog en vrede, zo boeiend maken. Hoe leven en werken de mensen in een land, dat zich al 25 jaar
in de geschiedenis voortbeweegt tussen oorlog en vrede? Dat is al
een wonder. Zoals veel wat in en met Israel gebeurt een wonder is.
Israël, het land waar mensen de grond kussen nadat zij er gearriveerd zijn. Een lange, diepgekoesterde wens is in vervulling gegaan.
Er zijn mensen die in Israël de belofte vervuld zien van een bijbelse
profetie. Er zijn mensen die Israël als een laatste haven van hun
leven beschouwen. En er zijn mensen, die Israël als een levensverzekering zien voor hun eigen leven elders.
Maar hoe men ook naar Israël ziet, met welke ogen men dit land
ook bekijkt, het zal ons tot in lengte van dagen boeien en bezig
houden. Zo leeft Israël bij het zilveren feest van zijn bestaan: dankbaar voor het verleden, schijnbaar onbevreesd voor de toekomst.
Vol zelfvertrouwen. Zo'n origineel boekje over Israël is er nog niet! Beschreven door
een journalist die het land meermalen voor een lange periode als
toerist bezocht.
Dick Houwaart, geboren in 1927, houdt zich al jaren bezig met de politiek, met de kerk en de school en met Israël. Gedurende tien jaar was
Houwaart voorzitter van de Anne Frankstichting, maar bovenal ontpopte hij zich als schrijver van vele boeken. Over parlementaire geschiedenis, voorlichting, maar de rode draad in zijn werk is toch het jodendom. En de Tweede Wereldoorlog. Van zijn hand verschijnen in vele
periodieken en tijdschriften talrijke lezenswaardige bijdragen, die uitmunten door helderheid en een frisse kijk op velerlei zaken. Dick Houwaart geniet
bekenheid door radio en televisiewerk, maar ook door de boeken, die de laatste jaren van hem zijn verschenen en die zonder uitzondering goed zijn
ontvangen. Wij noemen: Welbedankt; Partijen op het eerste gezicht; Politieke jaarboeken; Huilen heeft geen zin meer; Tussen kijken en spelen; Storm
rond partij en parlement; Journalistieke verkenningen door Israël.
Dick Houwaart, geen journalist en schrijver van joodse komaf, maar een ‘joodse schrijver/journalist’ over zestig jaar Bevrijding in mei 2005, kan geen
speciale gevoelens koesteren bij de festiviteiten rond zestig jaar bevrijding. Vijf mei heeft bij hem nog nooit een feestelijk gevoel opgeroepen:
"Daarvoor heb ik teveel verdriet gehad…" "
Ik haat alles wat ultrarechts is. Als ik zo’n jongen met een hakenkruis op de televisie zie,
denk ik: ‘Idioot die je bent! Je weet niet waarover je het hebt.’ Het mag misschien een enkeling zijn, maar dat was Hitler ook. Je hebt altijd mensen
die achter zo’n idioot aanlopen. Verbazingwekkend. De vergelijking gaat mank, maar als een stadion vol mensen André Hazes op de middenstip legt, dan
draait mijn hart om en moet ik bijna overgeven van ellende. Ik vind dat eng.”
De jeugdige nazi uit Venray heeft misschien invloed op pubers. Maar wat vindt Houwaart van Geert Wilders? “
Dat is iemand die hopelijk niet de Tweede Kamer
haalt bij de volgende verkiezingen, want die man heeft gewoon enge ideeën. Er zijn altijd wel rechtse figuren geweest. Maar Pim Fortuyn had op een
gegeven moment 25 zetels, en daar is nu niets meer van over. Ik maak me wel zorgen, maar ik hoop dat tenslotte het gezonde verstand zal zegevieren
en dat men op een bepaald moment weer voorbij gaat aan dit soort erupties van populisme. Je moet het bestrijden. Je hoeft niet aan het graf van
de democratie te staan, dus moet je er tegen vechten."