SS-Sturmbannführer Dr. Wilhelm Hoettl getuigt
Het tweede getuigenis waar eveneens sprake is van Zes Miljoen vermoorde Joden komt van SS-Sturmbannführer Dr. Wilhelm Hoettl, getuigenis dat eveneens
op het Neurenbergtribunaal als bewijs in het kader van de Jodenmoord werd geaccepteerd. Deze Oostenrijkse SS-kolonel behaalde in 1938 zijn doctoraat in geschiedenis aan de universiteit van Wenen. Tijdens
zijn studententijd wordt hij lid van de N.S.D.A.P., Hitlers politieke partij en treedt eveneens toe tot de SS. Van 1939 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog
in 1945 werkte hij haast zonder onderbreking op het R.S.H.A., de geheime dienst van de nazi's. In 1944 wordt Hoettl hoofd van de Duitse contraspionage voor
Centraal- en Zuidoost-Europa.
In maart 1944 wordt geheim agent Dr. Hoettl door zijn chef Heinrich Himmler naar Boedapest, hoofdstad van Hongarije, gezonden om daar Adolf Eichmann (afb. rechts: Eichmann in Jeruzalem, 1961) bij te staan met de deportatie
en uitroeiing van de Hongaarse Joodse gemeenschap, die tot dan toe van massale deportatie gespaard was gebleven. Hij wordt toegevoegd aan de Duitse ambassade in Boedapest en
wordt politiek adviseur van Hitlers ambassadeur SS-Brigadeführer Edmund Veesenmayer (1904-1977). Veesenmayer moet in die functie regelmatig te Berlijn,
meer bepaald bij de Chef van de RSHA Ernst Kaltenbrunner, verslag uitbrengen over het verloop van de deportaties van de Hongaarse Joden.
Zo kan Veesenmayer in een telegram van 15 juni 1944 aan Von Ribbentrop melden "dat tot op deze dag ongeveer 340.000 Joden aan het Rijk werden afgeleverd" [dass bis zu diesem Tag rund
340 000 Juden an das Reich abgeliefert worden seien.] Daarnaast stelde hij in het vooruitzicht "dat zonder noemenswaardige verkeersstoringen het aantal
deportaties van Joden tot einde juli 1944 kan verdubbeld worden" [dass ohne Verkehrsstörungen sich die Zahl der Deportationen von Juden
bis Ende Juli 1944 verdoppeln werden.] Veesenmayer kondigt verder aan "dat na de definitieve zuivering van de Jodenkwestie het getal van 900.000 gedeporteerde
Joden bereikt zal worden." [dass nach endgültiger Bereinigung der Judenfrage die Zahl von 900 000 deportierten Juden erreicht würde.]
Opmerkelijk in het getuigenis van Hoettl is dat Heinrich Himmler het helemaal niet eens was met dit opgegeven cijfer van Zes Miljoen en het er volgens hem veel meer
zouden zijn geweest: "Himmler was met dit verslag niet tevreden geweest, daar er volgens hem méér dan zes miljoen gedood moesten zijn. Himmler had
gezegd dat hij een medewerker van zijn bureau voor statistiek naar Eichmann zou sturen en dat deze met het materiaal van Eichmann als uitgangspunt wel een nieuw
verslag zou maken waaruit het juiste cijfer zou blijken."
Afb. links: SS-Sturmbannführer Dr. Wilhelm Hoettl (1915-1999)
Heinrich Himmler had namelijk voordien zelf een statistisch onderzoek laten uitvoeren door Dr. Richard Korherr, de chef van het Statistische Auffsicht im Dritten Reich (=het statistisch bureau van de SS). In dit document, het zogeheten 'Korherr-Bericht' van 23 maart 1943, dat pas ná het vonnis in Neurenberg in de archieven
van het Derde Rijk werd gevonden, wordt dit getal van Zes Miljoen niet alleen bevestigd, maar blijkt het zelfs nog aan de lage kant te zijn. De balans
van de Endlösung, gedateerd op 31 december 1942, bedroeg toen al ongeveer 4,5 miljoen doden. De holocaust moest dan nog 2 1/2 jaar in alle hevigheid verder doorgaan... Zie op Verzet.org: Korherr Rapport[1]: 'het Europese Jodendom op 31 dec. 1942 nagenoeg gehalveerd'
Léon Poliakov die in zijn gekende boek Het Derde Rijk en de Joden. Documenten en getuigenissen,
een uitgebreide studie publiceerde omtrent de eindbalans van de Endlösung, komt eveneens aan een hoger cijfer uit op basis van het werk dat beroepsstatistici hebben
uitgevoerd aan de hand van deze rapporten die op bevel van Heinrich Himmler werden opgesteld.
Léon Poliakov [blz. 238 in 'Das Dritte Reich und die Juden']: "In de jaren tussen 1939 en 1945 was er natuurlijk bij de Joden sprake van een enorme daling van het
geboortecijfer. Het sterftecijfer was door alle mogelijke ontberingen enorm hoog en ook de kinderen vielen grotendeels aan de `uitroeiing' ten offer. Alleen de sterkste
mannen hadden een kans in leven te blijven. Wanneer men ook hiermee nog rekening houdt, is het zeer zeker mogelijk dat het feitelijke verlies aan mensenlevens van
1933 tot 1945 acht miljoen bedraagt. Er zijn dan ook beroepsstatistici die op dit standpunt staan." [In den Jahren 1939 bis 1945 hatte das Judentum begreiflicherweise einen enormen Geburtenrückgang zu verzeichnen. Die Sterblichkeitsziffer
war durch Entbehrungen aller Art überhoch, und auch die Kinder fielen großtenteils der „Ausrottung" vollkommen zum Opfer. Nur die kräftigsten Männer hatten
Aussicht, am Leben zu bleiben. Zieht man auch all dieses noch in Betracht, so ist ec absolut möglich, daß sich die tatsächlichen Verluste des Judentums von
1933 bis 1945 auf 8 Millionen belaufen. Audi berufsmäßige Statistiker stehen absolut auf diesem Standpunkt.]
Zo is er tot op heden te weinig bekend omtrent het aantal Joden die door de Einsatzgruppen achter het oprukkende Oostfront werden gemaakt. In aanmerking genomen
dat complete bevolkingsregisters in het bezette deel van Rusland, Wit-Rusland en de Oekraïne werden verbrand of vernietigd blijft het een hele klus om er achter
te komen hoeveel Joden er werkelijk leefden in Oost-Europa vóór 22 juni 1941 (de inval in Rusland, 'Operatie Barbarossa') en hoeveel van hen de genocide
door de Einsatzgruppen hebben overleefd. In dat verband is vooral het recente onderzoekswerk van Pater Patrick Desbois in de Oekraïne baanbrekend
te noemen. Zie omtrent het werk van Père Patrick Desbois: La Shoah par balles
Vreemd genoeg zal SS-Sturmbannführer Dr. Wilhelm Hoettl aan vervolging ontkomen. Als geheimagent voor de RSHA had Hoettl kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog
in opdracht van SS-generaal Kaltenbrunner contact opgenomen met de Amerikaanse geheime dienst, de zogeheten Counter Intelligence Corps (CIC), de rechtstreekse voorloper van de huidige CIA. Hij boodt hen informatie
aan over het volkomen fictieve bestaan van een zogenaamde 'Alpenfestung' (Alpenvesting). Als tegenprestatie moesten de Amerikanen er dan voor zorgen dat Oostenrijkse
nationaal-socialistische misdadigers (waaronder dus ook de Oostenrijkers Hoettl, Kaltenbrunner en Eichmann) gespaard zouden worden van vervolging. De CIC recruteerde
kort na de oorlog onder de Duitse Abwehr-agenten en hoge SS-officieren om te spioneren tegen de communistische dreiging die uitging van Sovjet-Unie.
Een ander gekend en gelijkaardig voorbeeld hoe de Amerikanen voormalige SS-topfunctionarissen opvisten voor hun spionagedienst is dat van Klaus Barbie,
de Slager van Lyon', die van 1947 tot 1951 eveneens zal opereren voor de Counter Intelligence Corps (CIC) in Duitsland in de strijd tegen de communisten.
Later kon Barbie met de hulp van het CIC in 1951 naar Bolivia ontkomen en leefde rijkelijk en ongestoord verder als officier van de Boliviaanse geheime dienst
in de hoofdstad La Paz. In 1972 werd hij daar opgespoord door de nazi-jagers Serge en Beate Klarsfeld. De uitleveringsprocedure zal nog tot 1983 aanslepen vooraleer Barbie werd uitgeleverd aan Frankrijk en uiteindelijk
in 1987 voor de rechter werd gebracht. Klaus Barbie werd tot levenslange hechtenis veroordeeld en overleed aan kanker op 25 september 1991 in de gevangenis van Lyon.
In 1950 liet de Amerikaanse CIC Wilhelm Hoettl vallen. Zij beschreven hem als 'een notoire leugenaar met vervalste informatie van de geheime dienst'. De Amerikanen
waren niet op zijn eisen ingegaan, arresteerden Hoettl en brachten hem over naar de gevangenis van Neurenberg waar hij tot 1947 zal opgesloten blijven. Voor het
Neurenbergtribunaal legde hij zijn beruchte getuigenis af. Nadien zal Hoettl verder buiten vervolging blijven. Sinds zijn getuigenis staat Hoettl op de zwarte lijst
van negationisten en neo-nazi's. Hij zal voor de rest van zijn leven voor de pers blijven weigeren uitleg te verschaffen over zijn getuigenis van toen uit angst voor
represailles. Journalisten die hem eind jaren tachtig van vorige eeuw interviewden lichtten zijn cameravrees als volgt toe: 'De reden is niet dat hij schrik heeft dat hij zou worden gecomprommiteerd worden omtrent
zijn rol in het Derde Rijk. Nee, de oude SS-man is gewoon bang. Bang van alle Duitse neo-nazi's, die hem als een verrader beschouwen sinds zijn getuigenis
voor het Neurenbergtribunaal en bedreigen hem sindsdien al jarenlang met obscene brieven en postkaarten.'
In 1952 stichtte Hoettl in Bad Aussee een privaat gymnasium en volwassenenschool. In 1980 ging zijn school op de klippen en werd zij door de provincie Steiermark overgenomen.
In de zomer van 1995 werd Hoettl door Josef Krainer van de extreemrechtse Österreichische Volkspartei (ÖVP) met het Gouden Kruis van Verdienste in Steiermark onderscheiden.
De ÖVP ging in 1989 een coalitie aan met de de FPÖ van Jörg Haider die zoals verwacht verkozen werd tot goeverneur van de Oostenrijkse provincie Karinthië. Ook meer recent in
2000 hernieuwden de ÖVP en de FPÖ hun coalitie. SS-Sturmbannführer Dr. Wilhelm Hoettl overleed in 1999 op 84-jarige leeftijd zonder zich ooit te hoeven verantwoorden
voor zijn oorlogsmisdaden...