|
Pagina 1 van 6

Afb. hierboven: KZ Mauthausen nabij Linz in de Ostmark (Oostenrijk), 6 mei 1945. Bevrijde gevangenen in het
concentratiekamp van Mauthausen geven een warm welkom aan de Amerikaanse soldaten van de 11de Gewapende Divisie. Boven de ingang van het kamp werd door een aantal
Spaanse republikeinen, die na de nederlaag op het einde van de Spaanse Burgeroorlog door de nazi's werden geïnterneerd, een spandoek opgehangen met de leuze: "De Spaanse anti-fascisten
begroeten hun bevrijders"
Introductie
In zijn beëdigde verklaring van 26 november 1945 (Neurenbergtribunaal Document PS 2738) getuigde Dr. Wilhelm Hoettl
omtrent de dodentol die de jacht op de Joden door de nazi's had opgeleverd. Eind augustus 1944 had Adolf Eichmann, de organisator van de
deportaties en 'de man die de treinen deed rollen', aan Hoettl in vertrouwen medegedeeld dat ".. in de diverse vernietigingskampen circa vier miljoen Joden waren omgekomen. Twee miljoen hadden op
andere wijze de dood gevonden; het grootste deel daarvan was door de Einsatzkommando's der SD tijdens de veldtocht tegen Rusland doodgeschoten." Hoettl
getuigde verder in Neurenberg dat "... Himmler met dit verslag niet tevreden was, daar er volgens hem méér dan zes miljoen gedood moesten zijn. Himmler had gezegd dat hij een medewerker van zijn bureau voor
statistiek naar Eichmann zou sturen en dat deze met het materiaal van Eichmann als uitgangspunt wel een nieuw verslag zou maken waaruit het juiste
cijfer zou blijken."
SS-Reichsführer Heinrich Himmler beschikte namelijk over eigen cijfermateriaal en was op basis van zijn eigen rapporten en verslagen het helemaal niet
eens met Eichmann. Himmler had namelijk al op 18 januari 1943 Dr. Richard Korherr, de chef van het Statistische Auffsicht im Dritten Reich
(=het statistisch bureau van de SS), opgedragen om een onderzoek uit te voeren om na te gaan hoever het stond met de uitroeiing van het Europese Jodendom. In dit document, het zogeheten 'Korherr-Bericht'
van 23 maart 1943, dat pas ná het vonnis in Neurenberg in de archieven van het Derde Rijk werd gevonden, bedroeg de balans van de Endlösung op 31 december 1942[!] toen
al ca. 4,5 miljoen doden. De holocaust zal dan nog 2 1/2 jaar lang in alle hevigheid verder blijven toenemen... Het ruim zestien bladzijden tellende rapport kreeg nog een vervolg
wanneer Himler zijn statisticus Dr. Korherr verzocht om een beknopter versie uit te schrijven die op 19 april 1943 werd uitgebracht en waarin de stand van zaken van
het eerste kwartaal van 1943 eveneens in werd verwerkt.
In zijn rapport berekende Dr. Korherr dat sinds de nazi's aan de macht kwamen in januari 1933 tot eind december 1942 vier miljoen Joden uit Europa werden 'verwijderd' ofte
'durchgeschleust'), van wie 1.5 miljoen naar elders waren vertrokken en 2.454.000 Joden door de Einsatzgruppen of in de vernietigingskampen werden gedood ('durchgeschleust' - 'Sonderbehandlung'). Korherr stippelde aan dat deze cijfers maar een voorlopige balans waren en wellicht
een onderschatting, vermits in de cijfers niet de doden waren opgenomen die waren omgekomen onder de harde leefomstandigheden in de getto's en in de
concentratiekampen. Korherr besloot zijn rapport: "Alles samen genomen moet het Europese Jodendom, sinds 1933 en dat tijdens het eerste
decennium onder het Nationaal-socialistische bewind, nagenoeg met de helft verminderd zijn." ["Insgesamt dürfte das europäische Judentum seit 1933, also im ersten
Jahrzehnt der nationalsozialistischen deutschen Machtentfaltung, bald die Hälfte seines Bestandes verloren haben."]
Himmler wilde met dit soort rapporten en verslagen over de Endlösung van de Jodenkwestie indruk maken op zijn Führer Adolf Hitler omtrent de vooruitgang die hij tot
dan toe had gemaakt. Echter, tot zijn ontsteltenis, moest hij het Korherr-Bericht achter laten bij Reichsleiter Martin Bormann, de secretaris van de Führer. Het werd hem door Bormann
teruggezonden met de opmerking dat hij het rapport in zijn huidige vorm niet kon overhandigen aan Hitler. De uitdrukkingen 'liquidatie' en 'Sonderbehandlung' (speciale
behandeling) moesten vervangen worden. Himmler maakte Dr. Korherr er op attent dat 'Sonderbehandlung', een door de SS veelvuldig gebruikt eufemisme voor moord en
uitroeiing, moest weglaten en verzocht hem het te vervangen door 'durchgeschleust' (doorgesluisd of doorgelaten) wat ook gebeurde... Zelfs nadat deze wijzigingen
in het rapport werden aangebracht door Dr. Korherr, bleef Bormann het moment om het rapport aan Hitler af te geven uitstellen. Bormann wist natuurlijk dat de Führer
wilde dat de Joden werden uitgeroeid maar officieel en ogenschijnlijk gebeurde dit zonder zijn medeweten.
Himmler bleek erg opgezet te zijn met dit rapport en schreef op 9 april 1943 een brief aan de Chef van de SIPO en SD dat hij het rapport van Dr. Korherr uitstekend
vond, ook en vooral omdat het later perfect als camouflage van de genocide kon dienen. Immers, nergens in het rapport worden expliciet de termen 'gedoden' of 'vermoorden' vermeld, maar enkel
dat de Joden werden 'durchgeschleust nach Osten'. Met de sterk verhullende uitdrukkingen "Evakuierungen... einschl. Sonderbehandlung" wist uiteraard iedereen,
die bij de Endlösung betrokken was, welk lot de Joden wachtte, maar moord en doodslag mochten hoedanook nergens op papier worden vermeld. Die camouflagetruuk van de verhulling moedigt veelvuldige manipulatie en interpretatie aan, wat uiteraard de bedoeling van de nazi's was, en werkt duidelijk
nog steeds prima in de handen van negationisten en neonazi's.
Tot op heden maken zij er handig gebruik van om de Jodenmoord te ontkennen waarvan het instrument
van de verhulling hen met voorbedachte rade door de SS werd aangereikt en dat, in de tijd dat de genocide plaatsgreep, reeds overal en in de meeste documenten werd
aangewend. Want, vermits moord nergens expliciet op papier staat en er tot op heden nog steeds
geen schriftelijk bevel werd gevonden waarin letterlijk bevolen wordt om de Europese Joden te vermoorden, is het allemaal niet en nooit gebeurd. Alleen negationisten
en neo-nazi's dringen nog aan op het voorleggen van dergelijk bevel als het ultieme bewijs van de judeocide. Ernstige wetenschappers en èchte historici, die duizenden
documenten en honderden verslagen van ooggetuigen hebben bestudeerd, hoeven al lang niet meer overtuigd te worden van het bestaan van gaskamers, vernietigingskampen
en van de moord op wellicht het onderschatte aantal van zes miljoen vermoorde Joden. De bewijzen daarvan zijn zo verpletterend en zo omvangrijk dat elk debat
daaromtrent reeds lang totaal overbodig is. Echter, als dat Führerbevelschrift tot Jodenmoord al ooit zou bestaan hebben en alsnog ooit zou opduiken, zullen de
negationisten van de wereld ongetwijfeld andermaal paraat zijn om dit bevelschrift als een vervalsing af te doen [sic]
|