In de nadagen van het Derde Rijk komen twee jonge broers recht tegenover elkaar te staan. Peter heeft de kant van zijn vader gekozen en is bij de
Hitler-Jugend gegaan, maar Paul is lid geworden van de zogenaamde
Edelweiss-Piraten, een anti-nazistische club. De niet aflatende strijd
tussen deze twee groepen speelt zich af in de ruines van het gebombardeerde Keulen; waar door de oorlog uit elkaar gerukte families voortdurend in angst
leven voor de steeds meedogenlozer optredende Gestapo.
Edelweiss Pirates is een waar gebeurd verhaal over moed en menselijke waardigheid in moeilijke
tijden.
Met in de hoofdrollen: Ivan Stebunov, Bela B. Felsenheimer, Jochen Nickel, Anna Thalbach,
Jan Decleir, Simon Taal, Jean Jülich, Florian
Wilken e.a.
Afbeelding hiernaast: Barthel Schink - Edelweiss Piraat. Geëxecuteerd op 16-jarige leeftijd door de nazi's
Filmbespreking DVD Info
Edelweiss Pirates:
Ze noemden zich de Edelweiss Piraten en ze staken een speldje met een edelweissbloem op de revers van hun jas. Ze waren met duizenden, jongeren tussen 15 en 16 jaar oud, meestal niet-politiek geëngageerd, en ze zetten zich af tegen het militaristische karakter van de Hitler Jugend. Ze vermeden contacten met het totalitaire regime en hielden zich op in de smeulende ruïnes van de binnensteden in het Ruhrgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1972 werden ze door de staat Israël geëerd als Helden Aller Volkeren voor de moed en de overtuiging waarmee ze het nazi-gedachtegoed bestreden, want in tegenstelling tot wat algemeen aanvaard wordt bij ons en in het voormalige West-Duitsland, was er wel degelijk een alternatief voor lijdzaam toezien en stilzwijgend ondergaan. Het betekende evenwel een leven in de rand van een gevaarlijke en intolerante maatschappij en de meeste edelweissleden zouden de oorlog dan ook niet overleven. Pas in 2003 erkende de Duitse staat de Edelweiss Piraten als weerstandsstrijders, maar volgens één overlevende, Jean Jülich, die gestalte geeft aan hoofdfiguur Karl in de film, stonden de namen van zijn vrienden nog tot lang na de nazi-periode op de lijst van kleine kriminelen.
Halfweg de Tweede Wereldoorlog is Keulen een compleet verwoeste stad. De meeste inwoners zijn weggetrokken en tussen het puin, het schroot en de niet ontplofte
scherpgestelde geallieerde bommen proberen de blijvers zo goed als mogelijk te overleven. Onder hen bevinden zich zo'n 3000 niet-georganiseerde jongeren die zich
tegen de algemene gang van zaken keren. In kleine groepen zwerven ze door de stad en kalken hun frustraties in witte avant-gardistische graffitislogans op de muren
van verlaten fabrieken en kantoorgebouwen, als een provocatie tegen de Gestapo en de knokploegen van de Hitler Jugend waarmee ze regelmatig hardhandig op de vuist
gaan. Karl (Ivan Stebunov) en Peter Ripke (Simon Taal), twee broers, de ene een doorwinterde edelweisspiraat, de andere jonger en groener en lid van de Hitler Jugend
omdat zijn vader aan het front is en voor dezelfde zaak strijd, proberen samen in de resten van hun geboortehuis te overleven. Wanneer ze elk een brief krijgen van hun
vader en nadien het bericht dat hij ondertussen is overleden, bedankt Peter teleurgesteld voor het lidmaatschap van de HJ en sluit zich aan bij de vrienden van zijn
broer. Tijdens een schermutseling redden ze de gewonde Hans Steinbrück Bela B. Felsenheimer), een voormalig KZ-slachtoffer, weerstandsfiguur, nazi-hater en gedwongen
ontmijner bij de Gestapo. Ze brengen Bomber-Hans onder bij Karls schoonzusje Cilly Serve (Anna Thalbach) en haar twee kleine kinderen.
De nieuwkomer ziet hoe de jongens hele dagen werkloos op straat rondhangen en verwijt ze doelloosheid. Als oudste neemt hij de leiding en stelt voor om een aanslag te plegen op het hoofdkwartier van de Gestapo. Als de Gestapo lont ruikt worden alle Edelweisspiraten opgepakt en gefolterd. Alleen Karl en Hans weten aan de razzia te ontsnappen. Om de huid van zijn broer Peter te redden, besluit Karl zijn makker Hans Steinbrück te verraden. Peter, die Hans inmiddels als een ersatz-vaderfiguur beschouwt, weigert het spelletje van Gestapobeul Joseph Hoegen (Jochen Nickel) mee te spelen. Net als de andere leden van de edelweisspiratengroep zal hij een paar dagen later de strop krijgen.

Edelweiss Pirates is een verhaal in de stijl van Sophie Scholl, Die Letzten Tage, over een groep jongemannen in een oorlogssituatie, in dit geval uit een arbeidersmilieu en met weinig opleiding, jeugdige rebellen met een vage drang om de dingen te veranderen, zich verzettend tegen maatschappij en overheid, maar tegelijk altijd bezig met gewoon te overleven. De Edelweiss Piraten waren een intuïtief en emotioneel samenraapsel van gelijkgestemde jongeren in volle puberteit en dus opstandig tegen ouders en gezag, jonge mensen die een belangrijke periode in hun leven zagen verloren gaan voor de zgn. goede zaak des vaderlands, maar vaststelden dat er één en ander mis ging in hun land met een geterroriseerde bevolking en rijke Duitse steden herschapen tot puinhopen. Van georganiseerde weerstand was er geen sprake. Geïsoleerde groepen pleegden wel regelmatig aanslagen op voedsel- en goederenkonvooien, verstopten joden en tegenstanders van het regime, vermoordden collaborateurs en waren betrokken bij sabotage-acties, maar nooit was er een overkoepelende hiërarchische structuur, nooit was er sprake van een theoretisch onderbouwd politiekpamflet en/of een duidelijk gestructureerd actieplan. Na de oorlog was het dan ook moeilijk om de nieuwe politieke kaste te overtuigen van het belang van hun acties die ze in verdeelde slagorde uitvoerden. Voor het verstoppen van joden werden ze door Israël in het begin van de jaren '70 geëerd. Duitsland deed er nog 30 jaar over om z'n Edelweiss Piraten als een – misschien licht anarchistisch, maar in elk geval anti-nazistisch - lichtpunt te erkennen in de zwartste periode uit de vaderlandse geschiedenis.
Onze eigen
Jan Decleir – in de Duitse pers gemakkelijkheidshalve
ein Holländer genoemd - is Gestapochef Ferdinand Kütter, de rustige maar geniepige nazi die tijdens één van de folteringen zelf de matrak hanteert om een opgepakte verzetsman tot snelle bekentenissen te dwingen. Het fragment is zo waar de gewelddadigste sequentie in de hele film. Decleirs rol is eerder beperkt, niettemin weet hij de figuur van het nazikopstuk met weinig middelen perfect te karakteriseren als een minzaam en tegelijk onverbiddelijk misdadiger.
Over de geschiedenis van de Edelweiss Piraten:
Jeugdverzet in Duitsland tegen Hitler: Edelweiss Piraten: 'met in de ene hand een gitaar en in de andere een karabijn', door
Bert Bakkenes