|
Israël in het geweer (Jan P. de Graaf en Robbert Keegel) |
|
|
|
|
Friday 18 July 2008 |
 |
Titel Israël in het geweer
Auteur Jan P. de Graaf en Robbert Keegel
Uitgeverij © Uitgeverij N.V. Het Parool, Amsterdam; 1967; 256 bladzijden
ISBN D/1967 - Actuele Parool-pocketserie 3
|
Synopsis
Afbeelding hiernaast: De nieuwe grenzen na het staakt het vuren sinds het beëindigen van de Zesdaagse Oorlog. Israël gaf in de jaren die volgden ongeveer
94 % van de door haar veroverde gebieden tijdens deze defensieve oorlog, weer terug aan haar Arabische buren. Dit demonstreert de bereidheid
van Israël om via territoriale toegevingen tot een compromis te komen.
Tussen 5 en 10 juni 1967 brak in het Midden-Oosten het zoveelste conflict uit tussen Israël en de Arabische buurstaten Egypte, Jordanië en Syrië. De directe aanleiding tot het opnieuw
uitbreken van dit gewapend conflict was ditmaal de afsluiting van de Straat van Tiran. Deze straat is de enige toegang tot de Golf van Akaba (of van Eilat zoals
de Israëli's zeggen) en alleen via deze Golf is de zuidelijkste Israëlische haven, Eilat te bereiken. Sedert Israel als direct resultaat van de Sinai-campagne
van 1956 de vrije doorvaart langs de Straat van Tiran had verkregen, heeft het altijd gezegd dat een nieuwe blokkade van Akaba een 'casus belli' zou vormen,
een regelrechte bedreiging van Israëls welzijn.
Het afsluiten van de Straat van Tiran was dus de aanleiding. Niet alleen de redcn voor het uitbreken van de oorlog. Alle Arabische staatshoofden die zichzelf
respecteerden en - vooral - door hun onderdanen gerespecteerd wilden worden-, hadden sinds de roemruchte Israëlische overwinning van 1948-1949 om het hardst
geroepen dat de staat Israël vernietigd diende te worden.
Nadat er in 1956 weer een Arabiseh leger. het Egyptische, roemloos ten onder was gegaan tegen de kennelijk superieure Israëlische strijdkrachten, werd deze
haatcampagne sterker en sterker. De Egyptische president Gamal Abdel Nasser heeft in het koor van Israël-vijanden steeds de eerste stem
gezongen. Toch waren er sedert de Sinai-campagne (waarschijnlijk juist dankzij de Sinai-campagne) aan de Egyptisch-Israëlische grens eigenlijk geen
incidenten van betekenis meer gemeld.
De Egyptische rol werd, althans wat grensincidenten en snelle terroristenacties betreft, vrijwel geheel overgenomen door Syrië. Syrië legde de Palestijnse
terreur-organisaties El Fatah en El Asefa geen haarbreed in de weg, integendeel. Deze organisaties pleegden het afgelopen jaar steeds vaker overvallen
op Israëlische grensdorpen en kibboetsen.
Op 17 mei 1967 eiste Egyptisch president Nasser dat de VN-veiligheidstroepen worden weggehaald die gestationeerd waren aan de Golf van Akaba. Twee dagen
later geeft de VN bij monde van VN-secretarist-generaal Oe Thant toe aan de Egyptische eisen en besluit om de 3.378 man VN-troepen weg te halen. Diezelfde
dag nog (19 mei '67) wordt de VN-vlag in Eretz waar zich het VN-hoofdkantoor bevind in de Gazastrook, gestreken. De VN-soldaten druipen af en hun plaatsen
worden ingenomen door eenheden van de PLO. Tot daar de 'neutrale objectieve bemiddelingsrol' van uw VN. Veertien dagen later, na een nieuwe reeks Arabische
provocaties en terroristische bomaanslagen op Israëlische dorpen, steden en personen, breekt op 5 juni '67 de hel los.
Rond 10 juni had Israël haar laatste offensief beëindigd door de Golanhoogte op Syrië te veroveren. De volgende dag werd een wapenstilstandsovereenkomst
getekend. Israël had ook de Gazastrook ingenomen, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeruzalem) en de Golanhoogten.
Van de ongeveer 1 miljoen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever vluchtten er 300.000 naar Jordanië. De overige 600.000 bleven.
Op 22 november 1967 nam de VN Veiligheidsraad resolutie 242 aan, de 'grondgebied-in-ruil-voor-vrede'-formule, waarin Israël werd opgeroepen tot het
zich terugtrekken van de in 1967 veroverde gebieden in ruil voor een einde aan alle 'vijandelijkheden'. Israël gaf in de jaren die volgden ongeveer 94% van alle door haar
bezette gebieden terug aan die landen die instemden met Resolutie 242, voor zover aan 'grondgebied-in-ruil-voor-vrede'-formule werd voldaan.
Egypte deed dat 26 maart 1979 en Jordanië op 26 oktober 1994. Tot dan hadden ze continu oorlog gevoerd jegens Israël inclusief de Yom Kippoeroorlog van 1973.
Robbert Keegel in zijn boek 'Israël in het geweer' (blz 236) uit 1967: "Het vluchtelingenprobleem is niet de oorzaak van de spanning tussen lsraël en
de Arabieren, doch slechts een symptoom ervan. Als bij wijze van spreken morgen de vluchtelingenkwestie uit de wereld zijn geholpen, dan zou de vijandigheid
van de Arabieren jegens de Joodse staat onverminderd blijven voortbestaan. De oorzaak van die vijandigheid is de afkeer van het vreemde element dat in 1948
in de Arabische wereld werd geplaatst. Israël is een met westerse efficiëntie opgebouwde staat. Het heeft bij monde van zijn voornaamste leiders herhaaldelijk
gezegd dat het slechts in vrede met zijn Arabische omgeving wil leven en dat Israëls vooruitgang ook de Arabische wereld ten goede zal komen. Natuurlijk is
dat volkomen juist, maar het wordt eenvoudig niet door de Arabieren, en met name de Arabische nationalisten, geaccepteerd. Men wil geen vruchten aanvaarden
van de vooruitgang van een staat, die als een verlengstuk van het westerse imperialisme wordt beschouwd."
|
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 14 September 2008 )
|