|
Congo Made in Flanders? Koloniale Vlaamse visies op 'blank' en 'zwart' in Belgisch Congo (Ceuppens) |
|
|
|
|
Saturday 13 September 2008 |
 |
Titel Congo Made in Flanders? Koloniale Vlaamse visies op 'blank' en 'zwart' in Belgisch Congo
Auteur Bambi Ceuppens
Uitgeverij © Academia Press, Gent; 2003; 856 bladzijden; b-p
ISBN 90 382 0389 6
|
Synopsis
Dit boek levert een aanzet tot het in kaart brengen van de Vlaamse gemeenschap in
Belgisch Congo na de Tweede Wereldoorlog. In het eerste deel staat vooral de invloed
van Vlaamsgezindheid op Congolese culturen, etniciteiten en talen centraal. Om die vraag
te duiden wordt ook aandacht besteed aan de plaats die koloniale Vlamingen zichzelf
toedachten in de biraciale maatschappij die Belgiseh Congo grotendeels was.
In het tweede deel van het boek wordt de aandacht verschoven naar het post-koloniale
Vlaanderen. Tijdens de koloniale periode dachten Nederlandstaligen dat zij minder
racistisch waren tegenover Congolezen dan Franstaligen. In het post-koloniale Belgie
hoort men vaak beweren dat Nederlandstaligen racistischer zijn dan Franstaligen, hoewel
als voorwerp van dat racisme eerder moslimimmigranten en hun afstammelingen worden
vernoemd dan Congolezen. Het boek analyseert racisme als een meervoudig, complex
fenomeen in relatie met de verschillende politieke en economische machtsverhoudingen
in het koloniale Congo en het post-koloniale Vlaanderen.
De tragiek van het paternalisme (Recensie – leesidee nr 9/2003 – door Chris Bulcaen)
Paternalisme is niet het onderwerk van deze studie maar blijft wel het voornaamste
probleem in de analyse van het verband tussen Vlaamsgezindheid en kolonialisme. Het
was Bambi Ceuppens opgevallen dat vele prominente Vlaamse kolonialen betrokken
waren bij de Vlaamse beweging, hoewel dat in de geschiedschrijving erover nauwelijks
aan bod komt. Ze vroeg zich af of er soms een bijzondere Vlaamsgezinde koloniale visie
was – iets waar sommigen op lijken te duiden wanneer ze stellen dat de Vlaamse
kolonialen veel dichter bij de Congolezen stonden (en minder racistisch waren) dan de
Franstaligen. Na analyse van een grote hoeveelheid teksten en interviews met een aantal
Vlaamse kolonialen, argumenteert Ceuppens dat er geen specifiek Vlaamsgezinde
koloniale visie was maar dat het koloniale vertoog van Vlaamse en Vlaamsgezinde
kolonialen gesitueerd moet worden in het bredere koloniale discours waar het zich niet
van afzet, en bijgevolg niet zomaar gelijkgeschakeld kan worden met de retoriek van de
Vlaamse beweging in België.
De “unieke culturele configuratie” van de koloniale
Vlaamse gemeenschap manifesteert zich pas na de Tweede Wereldoorlog en dan nog
vooral op het vlak met de Vlaamse Vriendenkringen en het tijdschrift “Band”. Die
beperking tot het culturele is een gevolg van de afwezigheid van politieke rechten voor
kolonialen in Belgisch Congo (o.m. geen stemrecht). De koloniale Vlaamse
gemeenschap wist wel enkele (taal)rechten voor zichzelf af te dwingen, maar kwesties
zoals de taalstrijd en onderwijs waren onderwerp van een intern discours onder de
kolonialen. De overgrote meerderheid van de Vlamingen en Vlaamsgezinden
bekommerden zich net als de Franstaligen om prestige en gezag, orde en zuiverheid, en
het fundamentele verschil met de Afrikaanse bevolking, kortom het koloniale belang.
Wel maakten ze gebruik van de terminologie en ideeën van de Vlaamse beweging – bv.
De nadruk op culture waarden en gewoontes – om die structurele ongelijkheid te staven.
In een paar gevallen, waaronder de “Mongo-nationalisten” missionarissen Edmond
Boelaert en Gustaaf Hulstaert, werden die ideeën verder uitgewerkt tot een anti-koloniaal
pleidooi, d.w.z. een pleidooi tegen het toenmalige koloniale beleid en voor de
appreciatie van de inheemse culturen. Maar ook hun houding was, als gevolg van de
nadruk op missionering, paternalistisch. Ceuppens besteedt heel wat aandacht aan de
verschillende visies onder de Vlaamse Kolonialen, maar benadrukt toch steeds opnieuw
het gemeenschappelijke kolonialisme en paternalisme.
Ceuppens noemde de Belgische kolonie een onmiskenbaar systeem van apartheid
waarin de verhoudingen tussen Belgen en Congolezen op weliswaar verschillende, maar
allemaal fundamenteel paternalistische manieren ingevuld worden. Ze bespreekt eerst
de paternalistische houding in het vooroorlogse Katholieke Vlaanderen want de houding
van de burgerij tot de arbeidersklasse vertoont alle kenmerken van de verhoudingen
tussen Belgen en Congolezen. Die patronen worden getransporteerd naar de kolonie en
gebetonneerd in de economie, wetgeving en ideologie. Congolezen zijn per wet
‘onderdanen’ en geen ‘burgers’ (al moeten ze wel belastingen betalen) en kunnen zich
dus niet politiek emanciperen. ‘Onderdanigheid’ wordt van hen vereist in de
economische en sociale relaties - opvallend is de verwachting en zelfs de eis dat
Congolezen zich (ook vandaag nog) dankbaar zouden tonen voor alles wat de kolonisatie
hen bracht. Het paternalisme is uiteindelijk blind en daardoor tragisch: “koloniale
Belgen begrijpen niet dan ‘hun’ Congo niet van hen is, maar slechts een projectie op de
veelheid aan Congolese realiteiten die zich noch kennen noch begrijpen” – en Ceuppens
benadrukt hoe die tragiek ook vandaag nog geldt voor ex-kolonialen.
Het paternalisme
“ziet zichzelf ook niet” en reageert fel wanneer de Congolezen een eigen, afwijkende visie uiten, zich op allerlei wijzen verzetten en bepaalde rechten opeisen. ‘Opstandige’
reacties van Congolezen begrijpt, aanvaardt men niet: dr. Mottoule van Union Minière
vindt dat stakende arbeiders, van wie hij dacht dat ze zo gehoorzaam waren, maar
moeten neergeschoten worden; évolués worden door bijna alle Belgen beschimpt en
gewantrouwd; Lumumba is een ondankbare, gedrogeerde manipulator; de ‘brave’
Congolezen worden door buitenlanders opgestookt etc. Het koloniale project stelt dat
het de Congolezen wil ontwikkelen, maar ‘ontwikkelde’ Congolezen worden
systematisch bespot en klein gehouden. Het respect voor Congolezen en hun culturen
waarvoor sommigen, waaronder Vlamingen en Vlaamsgezinden, pleiten wordt
uiteindelijk ook ondergeschikt aan de belangen en privileges van de Belgen. Bij
uitbreiding onderstreept de auteur dat cultuurrelativisme en pleidooien voor
interculturele verschillende en diversiteit, toen en nu, vaak geuit worden om de eigen
superioriteit en belangen te vrijwaren.
Patronen van paternalisme en racisme vinden hun oorzaak in de politieke economie, in
de bij wet en ideologie onveranderlijke sociaal-economische verhoudingen tussen
koloniale heersers en Congolese onderdanen.
Bambi Ceuppens (1963) studeerde Afrikaanse Talen en Geschiedenis aan de
Universiteit Gent en Sociale en Culturele Antropologie aan de Katholieke Universiteit
Leuven. Zij heeft een PhD in Social Anthropology van de University of St Andrews
(Schotland). Zij doceerde aan de universiteiten van Edinburgh, Manchester en St Andrews
en is momenteel Postdoctoraal Navorser in de vakgroep Afrikaanse Talen en Culturen
van de Universiteit Gent. Haar essay "Onze Congo? Congolezen over de kolonisatie"
(2003) werd uitgegeven bij het Davidsfonds.
Kolonisatie en dekolonisatie van Afrika
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Livingstone: dwars door Afrika (B. Graafland)
• Jezuïeten in Kongo met Zwaard en Kruis (A. M. Delathuy)
• De Kongostaat van Leopold II 1876-1900 - Het verloren paradijs (A. M. Delathuy)
• E.D.Morel tegen Leopold II en de Kongo-Staat (A. M. Delathuy)
• In de Kongostaat. De geheime documentatie van de onderzoekscommissie (A. M. Delathuy)
• Missie en Staat in Oud-Kongo. Witte paters, scheutisten en jezuïeten 1880-1914 (A. M. Delathuy)
• De geest van Leopold II en de plundering van de Congo (Adam Hochschild)
• Leopold II & Kongo - Het evenaarsdistrict en het kroondomein 1885-1908 (Daniel Vangroenweghe)
• De teloorgang van een modelkolonie. Belgisch-Congo 1958-1960 (Zana Aziza Etambala)
• Congo Made in Flanders? Koloniale Vlaamse visies op 'blank' en 'zwart' in Belgisch Congo (Bambi Ceuppens)
• De kampen van Kongo. Arbeid, kapitaal en rasveredeling in de koloniale planning (Bruno De Meulder)
• Onze Kongo (Hilde Eynikel)
• Belgisch Kongo. De dekolonisatie van een kolonie (Ivo Schalbroeck)
• Congo 55/65. Van koning Boudewijn tot president Mobutu (Zana Aziza Etambala)
• Weg uit Congo. Het drama van de kolonialen (Peter Verlinden)
• Tien jaar revolutie in Kongo. De strijd van Patrice Lumumba en Pierre Mulele (Ludo Martens)
• Het Zaïre van Mobutu (Zana Etambala)
• Racisme en de Derde Wereld (Michel Leiris)
• Apartheid - Apartheid. Feiten en commentaren (A. Nuis)
• Explosief continent. Donker Afrika tegen het licht gehouden (G.B.J. Hiltermann en Frans van Houtert)
• Zuid-Afrika. Stormloop of Kaap de Goede Hoop? (Jacques Leguèbe)
• Suikerbossie. België en Zuidelijk Afrika (Walter de Bock, Jef Coeck, Paul Goossens, Maurice Mthombeni)
• De beknelde kleurling. Zuid-Afrika's vierstromenbeleid (Prof. Dr. J. Prins)
• Dekolonisatie van Afrika (K. L. Roskam)
• De wereld in zwart-wit. De geschiedenis van het racisme (Institute of Race Relations)
• Racisme donker kontinent: clichés, stereotiepen en fantaziebeelden over zwarten in België (red. Jean-Pierre Jacquemin)
• De geschiedenis van de APARTHEID (Brian Lapping)
• Operatie Mozes. De uittocht van de Ethiopische Joden (Tudor Parfitt)
• Belgische emigranten (Anne Morelli)
|
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 13 September 2008 )
|