|
De bijbel als mythe. Opgravingen vertellen een ander verhaal (Israel Finkelstein & Neil Silberman) |
|
|
|
|
Sunday 14 September 2008 |
 |
Titel De bijbel als mythe. Opgravingen vertellen een ander verhaal
Orig. The Bible unearthed - Archeology's New Vision o Ancient Israel and the Origin of Its Sacred Texts© The Free Press / Simon & Schuster, New York; 2001
Auteur Israel Finkelstein & Neil Asher Silberman
Uitgeverij © Uitgeverij Synnthese B.V., Den Haag; 2006, deze 3de druk uit 2007; 448 bladzijden
ISBN 978 90 6271 951 8
|
Synopsis
Zoekend naar het gelijk van de Bijbel vonden 2 Joodse archeologen een andere werkelijkheid. Finkelstein en Silberman vatten in dit boek het meest recente
archeologische onderzoek naar de oorsprong van de Bijbel samen. Ze laten het verhaal zien dat de stenen hen vertelden. Maar dat is wel een ander verhaal dan we
in het Oude Testament aantreffen.
Hun samenvatting gooit de geschiedenis van Israël overhoop. Ze leggen uit hoe de nakomelingen van koning David de geschiedenis herschreven uit politieke en ideologische
overwegingen. Die herschreven geschiedenis is ons als het Oude Testament overgeleverd. Maar de restanten van het verleden die in de bodem van het land Israël werden aangetrofen vertellen een ander verhaal.
Dit boek is een fascinerende samenvatting van het meest recente archeologisch onderzoek naar de Bijbel. De zakelijke stijl van de schrijvers, wars van enige sensatie, laat op heldere wijze zien hoe bijbelse fictie en historische werkelijkheid met elkaar verweven raakten. Op overtuigende wijze weten zij die twee aspecten van het Oude Testament zichtbaar te maken.
"Een doortastend en provocerend boek, goed wetenschappelijk onderbouwd, goed geschreven en voorzien van sterke argumenten. Het trekt veel vermoedens of veronderstellingen in twijfel en maakt de weg vrij naar nieuwe conclusies. Ik hoop dat christenen en joden op dezelfde manier willen nadenken om tot nieuwe inzichten te komen."
"Finkelstein en Silberman hebben op een zeer goed leesbare wijze aanspraak weten te maken op een vooruitstrevende positie in een van de meest controversiële gebieden van het huidige archeologisch onderzoek naar de Bijbel."
Bespreking Er zij licht: archeologie en het Oude Testament door Sarah Belle Dougherty. Bron: Theosofie.net / Sunrise
In een poging om ‘geschiedenis te scheiden van legende’ vertellen de auteurs over ‘de meest recente archeologische inzichten – die buiten wetenschappelijke kringen nog grotendeels onbekend zijn – niet alleen over wanneer de bijbel werd geschreven, maar ook over waarom dat gebeurde’, ontdekkingen die ‘de studie van het vroege Israël radicaal hebben veranderd en ernstige twijfel doen rijzen aan de historische basis van beroemde bijbelverhalen als de zwerftochten van de aartsvaders, de uittocht uit Egypte en de verovering van Kanaän, en het glorieuze rijk van David en Salomo’ (blz. 13-4). The Bible Unearthed bespreekt vrij gedetailleerd de aanwijzingen die deze aanspraken ondersteunen, en toont aan waarom, hoewel ‘geen enkele archeoloog kan ontkennen dat de bijbel legenden, personages en verhalenfragmenten bevat die ver teruggaan in de tijd, . . . de archeologie kan aantonen dat de Tora en de Deuteronomistische Geschiedenis onmiskenbaar kenmerken vertonen die erop duiden dat ze pas in de zevende eeuw voor onze jaartelling voor het eerst werden samengesteld’ (blz. 36).
De bijbel begint zijn verhaal over het joodse volk met de omzwervingen van de aartsvaders, te beginnen met Abraham. Te oordelen naar recente coverstory’s in tijdschriften zoals National Geographic en Time zou men kunnen denken dat Abraham onbetwist een historische figuur moet zijn. Men beweert dat hij een Babyloniër was, afkomstig uit Ur – dat nu in het zuiden van Irak ligt – en volgens Genesis ging Abraham in noordwestelijke richting naar Haran in het zuiden van Turkije, waar Gods stem hem gebood naar het zuiden, naar Kanaän te gaan. De bijbel voert alle naties van dat gebied terug op zijn familie. De Moabieten en de Ammonieten gaan terug op zijn neef Lot; de joden en zuidelijke Arabieren op respectievelijk Abrahams zonen Izaäk en Ismaël. Daarop volgen Izaäks zonen Esau – vader van de Edomieten en andere woestijnvolken – en Jakob; dan Jakobs twaalf zonen – ieder van hen heerste over één van de twaalf stammen van Israël. Eén zoon, Jozef, wordt als slaaf aan Egypte verkocht. Tijdens een hongersnood ontdekken de overgebleven familieleden die daar naartoe zijn gevlucht dat Jozef bij de farao in hoog aanzien is komen te staan. Na Jakobs dood blijven de kinderen van Israël in Egypte.
Welk archeologisch bewijs bestaat er met betrekking tot deze bijbelse figuren? Archeologen, van wie vele tot een kerk behoren, hebben intensief naar bewijzen over de historische aartsvaders gezocht omdat ze meenden dat tenzij deze mensen werkelijk hadden bestaan, hun eigen geloof op onwaarheid berustte. Hoewel de bijbel heel wat specifieke informatie bevat, heeft het zoeken geen resultaat opgeleverd. Tegenstrijdigheden in de details zijn van belang omdat zulke ‘specifieke verwijzingen in de tekst naar steden, buurvolken en bekende plaatsen precies die aspecten zijn die de verhalen over de aartsvaderen onderscheiden van geheel mythische volksverhalen. Ze zijn van wezenlijk belang om de tijd en de boodschap van de tekst te kunnen bepalen’ (blz. 52-3). Kamelen, bijvoorbeeld, werden in het Nabije Oosten tot de zevende eeuw v.Chr. niet algemeen als lastdieren gebruikt, en de Filistijnen hebben zich niet vóór de twaalfde eeuw in Kanaän gevestigd. Opgravingen op verscheidene locaties die in Genesis als belangrijk staan aangegeven tonen soms aan dat deze plaatsen in de vroege ijzertijd heel klein waren of niet bestonden, maar dat ze pas tegen het einde van de achtste en in de zevende eeuw nederzettingen van belang waren geworden.
|
|
|
Laatst geupdate op ( Friday 24 October 2008 )
|