Na de oorlog keerde het gezin Aubrac met hun drie kinderen terug naar Frankrijk. Niettegenstaande de oorlog voorbij was, bleven de Aubracs zich inzetten voor de
strijd voor recht en vrijheid. Ze bleven beiden actief in de Franse Communistische Partij en werkten rechstreeks voor de Franse afdeling van Amnesty International.
Ze namen het op voor de rechten van de immigranten en mensen-zonder-papieren en brachten voortdurend de strijd in Algerië en de laakbare houding van Frankrijk in
deze onder de aandacht van het grote publiek. Ook reisden ze jarenlang doorheen Frankrijk om in scholen en universiteiten lezingen te geven (zie afbeelding links)
over het verzet en de Jodenvervolging in Frankrijk tijdens de bezetting en onder het Vichyregime. Net zoals in België ondermeer
Regine Beer en Tobias Schiff
en in Nederland bijvoorbeeld pilotenhelper Bert Poels, net zo lang hun gezondheid en leeftijd
dat toelieten, bleven getuigen over hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Lucie Aubrac vatte haar houding simpelweg als volgt samen: "Verzet is niet enkel iets wat moet worden weggestoken in de periode 1939-1945. Verzet is een manier van
leven, een intellectuele en emotionele reactie tegenover gelijk wie of wat de menselijke vrijheid bedreigt. Vandaar dat het woord 'verzetten' altijd in de
tegenwoordige tijd zou moeten vervoegd worden."
Le mot résister doit toujours se conjuguer au présent. [..] La Résistance n'appartient pas au passé,
qu'il ne faut pas l'enfermer dans une période de cinq années, mais qu'elle est une histoire de tous les temps. On a résisté
avant 1940 et depuis 1945. Les hommes ont toujours cherché leur liberté, se sont toujours battus pour la gagner et la conserver. Nos jeunes vivent
aujourd'hui dans une société en mutation, ils sont confrontés à des problèmes économiques, à des injustices
sociales et à un avenir qui leur paraît bouché. Je leur montre que l'histoire humaine a connu bien des époques où l'avenir
semblait bouché et où il s'est ouvert parce que des gens l'ont aidé à s'ouvrir. Je pense que si nous présentons la
Résistance comme la décision prise par des êtres jeunes et vieux, des femmes et des hommes, de refuser l'injustice et l'oppression,
de lutter pour la liberté, nous leur ferons comprendre l'actualité de ce combat.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw en dat bijna veertig jaar na de Bevrijding van Frankrijk, was Frankrijk opnieuw in de ban van de Tweede Wereldoorlog. Met
name tijdens het beruchte Proces Klaus Barbie, de Slager van Lyon. Barbie was er namelijk ingeslaagd om met de hulp van de Amerikanen [?!] te ontkomen
aan vervolging. Vlak voordat Lyon ontzet werd door de Geallieerden, was Barbie net op tijd kunnen vluchten terug naar Duitsland. Sinds het einde van de oorlog was Barbie in Frankrijk tot tweemaal toe
bij verstek ter dood veroordeeld. Echter, het Amerikaanse Counter Intelligence Corps (CIC) achtte zijn kwaliteiten nuttig in de bestrijding van het communisme en
beschermde hem. Met de hulp van het CIC vluchtte hij in 1951 met zijn gezin naar Bolivia. Daar leefde hij jarenlang onder de schuilnaam
Klaus Altmann.
Afbeelding rechts: Klaus Barbie in 1987 tijdens zijn naoorlogs
proces te Lyon
Klaus Altmann - alias van Barbie - werd officieel staatsburger van Bolivia in 1957 en werd actief als ondervrager voor verschillende dictatoriale regimes. In 1972 werd
hij opgespoord door de nazi-jagers Serge en Beate Klarsfeld. De uitlevering van Barbie aan Frankrijk gebeurde niet onmiddellijk. Binnen de Franse regering bevonden
zich een aanzienlijk aantal collaborateurs die vreesden dat Barbie hen zou herkennen en in discrediet zouden brengen. Ook Bolivia wilde niet zonder meer afstand doen
van Barbie. In 1983 werd Klaus Barbie dan toch opgepakt in Bolivia en naar Frankrijk overgebracht.
Al voor de aanvang van het proces, liet Barbie doorschemeren dat hij tijdens zijn rechtzaak nieuwe feiten zou onthullen omtrent het Franse verzet tijdens de Tweede
Wereldoorlog. Hij zou het ondermeer hebben over de dood van Jean Moulin, waarvan hij beweerde dat toen Raymond Aubrac in maart 1943 werd opgepakt, hij informant
van de Gestapo werd en dat de verantwoordelijkheid van Moulins arrestatie (de Affaire Caluire werd weer opgerakeld) lag bij Raymond, die dan enkele maanden later
op 21 juni 1943 te Caluire tesamen met Moulin werd opgepakt. Aubrac zou in maart gezwicht zijn tijdens zijn ondervraging en informant zijn geworden voor Klaus Barbie en
in ruil daarvoor weer zijn vrijgelaten (ipv bevrijd te zijn door zijn vrouw Lucie). Op 11 mei 1987 begon het Proces Barbie. De rechters achten zijn beweringen niet
bewezen en veroordeelden hem tot levenslang wegens misdaden tegen de mensheid.
Wanneer Klaus Barbie op 25 september 1991 in de gevangenis van Lyon overleed aan leukemie lekte het zogenaamde 'Testament van Barbie' uit naar pers en publiek.
Andermaal werd Raymond Aubrac hierin beschuldigd van een informant van de Gestapo te zijn geweest. In 1997 publiceerde journalist Gérald Chauvy bij de Franse
Uitgeverij Albin Michel zijn boek 'Aubrac, Lyon 1943', waarin hij zogezegde bewijzen deponeerde die moesten aantonen dat Raymond Aubrac de verzetsleider
Jean Moulin had verraden aan de Gestapo en Klaus Barbie. De zaak deed in Frankrijk andermaal de emoties hoog oplaaien. Sommigen twijfelden aan het ontsnappingsverhaal
van Raymond en opperden dat Barbie de waarheid had verteld, namelijk dat Raymond een informant was geweest. Weer anderen argumenteerden dat het een vuile streek was
van Barbie om links in Frankrijk in discrediet te brengen. Rechtse partijen in Frankrijk zagen in deze affaire hun kans schoon om de Franse communisten een
smerige veeg uit de pan te geven.
Zoals steeds komt een ongeluk nooit alleen. Na een lange onwaardige polemiek en exploderende onverdraagzaamheid ter rechterzijde moest het uiteindelijk wel
tot een rechtzaak komen. In het voorjaar van 1998 kwam de
zaak voor het Franse Hooggerechtshof (Tribunal de Grande Instance) te Parijs. Op 2 april 1998 werden de historicus Gérard Chauvy en zijn uitgever Albin Michel
veroordeeld voor het publiekelijk verspreiden van smaad en laster ten nadele van de Aubracs. Wie dan meende dat de hetze voorbij zou zijn had het verkeerd voor. Beide
veroordeelden ging in beroep tegen de uitspraak. Extreemrechtse partijen, fascistische kopstukken en neo-nazi's bleven met modder gooien naar de Aubracs. Uiteindelijk
kwam er een nationaal appèl aan te pas om de gemoederen te bedaren. Emmanuel d’Astier de la Vigerie, de stichter van Libération, trok openlijk partij voor
«Madame Conscience» zoals Lucie Aubrac door de Fransen na de oorlog werd genoemd. In maart 2004 ondertekenden zeventien grote figuren uit het Franse verzet, waaronder
Georges Séguy, Jean-Pierre Vernant, Maurice Kriegel-Valrimont, Germaine Tillion, Georges Guingouin, Lise London, enz., een appèl tot de Franse natie waarin zij
de Aubracs vrijpleiten van alle blaam en opriepen om de moddercampagne te staken. In juni 2004 kwam de zaak eindelijk voor voor het Europese Hof voor de Rechten van
de Mens (EVRM) die het vonnis van het Franse Gerechtshof bevestigde en kwam er eindelijk een einde aan de moddercampagne.
In 1984 schreef Lucie haar memoires neer in Outwitting The Gestapo. Hun verhaal inspireerde filmregisseurs zoals Jean-Pierre Melville die in 1969
l’Armée des ombres uitbracht met in de hoofdrollen Simone Signoret, Lino Ventura en
Jean-Pierre Cassel. In 1992 gevolgd door Josée Yanne's Boulevard des Hirondelles
en in 1997 Claude Berri’s befaamde hit Lucie Aubrac, met Carole Bouquet en Daniel Auteuil in
de hoofdrollen. Lucie Aubrac, die na de oorlog werd beloond met de hoogste Franse onderscheiding - Grand officier de la Légion d’honneur - publiceerde
tevens een aantal boeken zoals Ils Partiront Dans L'Ivresse
in navolging van Claude Berri's kaskraker, in 1997 Cette exigeante liberté en in 2000 La Résistance expliquée à mes petits-enfants,
die herhaaldelijk opnieuw werden (en nog worden) uitgegeven.
Staatsbegrafenis voor Lucie Aubrac in 2007
Op 14 maart 2007 overleed de grote figuur uit 'la Résistance' Lucie Aubrac op 94-jarige leeftijd in het Zwitsers Hospitaal van Parijs te Issy-les-Moulineaux. Lucie kreeg
een staatsbegrafenis onder toezicht van de Franse president Jacques Chirac. Een week later werd zij in het Franse parlement herdacht met een hommage.
Jacques Chirac, President van de Franse Republiek op 21 maart 2007:
"Aujourd’hui, c’est au nom de toutes ces femmes, de tous ces hommes que nous rendons un hommage solennel à Lucie AUBRAC. Face à l’injustice, face à l’arbitraire,
elle a répondu par la rébellion et le courage. Face au déshonneur de l’Armistice et de Vichy, elle a répondu par un patriotisme inébranlable. Avec Lucie AUBRAC, c’est
une lumière rayonnante de la Résistance qui vient de s’éteindre. Résistance : ce mot marque l’une des pages les plus glorieuses de notre histoire. Pour en comprendre
tout le sens, pour en comprendre toute la réalité, évoquons Lucie AUBRAC, son courage, sa témérité extraordinaires. Lorsqu’en 1943 vous êtes emprisonné à la prison
de Montluc, cher Raymond AUBRAC, avec une audace inouïe, elle réussit à tromper le chef de la Gestapo de Lyon, le sinistre Klaus BARBIE. Elle organise votre évasion,
vous en transmet les plans. Pendant un transfert, à la tête d’un groupe franc, elle attaque le camion allemand. Vous êtes libre.
Combien de femmes, comme Lucie AUBRAC, sont en première ligne dans l’armée des ombres ? Elles hébergent les résistants, les parachutistes alliés. Elles jouent le
rôle d’agents de liaison. Elles éditent tracts et journaux. Elles collectent les renseignements. Elles participent à la lutte armée. Elles sauvent des enfants juifs,
prenant place parmi ces Justes de France auxquels la nation a rendu hommage au Panthéon. Et elles sont femmes. Elles portent et élèvent leurs enfants, elles
soutiennent leurs époux, qui les soutiennent en retour. Tant il est vrai que, dans l’histoire de la Résistance, l’amour a joué un rôle essentiel, lui qui décuple
l’énergie et le courage : Cécile et Henri ROL-TANGUY ; Paulette et Maurice KRIEGEL-VALRIMONT ; Hélène et Philippe VIANNAY ; Clara et Daniel MAYER; tant d’autres !
Et, bien sûr, Lucie et Raymond AUBRAC."