17 juli 1939. Joods vluchtelingen aan boord van het Aliyah Bet schip de Atratto. Het schip werd door de Britten nabij de kust van Jaffa (Palestina)
geënterd en naar de haven van Haïfa gesleept.
Afbeelding links: Aliyah Bet ("illegale" immigratie) schip
"Tiger Hill," volgepakt met Joodse vluchtelingen uit Europa, land op 1 september 1939 op het strand van Tel Aviv (Palestina). Joodse ingezetenen
van Palestina wachtten hen op
Een ander memorabel en gewaagd voorbeeld van hoe verbeten Joodse vluchtelingen Palestina trachten te bereiken en tegelijk ook hoe brutaal en gewelddadig de Britten
te keer ging om koste wat het kost illegale immigratie te verhinderen, is het verhaal van de MS Tiger Hill, een voor de MS Struma erg inspirerende geschiedenis
om het twee jaar later na de Tiger Hill ook te proberen.
In 1939 hadden enkel agenten van de Israëlische Geheime Dienst (Mossad), Yosef Bar-Pal en Ruth Klüger, met financiële hulp
van de Joodse bankier George Mandel, het voormalige Griekse stoomschip de Zeinikos voor een eenmalige vaart naar Palestina gecharterd. Het
verwaarloosde schip, gebouwd in 1897 en 1.499 ton, werd in afwachting van de tocht opgelapt in de haven van Varna en herdoopt naar Tiger Hill. In Varna
gingen 54 Bulgaars-Joodse vluchtelingen aan boord en wanneer op 27 juni 1939 het schip wordt verlegd om verder uitgerust te worden naar de Roemeense haven van Brailla, kwamen nog
eens 45 vluchtelingen afkomstig uit Letland, Litouwen en Berlijn, die op eigen kracht Roemenië hadden bereikt en aan boord gingen.
Intussen had Groot-Brittannië als tegenprestatie voor een lening die aan Roemenië werd ingewilligd, van de Roemeense regering gevraagd om alle afvaarten vanuit
haar havens met Joodse vluchtelingen te verhinderen. Minister-president Armand Calinescu stemde in met het verzoek van de Britten en sloot de Roemeense
grenzen voor alle illegale immigranten. Dat gebeurde net op het ogenblik dat een groep van 501 Pools-Joodse vluchtelingen die door Yulik Braginski in
Warschau was samengesteld en op de Tiger Hill zouden inschepen de Pools-Roemeense grens bereikte. Maar dat was buiten de onvoorstelbare moed en durf van de
toen 25-jarige geheimagente Ruth 'Aliav' Klüger gerekend.
Ruth Klüger (1906-1980) ook bekend als Ruth Klieger en Ruth Aliav, en kreeg van de Mossad de geheime codenamen 'Hanom'
en 'Hamoavia' mee. Geboren in 1914 in Chernovitz, Roemenië, studeerde zij af aan de Universiteit van Wenen, beheerste vloeiend negen talen, en trok na haar huwelijk met haar
echtgenoot in 1936 naar Israël. In 1939 trad ze toe tot de Mossad en werd naar Roemenië gezonden. Zij werd aldus het enige vrouwelijke lid van de Mossad Alijah Bet. Niet te verwarren
met de beroemde schrijfster met dezelfde naam, Ruth Krüger geb. 1931 en die over haar gevangenschap in KZ Theresienstadt enkele ophefmakende boeken publiceerde.
Ruth Klüger slaagde er wonderwel in om het personeel van het treinstation aan de grens om te kopen en spoorde met haar omvangrijke groep vluchtelingen per trein naar de havenstad Constanta waar de
Tiger Hill inmiddels aangemeerd lag. Samen met de Poolse groep klommen nog eens 158 vluchtelingen aan boord, die al geruime tijd op de wachtlijst stonden van de Joodse gemeente van Boekarest.
De Tiger Hill met haar 729 passagiers aan boord lag klaar om uit te varen maar botste daarbij op de nieuwe instructies van minister-president Calinescu
en de afvaart leek op een fiasco uit te lopen. Opnieuw moest er onderhandeld worden. Met de steun van George Mandel raakte Ruth Klüger tot bij de minister
van Binnenlandse Zaken Gheorghe Tatarescu en zelfs tot bij de Koning Karol van Roemenië om zo tot bij de minister van Buitenlandse Zaken Gregore Gafencu te geraken
die uiteindelijk ingreep zodat de Tiger Hill met haar 729 vluchtelingen de haven van Constanta op 3 augustus 1939 mocht uitvaren, uitgewuifd door Ruth Küger
die nog maar aan het begin van haar heroïsch werk stond.
Voor het aan land brengen van de vluchtelingen in Palestina was de Tiger Hill uitgerust met drie motorboten en had ook nog een kleiner vaartuig op sleep. De eerste
landing moest evenwel afgebroken worden en de Tiger Hill besloot aan te meren in de haven van Beiroet. Hier nam het schip de uit quarantaine vrijgelaten
vluchtelingen over van de Frossoula. Met thans 1.417 vluchtelingen aan boord bereikte de Tiger Hill op 1 september 1939, dezelfde dag dat Duitsland Polen binnenviel en het begin
van de Tweede Wereldoorlog inluidde, de kust van Palestina. Nadat de Griekse kapitein en zijn bemanning van boord gingen, stuurde het schip met thans aan het roer
de dappere Levi Schwartz naar de kust van Tel Aviv.
Op ongeveer een halve zeemijl van het strand stootte het schip op de Britse patrouilleboot de Lorna die onmiddellijk het vuur opende op de Tiger Hill. Hierbij
vielen twee doden waaronder de Joodse vluchteling Hans Schneider, die het eerste slachtoffer werd van het conflict. Levi Schwartz was niet erg onder de indruk.
Elk stopsignaal negerend en onder een kogelregen afgevuurd met mitrailleurs vanaf de Lorna, voer hij recht op het strand af en zette de Tiger Hill op het strand van Sukria nabij Tel Aviv aan de grond.
Leden van de 'Haganah' hadden intussen duizenden van de inwoners gemobiliseerd om de landing te ondersteunen. Zij slaagden er in om 300 vluchtelingen aan land te brengen
vooraleer de Britten tussenbeide kwamen. Het overgrote deel van de vluchtelingen werd voor de duur van de oorlog opgesloten in speciale Britse interneringskampen
in de buurt van Haïfa. De laatsen van hen zullen pas vrijgekomen in mei 1948 nadat de onafhankelijkheid van de staat Israël een feit werd.
Afbeelding links: Wellicht de grootste heldin van de Staat Israël: Ruth 'Aliav' Klüger.
Chef van de Mossad van de Balkanlanden, hier met haar moeder.
Ruth Klüger zal nog vele jaren blijven doorgaan met haar activiteiten. Na haar echtscheiding in 1940 ontving zij in juni 1941 nieuwe instructies van de Mossad en werd zij overgeplaatst naar de Egyptische hoofdstad
Kaïro. Van hieruit kreeg ze de opdracht om fondsen te verzamelen en smokkelden zij Joden naar Palestina vanuit Egypte, Libanon en Syrië. Klüger ging verder met haar werk
in Egypte tot 1944 wanneer ze door Ben Goerion naar Frankrijk wordt gezonden om als eerste afgevaardigde in Europa de belangen van de Joden van Palestina te verdedigen.
Het was trouwens ook Ben Goerion die Ruth haar bedacht met haar hebreeuwse familienaam 'Aliav'. Alhoewel
op dat ogenblik de staat Israël nog moest worden gesticht, werd de Lady of the Mossad, zoals Ruth Klüger in eigen rangen werd genoemd, was zij lange tijd alleen in Europa
om de zaak van de Joodse staat te bepleiten. In Parijs noemde ze haar Lady Israël, jaren voordat de staat werd gesticht.
In 1945 in Parijs kon ze een onderhoud
verkrijgen met generaal Dwight D. Eisenhower, de toekomstige president van de V.S. Eisenhower bracht haar in contact met een van zijn stafleden, kolonel Ernest Witte,
die haar van dan af hielp bij het overbrengen van Joodse vluchtelingen naar Palestina. Kolonel Witte verhief Ruth Krüger in de ere-rang van kolonel in het Amerikaanse
leger en gaf haar onbeperkte bevoegdheid om reispassen uit te geven. Witte deed nog veel meer dan dat. In oktober 1945 bood hij Klüger een schip aan, de M/S Ascania, waarmee zij
ongeveer 2.600 Joodse kinderen, waarvan de meesten wezen waren rn overlevenden van de nazi-concentratiekampen, vanuit Marseille in Zuid-Frankrijk naar Palestina bracht. Onder Britse druk, mocht zij met de
M/S Ascania geen verdere trips meer ondernemen.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog zette Ruth Klüger zich verder in om zogenaamde 'displaced persons' vanuit Oost-Europa te helpen naar Palestina te bereiken, via de zogeheten Bricha route
voor illegale immigratie naar het Beloofde Land. De Mossad werkte verder samen met andere organisaties om overlevenden van de Shoah het land binnen te smokkelen.
Velen van deze schepen werden door de Britten onderschept en de vluchtelingen opgesloten in speciale kampen op Cyprus, Mauritius of in Palestina. In 1948, werd zij
de public relations manager van de Palestijnse zeevaartmaatschappij ZIM. Opgericht in 1947 was dit bedrijf begonnen met het smokkelen van overlevenden van de Shoah
naar Palestina met het schip de Kedmah, die het 'Eerste Hebreeuwse Schip' werd genoemd, omdat dit het eerste schip was dat onder Palestijnse vlag voer.
In 1947 onderscheidde Generaal Charles De Gaulle haar met het Croix de la Lorraine en nam haar op in het Legion d’Honneur als erkenning en beloning
voor haar activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog en haar nauwe banden met de Nederlandse en Franse verzetsbewegingen. In 1978 schreef Ruth Klüger haar belevenissen neer in 'The Last Escape' en 'The Secret Ship'. Tot aan
haar dood (zij overleed in 1979 aan kanker) bleef Ruth 'Aliav' Klüger de wereld afreizen om fondsen te verzamen voor haar vluchtelingenwerk.