headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Nota bene '45. Een dagboek (Erich Kästner)
Israel's War History; prod. Sharon Schaveet; docu. 2007; 1 DVD; 120 minuten; engels; zw/w & kl.
Friday 12 March 2010
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Auteur
Contact




Hugo Van Minnebruggen's Facebook profiel
Advertisement
Wat we (niet) deden toen de Joden stierven. [4] Laatste vaart van de MS Struma PDF Afdrukken E-mail
Sunday 23 November 2008
Artikel index
Wat we (niet) deden toen de Joden stierven. [4] Laatste vaart van de MS Struma
Het lange wachten
Het tragische einde van de Struma
te verschrikkelijk voor woorden...
Nasleep
Bronnen
Het dramatische verhaal van de M/S Struma is wellicht één van de minst gekende en vergeten tragedies die zich afspeelden op zee in de marge van de Shoah tijdens de Tweede Wereldoorlog. Minstens twee landen, Groot-Brittannië en Turkije, hebben alle kansen om het leven van bijna 800 Joodse vluchtelingen te redden toen ze daartoe de kans kregen, naast zich neergelegd. Om uiteenlopende redenen verkozen ze zich af te keren van het onvermijdelijke noodlot dat deze Joden ongetwijfeld te wachten stond. Eind 1941 zaten bijna 800 als sardines opeengepakte Roemeens-Joods vluchtelingen op de oude roestige M/S Struma op de vlucht voor vervolging vanuit de Roemeense havenstad Constanta via  de haven van Istamboel (Turkije) richting Palestina. In Istamboel  aangekomen werd het schip in quarantaine geplaatst en werd er meer dan 70 dagen lang diplomatiek gepalaverd tussen Britten, Turken, Roemenen, Amerikanen en de rest van de wereld. De uitkomst van dit zielig diplomatiek overleg liet zich spoedig raden: terug naar Constanta... terug naar AF! Op 23 februari 1942 werd de Struma, die al die tijd in de haven van Istamboel aan de ketting lag en haar menselijke vracht al die tijd en op eigen houtje het maar moest zien te redden en overleven, geënterd door de Turkse politie en zonder pardon terug naar de Zwarte Zee gesleept. Totaal aan haar lot overgelaten, zonder anker, met een kapotte motor en zonder zeil, dobberde de Struma op zowat 15 kilometer buiten de Turkse territoriale wateren, urenlang stuurloos rond, slechts hopend op een mirakel dat nooit zou komen. Nauwelijks 12 uren later ontdekte een Russische onderzeeboot de Struma, lanceerde één enkele torpedo naar het schip dat in één klap explodeerde en op enkele minuten tijd in de golven van de Zwarte Zee verdween. Slechts één enkele mens, David Stoliar, kon zich lang genoeg drijvende houden door zich vast te klampen aan een stuk wrakhout en overleefde deze menselijke catastrofe. Een triest hoogtepunt van hoe de Westerse vrije landen reageerden op de Jodenvervolging toen die stilaan op kruissnelheid kwam....

 

 

 

 

De Struma vaart uit


In 1941 werd met het Bulgaarse schip de MS Struma geadverteerd in Roemeense kranten (zie afbeelding) als een geschikt schip om de overtocht naar Palestina ('alijah') te maken. Om de hoge taksen te betalen die door de eigenaars van het schip werden gevraagd alsmede om de ontelbare corrupte ambtenaren in Roemenië om te kopen, moesten er zoveel mogelijk mensen aan boord worden gebracht. De prijs per persoon lag omgerekend naar onze tijd op ongeveer 850 euro, een reusachtig bedrag voor de grote meerderheid vluchtelingen die al in de jaren voordien kompleet leeggeschud waren en totaal financieel en materieel aan de grond zaten sinds al hun bezittingen geconfisceerd werden door de Roemeense marionettenregering.

Tegen het ogenblik dat de tijd kwam om af te reizen naar de havenstad Constanta, gelegen aan de Roemeense kust van de Zwarte Zee, hadden bijna 800 mensen een ticket kunnen bemachtigen voor de overtocht. Onder hen ook David Soliar, de enige overlevende van de ramp met de Struma: "In de zomer van 1939 gebood mijn vader me om terug te keren naar Boekarest omwille van de toenemende oorlogsdreiging. Ik nam één van de laatste treinen Parijs-Boekarest net voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ik vervolgde mijn studies aan de hogeschool - Liceul Matei Basarab - in Boekarest tot ik er in 1940 werd uitgegooid omwille van mijn Joodse afkomst. Alle Joden werden uit de Roemeense scholen geband. De Joodse Gemeenschap van Boekarest opende noodgedwongen haar eigen school (Liceul Cultura) waar ik mij inschreef. Niet voor lang echter want tegen het einde van 1940 werd ik opgepakt om dwangarbeid te verrichten in het kamp van Poligon. Mijn vader haalde me daar weer weg nadat hij een ticket voor de Struma kon bemachtigen door enkele ambtenaren om te kopen. Mijn moeder bleef in Parijs. In 1942 werd zij door de Franse autoriteiten gearresteerd en opgesloten in het doorgangskamp Drancy nabij Parijs. Korte tijd later werd ze gedeporteerd met een 1000-tal andere Joden, Konvooi nr 42, naar KZ Auschwitz-Birkenau waar ze werd vermoord."

Afb. links: 1 januari 1948. De Kibbutz Galuyot (de voormalige Pan York), een omgebouwd bananenschip, was typisch voor de leefomstandigheden voor dergelijke Aliyah Bet schepen. 7.800 passagiers als garnalen bij elkaar beneden- en bovendeks op elkaar gedrumd. Verluchtingspijpen moesten verkoeling brengen naar de benedendekse menselijke lading. Het bovendek werd voorbehouden aan kleine kinderen en babies omdat benedendeks de lucht er stonk en vreselijk ongezond leek. De Kibbutz Galuyot maakte twee van deze reizen. Eén van deze reizen begon in Burgas, Bulgarije, waar het overwegend Roemeense overlevenden van de Shoah aan boord nam en hen - in akkoord met de Britten - direct naar het eiland Cyprus vervoerde. Tegen die tijd hadden de Britten reeds hun vertrek uit Palestina aangekondigd. Het schip werd nadien ingezet door de ZIM scheepvaartmaatschappij (van Ruth Klüger!) onder de naam M/S Atzmaut en werd aldus één van de eerste handelsschepen gecontroleerd door de Palestijnse Joden van het toekomstige Israël


Velen maakten de reis per spoor vanuit de Roemeense hoofdstad Boekarest waar ze door militanten van de fascistische Roemeense IJzeren Garde in veewagens werden geperst. Na een tergend langzame reis met onderweg vele stops en controles, zonder eten noch drinken noch sanitair, bereikten ze na twee à drie dagen eindelijk de haven van Constanta, waar ze een troosteloze blik wierpen naar de Struma die aangemeerd lag aan de kade. De Struma bleek een oud klein roestig vrachtschip van nauwelijks 57,1 meter lengte, 7,7 meter breedte en 1,1 meter diepgang. Oorspronkelijk heette het schip de Cornelia en later de Macedonia. Het werd gebouwd in 1880 in New Castle. Het werd verschillende keren omgebouwd om uiteindelijk in 1934 aan een bedrijf in Bulgarije te worden verkocht. De motor was vervangen door een te licht model en er bevonden zich ook geen reddingssloepen aan boord. In feite bleek het een weinig zeewaardige drijvende doodskist.

Daar kwam nog bij dat in de Zwarte Zee de Sovjet-Russische onderzeevloot voortdurend patrouilleerde en bijna dagelijks schepen naar de bodem kelderde. Geen denkbeeldig gevaar zoals later nog zal blijken! Immers een half jaar eerder - 22 juni 1941 - was Operatie Barbarossa (de inval in Rusland) van start gelopen en hadden verschillende Europese landen zich aangesloten bij nazi-Duitsland, de zogeheten Asmogendheden. Enkele Aslanden lagen aan de Zwarte Zee ondermeer Roemenië en Bulgarije. Turkije zal neutraal blijven en speelbal worden van de Brits-Amerikaans-Russische diplomatieke betrekkingen die noodgedwongen geallieerde landen werden in hun strijd tegen nazi-Duitsland.

Door de beperkte ruimte op het schip en het overtal aan passagiers, moesten de vluchtelingen hun bagage strippen tot maximaal 10 kilogram per persoon. Bergen bagage, kleren en allerhande moesten noodgedwongen achterblijven achter op de kade. Roemeense ambtenaren doorzochten de bagage op waardevolle zaken en fouilleerden de passagiers. Eens aan boord moesten ze beneden- of bovendeks een plaats zoeken in één van de stapelkooien die soms 8 of 10 kooien hoog waren. Op het hele schip bevond zich maar één kraan met een beperkte hoeveelheid vers water en nauwelijks sanitair: er was maar één badkamer aan boord voor alle passagiers en geen keuken. Net voor het schip zou vertrekken kwam de Roemeense havenpolitie nog een laatste keer aan boord, nam alle koperen kookpotten mee en verving ze door metalen potten en pannen...



Aldus verliet een overvolle en zwaar overladen Struma, varende onder Panamese vlag, in de nacht van 11 op 12 december 1941 de haven van Constanta en koos het ruime sop naar Palestina. Aan boord 770 wanhopige Joodse vluchtelingen en tien Bulgaarse bemanningsleden met aan het hoofd de Bulgaarse kapitein G.T. Gorbatenko. De motor van de Struma was klein, erg oud en slecht onderhouden. Nauwelijks enkele kilometers buiten de haven sputterde de motor een paar keer en viel stil. Roerloos dobberde het schip uren rond op zee terwijl de bemanning tevergeefs trachtte de motor weer aan de praat te krijgen.

David Stoliar (º1922, Kishinev, Bessarabië / thans Moldavië) - afb. links in 1942 - , getuigde later over de afvaart van de Struma uit Constanta: "Het was nacht toen wij Constanta verlieten. We werden de haven uitgetrokken door een sleepboot, een Roemeense sleepboot, en eens zij ons tot in open water hadden gesleept, maakten ze zich los, keerden om en verdwenen uit het zicht. Daarna trachtten we de motor te starten, wat ons veel, erg veel moeite koste om de motor op gang te krijgen. Die deed 'pop, pop, pop...' en stopte opnieuw. Hoedanook, ik denk dat we de ganse nacht aan de motor hebben gewerkt, maar de motor wilde niet meer starten. Dan begreep ik dat we een SOS moesten uitzenden want het schip dobberde stuurloos rond op zee. De kapitein zond herhaaldelijk een SOS uit. Pas de volgende dag kwam er reactie en zagen we een sleepboot, dezelfde sleepboot die ons de haven had uitgetrokken, weer opdagen.

De boot was weergekeerd en we vroegen hen of zij de motor konden herstellen zodat die weer kon opstarten. Zij probeerden en probeerden maar en vertelden ons dat repareren veel geld zou kosten. We legden hen uit dat we geen geld meer hadden want dat de Roemeense havenautoriteiten onze laatste centen hadden afgenomen. Dan stelden we hen voor om onze trouwringen te geven die de douaniers ons mirakuleus gelaten hadden. Ik had er geen maar in ieder geval bleken velen hun ring nog te hebben. Aldus verzamelden we alle trouwringen van de mensen en overhandigden ze aan de bemanning van de sleepboot.

Daarna zetten ze zich weer aan de motor, rommelden wat aan de motor, probeerden die tevergeefs weer aan de praat te krijgen. Ze keken ons weer aan en stelden ons twee nieuwe voorwaarden vooraleer ze ons verder zouden helpen: Als we ze genoeg geld gaven, zouden ze ons voortslepen tot we in Turkse wateren kwamen, iets wat ongeveer een dag zou duren. 'Maar als we niet genoeg geld hadden', zeiden ze 'ok, we zullen trachten de motor te herstellen, we blijven naast jullie varen tot we in internationale wateren komen, dichter bij Turkije. Eens in Turkse wateren, laten we jullie daar dan achter.' Uiteindelijk kregen ze toch de motor gestart en vaarden we richting Turkije. De sleepboot vaarde een tijd lang naast ons en keerde op bepaald ogenblik om en verdween.
"

Met een hoestende en onregelmatig sputterende motor baandde de Struma zich langzaam haar weg naar Turkije, waarbij het de hele tijd dicht bij de kust bleef varen, uit schrik voor Russische onderzeeboten. De Struma werd aanvankelijk begeleid door een Roemeense patrouilleboot tot het buiten de Roemeense territoriale wateren was. David Soliar: "Tijdens de tocht naar Istamboel konden we ons eerst en vooral nauwelijks bewegen, want ons werd verteld dat, weet je, omdat wanneer er teveel mensen waren aan één kant van het dek, het schip in gevaar kan komen. Dus, eerst en vooral, wilden zij dat we ons zo weinig mogelijk verplaatsten en ook, als we aan dek mochten gaan voor enkele uurtjes, we ook moesten trachten het schip in balans te houden door niet van de ene kant van het dek naar de andere kant te rennen. Zo moesten een aantal mensen plaats nemen aan de linker kant en een ander deel aan de rechterkant en dan langzaam varen. Met andere woorden, de mogelijkheid bestond dat het schip uit balans ging als we te veel bewogen. De omstandigheden waren dus zo dat je zoveel mogelijk in je eigen kooi bleef liggen zonder te bewegen. Zo was er dan ook geen mogelijkheid om wat dan ook op te kuisen, of wat water te drinken, laat staan je te wassen ofzo. Naarmate de tijd verstreek werd de toestand natuurlijk steeds maar erger."

Na vier dagen bereikte de Struma de ingang van de Bosporus waar een groot mijnenveld in zee was gelegd en de toegang tot de Zee van Marmara versperde. Een Turkse sleepboot wachtte het schip op en sleepte de Struma veilig de haven van Istamboel binnen. Hier kon het lange wachten beginnen op de verdere ontwikkelingen... en hopen... of ze verder mochten varen naar Palestina of... op wat dan ook, zolang ze maar niet hoefden terug te keren naar Roemenië...



Laatst geupdate op ( Saturday 06 December 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje